Terug naar archief                Terug naar startpagina                 Reageer via het Webforum

 

 

 

 

Het zwart gat waarin de 11-jarige Lindsay viel, was groot na haar optreden in het Junior Songfestival, verleden zaterdag in de Hasseltse Ethias-arena. Ze werd met het liedje ‘Mes Rêves’ tiende en bracht het van pure ellende, compleet uitgeblust, zelfs niet meer op om te reageren voor de opdringerige camera’s van de VRT, die een klein fortuin had gespendeerd aan heel het evenement plus de aanloop. Het ging hier om een soort puistjesversie (de jongste deelnemer was amper 9…) van het échte Eurovisie-songfestival, die jaarlijkse overdosis commerciële muziekblubber waarvan ook insiders het eens zijn dat het ding tot op de draad versleten is en beter van het scherm zou verdwijnen.

In september mochten we al meemaken hoe de frêle Lindsay Daemen uit Wezembeek als winnares uit de bus kwam van een door VRT en RTBf breed uitgesmeerde ‘Eurokids’-competitie. De bekroning van ‘Mes rêves’ leidde tot euforische kreten in een stomende zaal, je zag het kwijl van de jury zo over het podium kabbelen. Onder het hysterisch gekwebbel van de RTBF-presentator stort ze na de proclamatie zowat ineen, maar Jean-Louis Lahaye blijft doorbrullen met de micro haast in haar keel: ‘Tu es heureuse, Lindsay, dis, tu es heureuse…?!’,- tot ze zwijmelend slikt en zucht ‘Oui, oh oui, merci, c’est super,… super….’,- toen was het tijd om weg te zappen bij dit  hilarisch staaltje van orale kindersex. Toch was de pers zich daags nadien aan het uitsloven in superlatieven, van ‘De Standaard’ tot het ‘Laatste Nieuws’, beducht als al deze populistische media zijn om een hype te missen. Ook Child Focus had niets gezien,- en dat in een tijd waar je het buurmeisje nauwelijks nog een knipoog durft te gunnen om de flikken niet over de vloer te krijgen. Waarom is er voor deze zwoele (opvallend trikolore) charade van kokette kindvrouwtjes dan zo’n breed maatschappelijk draagvlak? Zijn de Lindsays onder ons misschien méér dan alleen maar leuk ogende zangeresjes? Het antwoord hierop moet gezocht worden in onze recente vaderlandse geschiedenis.

 

“Sire, het volk mort”:

Over rose balletten, witte ridders en zwarte zondagen

 

Op 20 oktober 1996 werd het Belgisch establishment geconfronteerd met zo’n half miljoen betogers die in de straten van Brussel opstapten tegen het verkalkte justitie- en politieapparaat dat Marc Dutroux had laten begaan. De woede was de weken voordien al geëscaleerd tot een dégout van de verziekte politiek, het clientelisme, het globale autokratische systeem en zijn netwerken, heel de Belgische stoofpot waarin de elite zaakjes regelt buiten het bereik van enige democratische controle en buiten het zicht van de modale burger. Een week tevoren was inspecteur Connerotte omwille van een bord spaghetti van het onderzoek gehaald,- omdat er teveel lijken uit de kast dreigden te vallen, zo werd gefluisterd.

Het complotgevoel beheerste die dagen de publieke emoties. De bevrijding van Sabine en Laetitia, twee meisjes die levend uit Dutroux’ koterij waren gehaald, had o.m. geleid tot de aanhouding van ene Michel Nihoul, Brusselse zakenman, lobbyist, ritselaar en,- naar men aannam, ook tussenpersoon in het leveren van jong vlees voor exclusieve sexfuiven van de upperclass. Daarmee was de sexuele ondertoon van de revolte gezet: via het smeuige verhaal van de‘Rose Balletten’  was het netwerk van verkrachter/maniak Dutroux gelinkt aan een corrupt regime dat zijn onderdanen naait. In de door de media bewerkte volksfantasie bedreven politici, zakenlui, magistraten, aristocraten en leden van het Koninklijk Hof alle mogelijke standjes met kinderen en jonge tieners, ergens in een geheim Brussels etablissement. Kleurrijke figuren zoals VDB bevolkten dit door Dutroux beleverd en door Paul Nihoul gearrangeerd superbordeel, waar terloops ook politieke deals tot stand kwamen.

