VISIONAIR BELGIË - Kritisch-Filosofisch Webmagazine voor Vlaanderen en omstreken  

Terug naar startpagina             Alle artikels              Reageer via het Forum         E-mail        Printversie (PDF)

Gepubliceerd in Forum, maart 2010


 Die Kunst der Fuge

 
Een metafysische tragi-komedie

 Johan Sanctorum
 17 januari '10

 

 

"Das Nichts nichtet..."

(Martin Heidegger: "Was ist Metaphysik?")

Steeds weer wordt in het universum van kunst en cultuur het begrip “vrijheid” gehypostasieerd. Onder de pathetische vraagstelling “Kan kunst de wereld veranderen?” poneerde de moderniteit een type van intellectueel dat aan de causale dwang der dingen zou kunnen ontsnappen, en als kunstenaar-profeet zelfs de geschiedenis (ten goede) zou kunnen beïnvloeden. Het genie als voluntaristisch weldoener. Nobelprijzen literatuur worden doorgaans gekoppeld aan een moreel hoogstaand engagement van de schrijver die zijn intellectuele vrijheid ten dienste stelt van democratische idealen, volksverheffing, mensenrechten, en noem maar op.
Edoch, naarmate we de kunstwerken zelf intern gaan analyseren –en bij de ene lukt dat al beter dan de andere-, lijkt er van die vrijheid niet veel over te schieten: creatie wil zin, diepe zin, intense samenhang, logica. Is het perfecte kunstwerk geen volmaakte orde? De structuur van Bachs brein weerspiegelt zich in zijn werk, dat op zijn beurt de kosmische orde verklankt,- zo wil het de exegese. Maar dan gaat het niet meer over artistieke vrijheid doch, integendeel, over strenge wetmatigheden, die niet alleen in ons hoofd van toepassing zijn, maar ook in het universum.
Er kan maar één orde zijn, de rest is knutselwerk. Kunst is daarom religieus, ik ken er geen andere. Wetenschap al evenzeer. Dawkins en Denett mogen vertellen wat ze willen: hun idool Charles Darwin was trouwens een diepgelovig man die de logica van de evolutie als iets “goddelijk” opvatte. Af en toe probeert iemand zelfs kunst en wetenschap in één metafysische canon te vatten. In “Gödel, Escher, Bach: an Eternal Golden Braid”, een boek uit 1979 van de natuurkundige Douglas Hofstadter, worden muziek en wiskunde als elkaars spiegelbeeld beschouwd, waarin het heelal zichzelf verklaart volgens een strenge logica die ons uiteindelijk bij het alfa en omega moet brengen,- de Bouwmeester.
En daar wordt het pas interessant. De perfectie is niet perfect. Ook de muziek van Bach vertoont, net daar waar ze buitengewoon architecturaal en “kosmisch” oogt, hiaten en defecten. Of, om het in computertermen te stellen: bugs. Zelfs het strengste mathematisch axiomasysteem kan nooit waterdicht zijn. Iets wat Kurt Gödel in 1931 ook bewees via de zgn. “onvolledigheidsstellingen”: de wiskunde rammelt van binnen. Gaten in systemen kunnen alleen gedicht worden door hogere systemen,- een loodgietersbedrijf dat volgens Gödel tot in het oneindige kan doorgaan: God laat ons nooit de complete formule vinden. Geen vrijheid dus,- wel zwarte gaten en lacunes in de orde.
Neem nu “Die Kunst der Fuge”, een verzameling van 14 fuga’s en 4 canons, in 1751 postuum verschenen en als het muzikaal testament van de meester beschouwd. Het hoogtepunt van muzikaal-abstracte architectuur. De Himalaya van de muziek. Streng, logisch, mathematisch. Maar waarom gaat in maat 239 van het laatste deel, nr. 14, opeens het licht uit? Dozijnen musicologen hebben er hun hoofd over gebroken. Zieke componist niet meer in staat om af te werken? Blad domweg verloren geraakt bij de drukker? Stukje partituur opgegeten door insecten? Welke orde maakte dat deze orde geamputeerd werd, als een boek zonder laatste pagina?
Ik schoof heel het probleem als een theologisch hersenspinsel terzijde, tot mijn oog op een essay in The New York Times viel, door de auteur zelf als een crazy story omschreven. En misschien daardoor wel... tamelijk geloofwaardig.