Daarmee was de sexuele ondertoon van de revolte gezet: via het smeuige verhaal van de‘Rose Balletten’  was het netwerk van verkrachter/maniak Dutroux gelinkt aan een corrupt regime dat zijn onderdanen naait.

Heel de wereldpers was die herfstzondag dus verzameld in Brussel om mee te maken hoe de woedende menigte het parlement zou gaan bestormen en de republiek zou uitroepen. Maar er gebeurde… niets. Paul Marchal, vader van de vermoorde An en bezieler van het protest, werd per helikopter uit de betoging geplukt en mocht de schouderklopjes van Premier Dehaene en nadien van de Koning himself in ontvangst nemen. Vanaf dan speelt het Hof een hoofdrol in de recuperatie van de witte beweging, en geeft de toon aan waarin ook de politieke wereld zijn hachje kon redden, onder het mom van een ‘Nieuwe Politieke Cultuur’. De weken en maanden nadien imploderen de zgn. ‘witte comités’, die de beweging een structurele onderbouw moesten geven,- paradoxaal genoeg net door eerlijke, maar naief-sullige uitstraling van de koningsgezinde (!) Paul Marchal. Het politiek-kritisch discours schemert weg, het witte-ballonnen-sentiment begint te primeren,- iets wat de machthebbers uiteraard toejuichen. In 1999 treedt Guy Verhofstadt aan, na weeral een zwarte zondag waarin het Vlaams Blok als anti-establishment-partij de enige formatie blijkt die écht munt wist te slaan uit het witte verhaal.De positivo Verhofstadt moest, gesouffleerd door de reclamemakelaar Noël Slangen, de bom gewoon verder ontmijnen en de restauratie van het regime voltooien. De tot ‘Witte Ridder’ geconsacreerde Marc Verwilghen (VLD), voorzitter van de Dutroux-commissie, werd justitieminister in de paarsgroene alles-anders-regering, maar bleek achteraf de meest futloze, grijze muis van de Wetstraat in de laatste decennia.

Nu, negen jaar na de Witte Mars, is de netwerkstaat helemaal terug, weliswaar geface-lift en verjongd met frisse, breedlachende zoons- en dochters-van de gecompromitteerde generatie: de Vandenbossches, de Tobbacks, de Dehaenes, de Van Velthovens etc. Het parlement is een stemmachine; cliëntelisme en nepotisme zijn weer de norm, het flikkencorps is nog nooit zo corrupt geweest, de gerechterlijke achterstand is duizelingwekkend. Dankzij de ‘wet Franchimont’ kunnen vooral witte-boord-kriminelen met een goede advocaat het onderzoek rekken en hun zaak laten verjaren. Maar het ergste van al: de ‘rose balletten’ waren een loos gerucht gebleken,- het mythisch sexschandaal verdampt, samen met zijn symboolwaarde, tot wolkje in het surrealistisch Belgisch décor.

 

België: zijn bier, zijn chocolade, zijn Lolita's

 

Medische experten hadden het in 1996 al gefluisterd: deze Koning is fysiek en mentaal niet in staat om zich aan sexuele losbandigheden over te geven, zeker niet in het bijzijn van de verzamelde Belgische fine fleur. De vraag dringt zich dan op wie de kwakkel lanceerde en met welk doel. Moest het verzonnen gerucht van de pedofiele netwerken, eens ontkracht, ook de (wél reële) ritsel- en fluistercircuits van het Belgische establishment terug afdekken? Vormden de ‘Rose Balletten’ een nuttige fictie om het regime zijn maagdelijkheid terug te geven? Het werkte alleszins wonderwel: het netwerk-idee verdampte zienderogen, de Koning heeft ‘het’ niét gedaan, de zondebok Dutroux heeft alleen gehandeld- ziedaar de belangrijkste conclusie van het proces. Meteen was de massa definitief beroofd van een essentiële urban legend die het algemeen ongenoegen in een verhaal plaatste dat ook de collectieve onderbuikgevoelens aansprak.