Kaartlezen in de deeltjesversneller

Onlangs werd te Genève de Large Hadron Collider in gebruik genomen, na een hele reeks pannes en technische verwikkelingen. Het betreft een reusachtige reactor, in feite een 27 km lange cirkelvormige tunnel waarin subatomaire deeltjes door extreem hoge voltages worden opgejaagd tot ze compleet uit de bol gaan en botsen. Dat vuurwerk zou ons een idee moeten geven van hoe het heelal ontstond, waarbij de ontbrekende schakels in de elementaire fysica zouden blootgelegd worden. Vooral het Higgsboson fascineert de onderzoekers: een nog nooit waargenomen, maar wel in mathematische modellen voorspeld monster dat verantwoordelijk zou zijn voor het ontstaan van materie. Nog een beetje geduld dus.

Twee onderzoekers beginnen echter onraad te ruiken: Waarom blijf dat maar duren? Is er “iets” waardoor het Higgsboson zich onttrekt aan onze waarneming, zelfs aan ons kennisvermogen? Al die tegenslagen – zoals die vogel die een stuk stokbrood op een stroomgroep liet vallen en een kortsluiting veroorzaakte- zijn misschien wel echte vertragingsmanoeuvres vanwege…. ja, van wie? Holger Nielsen en Masao Ninomiya opperden in een recent artikel dat het deeltje inderdaad niet “wil” gevonden worden, en straffer nog: dat deze blokkage vanuit de toekomst wordt geforceerd. Zonder al te technisch te worden: de twee crazy guys suggereren het bestaan van een “omgekeerde causaliteit”, waarin de toekomst het heden bepaalt. En al het niet-passende genadeloos uitfiltert.

Het mysterie van de Big-Bang, en de paradoxale vraag wat er aan het ontstaan van het universum vooraf ging, kan door die theorie worden opgelost: de oorzaak van de oerknal ligt niet vóór maar achter die gebeurtenis, namelijk aan het einde der tijden, de epiloog, van waaruit alle evenementen gedirigeerd worden, ook het allereerste. Je krijgt dus een accordeoneffect tussen het begin en het einde, een Newtoniaanse causaliteit van het eerste type (zoals wij hem kennen: laat een appel los en hij valt naar beneden), en een finalistische causaliteit die "met terugwerkende kracht" vanuit de toekomst het heden bepaalt.

Dat lijkt moeilijk voorstelbaar, maar elke roman vertoont natuurlijk die logica: het einde staat vast, alleen kennen we het nog niet en wil de schrijver de spanning tot de laatste pagina erin houden. De muziek legt ons nog dwingender deze chronologische van-voor-naar-achter suspens op, vanuit haar eigen affectieve kracht. Toch is het eigenlijk alleen het slotakkoord dat telt: elke gebeurtenis is een functie van de laatste, die heel de opbouw bepaalt. In dezelfde zin staat heel de geschiedenis van het universum vast –élke beweging van élk deeltje-, maar dat zal natuurlijk pas blijken op de “laatste pagina”. Tot zolang moeten we het met onzekerheden en waarschijnlijkheden stellen.

"Van vrijheid is geen sprake, alles staat al vast. De voorzienigheid (providentia) behoedt én beteugelt. Vanuit de toekomst grijpt ze in, saboteert of likwideert. En daar waar iemand te dicht in de buurt van de kwintessens komt, wordt er gewoon tekst gewist of sterft de auteur. De schepper (creator) is de terminator en exterminator. Nooit was een complottheorie zo consistent."

Het determinisme lijkt hier opnieuw uitgevonden: van vrijheid is er natuurlijk geen sprake, alles staat “in de sterren geschreven”. Het is niet omdat we de complete geschiedenis niet kennen, dat ze niet vastligt. Er zijn dus gebeurtenissen die niet mogen en ook niet zullen plaats grijpen, ook al doen we nog zo ons best. Maar als de ontdekking van het Higgsboson tot die categorie behoort –en al die onverklaarbare tegenslagen wijzen daarop-, is heel die dure deeltjesversneller dan geen gigantische geldverspilling die we beter kunnen stop zetten? Hoe maken we het ons gemakkelijk en vissen we uit wat de toekomst met ons voor heeft? Nielsen en Ninomiya suggeren doodleuk een oude zigeunermethode om dat aan de weet te komen. Ze stellen voor om “het lot” te laten beslissen en een miljoen kaarten op tafel te leggen met “No” aan de onderkant, en slechts eentje met “Yes” (volgens hun berekeningen een weerspiegeling van de reële kansverhoudingen). Een onschuldige kinderhand zal er dan eentje moeten trekken, waaruit de “wil” blijkt van de krachten die de geschiedenis bepalen. En eens de kaart getrokken, moet dat signaal uit de toekomst ook gerespecteerd worden, zoniet wordt de Collider gegarandeerd door een zelfgeschapen zwart gat vernietigd, en wij erbij.