Revolutie gaat namelijk ook en misschien vooral over sex. Hét opruiende theaterstuk van de Franse Revolutie, “Les Noces de Figaro” van Beaumarchais, betrof een uitdrukkelijke contestatie van het ius primae noctis, het feodale recht van de Heer om de meid aan het begin van haar puberteit te ontmaagden,- daarom werd het stuk ook verboden: de adel vergreep zich wel degelijk aan prille vrouwen van lagere komaf. Deze onderstroom leverde uiteindelijk de energie voor de Franse Revolutie,- een energie die in de geschiedenis van de Witte Beweging dus uitdooft via het gefalsifieerde sexschandaal. Daarna volgt de grote kater waar we tot op vandaag mee zitten: het gevoel dat de dingen fout zitten maar niet zullen veranderen. Het verhaal is weg, het onbehagen wordt geparfumeerd met een opgepepte hoera-sfeer. Het post-Dutroux-tijdperk zal ooit beschreven worden als het tijdperk van de geëxalteerde ontnuchtering of de vrolijke tristesse.

In de marge roept het fenomeen Lindsay ongemakkelijke bedenkingen op, met haar aan de wereld van de volwassenen ontleende lichaamstaal. Misschien hoort die 'X-factor' wel tot de morbide folklore van een land dat zijn recent traumatisch verleden nog niet verwerkt heeft, en met vele onbeantwoorde vragen zit. Hebben de Belgen iets met kleine meisjes op het grote podium?

Het is in deze decadente context dat de cultus van de nimf moet gesitueerd worden: het poserende kindvrouwtje met een dubbelzinnige lichaamstaal, onschuldig én bedorven, naief én uitgekookt, wit én bevlekt, half engel, half vamp. Haar archetype is doorheen de cultuurgeschiedenis rijk gestoffeerd: van de bijbels-zwoele Salome, naar de smartelijk stotterende Echo in Ovidius’ “Metamorfosen”, over de titelfiguur van Nabukov’s schandaalroman Lolita, tot bij de quasi-sletterige popster Madonna van de jaren ’80 met in haar zog een hele rits tienervedettes waaronder onze eigen Sandra Kim, samen met Silvie Melodie hét prototype voor de latere Eurokids. De nimf is in wezen de melancholische figuur van een resignerende Spätkultur: ze markeert én camoufleert een verboden plaats in ons collectief geheugen, wat haar haast tot een sacraal object maakt. Haar irreële of surreële natuur, waardoor ze nooit een echt lustobject wordt maar veeleer een fantasme blijft, heeft te maken met een onverwerkt en half-verdrongen collectief trauma. Er is iets verschrikkelijk, onuitspreekbaar gebeurd, dat niet meer kan naverteld worden, hooguit gesymboliseerd in een dwangmatige fantasmagorie, tegelijk erotiserend én vol van een sexueel taboe. De nimf is de ultieme projectie van een maatschappelijke morose,- ze is misschien wel hét symbool van de postmoderne ontnuchtering. Het archetype sluit op die manier naadloos aan bij de tragiek van een mislukte volksopstand, waarin de zingende nimfette lacht en weent tegelijk.

 

In de marge roept het fenomeen Lindsay inderdaad ongemakkelijke bedenkingen op, met haar aan de wereld van de volwassenen ontleende lichaamstaal. Misschien hoort dit wel tot de morbide folklore van een land dat zijn recent traumatisch verleden nog niet verwerkt heeft. Hebben de Belgen iets met kleine meisjes op het grote podium? Is deze X-factor de groteske uitlaatklep van een collectief onderbewuste waarin onbeantwoorde vragen gisten rond kinderverkrachting, een corrupt politie-apparaat, een falende magistratuur, en dan die fameuze onbewijsbare ‘netwerken’ die niet uit de volksverbeelding weg te branden zijn?

 ‘Mes rêves’ is een echt tijdsdocument. Ze stelt ons verlangen naar reinheid voor, terwijl we haar dingen laten doen die kinderen uit zichzelf nooit zouden bedenken. Het post-Dutroux-tijdperk is daarom puriteins en geëxciteerd tegelijk. Door het demoniseren van de pedofilie, en het gelijktijdig opvoeren van dubieuze kindercharades, ontstaat een gewrongen dubbelheid van verlokking en taboe, herinnering en verdringing,- symptomen van een ontregelde collectieve verbeelding.  Kinderen moeten vlekkeloos blijven, maar enkele uitverkoren worden te grabbel gesmeten in een gemediatiseerd soft-porno spektakel. De als vrouw verklede nimfette bezweert het monster en roept het op. De ontknoping van deze paradox moet gezocht worden in oeroude verhalen rond angst en verzoening,- daar waar een samenleving geterroriseerd wordt door machten waar ze geen vat op heeft en die ze gunstig wil stemmen: Lindsay’s podiumact is een maagdenoffer.

Lindsay en de andere meisjes vormen de fletse echo’s van de rose ballerina’s uit de gecensureerde, naar het rijk der fabelen verwezen volksmythologie. Ze had, vreemd genoeg, ook een echt rose balletje meegebracht, zoemende elfjes die trippelden door het kartonnen decor,- het lijkt wel of Fabre hier gepasseerd is.

 

Backstage

 

Lindsay moest het uiteindelijk afleggen tegen een horde nóg jongere Oosteuropese paaldanseressen, onder het goedkeurend oog van Prins Laurent en Steve Stevaert.

Het is wellicht geen toeval dat de Europese finale van 26 November 2005 zich uitgerekend in Hasselt afspeelde, de meest kneuterige stad van Vlaanderen, waar de politieke restauratie en de afwezigheid van enige dissidentie het verste is gevorderd. Uitgerekend in Hasselt, de zelfverklaarde ‘hoofdstad van de smaak’, de gezellige stad van Stevaert en Noël Slangen, maar ook de stad van de twee Dutroux-slachtoffers An Marchal en Eefje Lambrecks, loopt Lindsay de ontnuchtering van haar leven op. En wel in de Ethiashalle, genoemd naar de verzekeringsmaatschappij waarvan Steve Stevaert afgevaardigd beheerder werd, eens hij zijn aanstelling tot Goeverneur van de provincie Limburg op zak had. Maar dat zijn foute, paranoide hersenschimmen: er zijn namelijk géén netwerken.

 

Voor de rest kadert dit Barnum-achtige kinderconcours natuurlijk helemaal in een tijdperk waar rivaliteit en egoisme dé sleutelbegrippen zijn. Geen enkele kinderrechtenorganisatie die er graten in zag, alleen pater Luc Versteylen had het morbide aspect opgemerkt en sprak over 'commerciële pedofilie'. Nooit gedacht dat ik met Versteylen nog eens aan dezelfde kant van de tafel zou zitten, zo ver is het gekomen. Opvallend en ergerlijk is bovendien dat, conform de neoliberale tijdsgeest, er weer 'wetenschappers' zoals de psycholoog Klaar Hammenecker en de pedagoog Bruno Vanobbergen, bereid werden gevonden om een en ander deskundig te 'begeleiden' en te legitimeren: prestatiedrang is natuurlijk en moet aangemoedigd worden. Blijkbaar is er, ruim een eeuw na de afschaffing van de kinderarbeid in België (1889 om precies te zijn), in de postmoderne spektakelmaatschappij terug ruimte voor exploitatie van prille tieners in een enorm gehypte, supergemediatiseerde, afmattende wedstrijdformule. Een fenomeen dat niet los kan gezien worden van de carrière-obsessie, het onderwijssysteem als afvallingskoers, en de oververhitting van de zgn. ‘actieve welvaartstaat’ die nauwelijks nog plaats biedt voor kritische afstandelijkheid of niet-wedijverende attitudes.

Kinderen worden oud geboren. Op vijftien is ze versleten, burn out, en verschijnt er alweer een nieuwe Lindsay. Oui, oh oui, merci, c’est super,… super…

 

 Reageer via het Webforum

Terug naar boven