Aan het lot valt niet te ontkomen, men kan dus beter de kaarten gehoorzamen. Het is zoals Carmen in de opera van G. Bizet fatalistisch mijmert (en vanaf dan haar eigen dood zal programmeren):

… Mais si tu dois mourir,
Si le mot redoubtable
Est écrit par le sort,
Recommence vingt fois,
La carte impitoyable
Répétera: la mort…

Blij dat er nog écht gekke geleerden zijn, ik heb het altijd geweten: wetenschap is koffiedik kijken, die vogelzieners en sterrenwichelaars waren nog zo achterlijk niet. Benieuwd wat de jongens en meisjes van SKEPP daarvan zouden denken. Maar daarmee zijn we wel (opnieuw) in religieus vaarwater gekomen. Er is weinig verbeelding nodig om die futuristische kracht in het punt omega met God te identificeren. Misschien geen individu of een groep individuen, maar een cluster van energie en intelligentie. Of toch een transhumaan superbrein? Wie zal het zeggen. In elk geval is deze Almacht, waaraan Nielsen en Ninomiya beleefd een hint willen vragen, ook diegene die stokken in de wielen steekt, de finale ontraadseling belet, wellicht het hiaat creëert, en desnoods heel dat CERN zal laten ontploffen als we toch doorgaan. Alle mogelijke grote en kleine catastrofes uit het heden, verleden, en toekomst vinden een plaats in deze theorie. Dingen lopen fout omdat ze moeten fout lopen.

De voorzienigheid (providentia) behoedt én beteugelt. Er zit dus een preventieve en een repressieve kant aan heel de omgekeerde causaliteit, waarbij de toekomst ons opjaagt. Tot de preventieve kant behoren alle tussenkomsten, nodig om het kosmisch scenario intact te houden. Van de vogel met het catastrofale stuk stokbrood, tot de Boeing die zich in de Twin Towers boorde. Het heeft zijn zin, het moest zo zijn. Maar anderzijds worden bedenkers van architecturen die de kosmische orde simuleren ook gesaboteerd, er worden pagina’s verdonkeremaand, of de genieën sterven gewoon terwijl ze bezig zijn. Zie Bach’s 14de fuga, of Mozart’s Requiem. Bedoeld als een lofzang richting hemel, maar de geadresseerde geeft niet thuis en stuurt zijn bliksems. De schepper (creator) is de terminator en exterminatorNooit was een complottheorie zo consistent.

Het Satanische en het perverse: de omkering als blasfemie

In 2006 diende Saskia Martens aan de universiteit van Utrecht een zeer lezensaardige scriptie in, getiteld “Vlucht door een literaire fuga - Een onderzoek naar fugatische aspecten in Zomervlucht van Jeroen Brouwers”. De roman “zomervlucht” wordt daarin geanalyseerd als een complexe fuga, waarvan het laatste hoofdstuk, ‘Contrapunctus’, verwijst naar het begin. Daarmee brengt ze iets essentieels aan het licht dat veel verder gaat dan het werk van Jeroen Brouwers, en zelfs van heel de literatuur- en muziekgeschiedenis.

De literaire tekst, gecomponeerd als fuga, overstijgt namelijk de klassieke chronologie, en nodigt zelfs uit om heel het verhaal achterste voren te lezen, vanuit het slot naar de inleiding. Alle muzikale fugavormen (vergroting, verkleining, spiegeling, omkering, canon) zijn eigenlijk speelse én strenge referenties naar deze omgekeerde tijdslijn. De romanfiguren schijnen te beseffen dat ze als marionetten de loop van verhaal niet kunnen veranderen, maar binnen de spiegeltechniek van de schrijver ontstaat er een soort iconoclastische empathie, die zich tegen de Almacht keert. Dat kan gaan tot en met de zelfvernietiging van de auteur, die zich met God niét wil identificeren (Brouwers was bezeten door de zelfmoordgedachte).

Nepjirgeb sella tluz eg ne, dreekegmo seel. Het gegoochel met symmetrieën heeft dus boosaardige kantjes: het is lachen met God, om niet te moeten wenen met zijn schepping. De fuga is dus een kat-en-muis-spel met de Almacht. De melodie, ooit een Gregoriaanse passus, wordt een palindroom, een parodie op de genesis, een blasfemische grap. De fuga is niet alleen een technisch huzarenstukje, het is vooral ook een provocerende demonstratie in Prometheïsche stoutmoedigheid, het stelen van het vuur en het spelen mét vuur.

Naar het schijnt heeft het woord “fuga” zowel een betekenis van vluchten (Lat. fugere) als van opjagen (fugare). Niet alleen Bach, maar ook de Large Hadron Collider in Genève vervult al deze betekenissen: hij jaagt de deeltjes op, zoekt naar het ultieme boson en daarmee naar de goddelijke kwintessens, maar tegelijk gebeuren er ongelukken en wordt de jager zelf opgejaagd door die orde die zich niet wil laten lezen. Meteen zitten we middenin de mythe de Sisyphe (Camus) en het 20ste eeuwse existentialisme. Het is in wezen niets anders dan het klassieke gevecht van de tragische held die tegen zijn eigen noodlot vecht, daar niet aan ontkomt, maar die toch volhardt, ondanks de signalen “van hogerhand” (zie bv. Aischylos’ Prometheus, en de Germaanse Siegfried).  

"Voorbij Prometheus doemt hier de figuur van Don Juan op, naast een hele reeks verdoemden, criminelen en maniakken die gewild en bewust de partituur averechts spelen, om het lot te tarten. Op een zeker moment wordt de overtreding een uitdaging en zelfs een bron van genot. De echte aandrijfkracht achter de zoektocht naar het Higgsboson én achter de Kunst der Fuge is het libido van Don Juan, zeker weten."

In dat opzicht is het interessant dat onze twee geschifte geleerden, Nielsen en Ninomiya, ook het ultieme alternatief van de ongehoorzaamheid openhouden: een “No”-kaart trekken en er toch mee doorgaan,- het Godsoordeel negeren. Dan wordt het pas echt leuk: een “tegennatuurlijke” middenvinger opsteken tegen de makers van onze toekomst. De romantische perversie,- de wil tot het kwaad en de verliefdheid op het noodlot,- vervangt de klassieke suspens. Alles wat ons als tegenslag en tegenkanting overkomt, kan ons vanaf dan alleen maar aansporen. Miskenning, censuur, broodroof, naast echte menselijke rampen: de constantia houdt ons recht, als absolute eigenzinnigheid. Voorbij Prometheus doemt hier de figuur van Don Juan op, naast een hele reeks verdoemden, criminelen en maniakken die gewild en bewust de partituur averechts spelen, om het lot te tarten. Op een zeker moment wordt de overtreding een uitdaging en zelfs een bron van genot. De echte aandrijfkracht achter de zoektocht naar het Higgsboson én achter de Kunst der Fuge is het libido van Don Juan, zeker weten.

In die zin zou men allerlei menselijke fenomenen en bedrijvigheden, zoals een boek van achter naar voor lezen, de kreeftengang in de muziek, de fuga’s van Bach, maar ook spookrijden, voor de foute partij kiezen, humor, anale sex, pedofilie, incest, elke vorm van criminaliteit of amoraliteit… kunnen opvatten als een inversie van de “juiste weg” en een parodie op de goddelijke logos. De omkering is dus een verboden ingreep, een genegeerd taboe, een godlastering. Heel het kwezelachtig aureool rond J.S. Bach verdampt hier: de manier hoe dit barokke genie notenbeelden spiegelt en omdraait, is “pervers”, in de betekenis van het verwisselen van ingang en uitgang, oorsprong en (uit-) einde, oorzaak en gevolg. Bach parafraseert de goddelijke orde, maar glijdt ergens, ongemerkt, in de blasfemie, onder het motto: “Lees omgekeerd, en u zult alles begrijpen”. Het satanisme, als anti-religie, heeft van die invertering zelfs een soort levenskunst gemaakt met eigen codes en schriftuur (het spiegelschrift en het omgekeerd kunnen spreken of schrijven, als taal van Satan). Dat de fugatische compositie de omkering en de spiegeling een esthetische dimensie geeft -die dus "genot" bezorgt voor het oor, het hart en de onderbuik-, maakt het allemaal nog erger.

De betere literatuur, ook filosofie genoemd, als zwarte kunst? De fuga als duivelspact? Bach als Satan-adept? De paters van het Lemmensinstituut zullen snel een kruisteken slaan. Toch volhard ik in de boosheid, en klasseer de verdwenen noten van fuga nr. 14 als een sanctie op een overtreding, een beteugeling van de perversiteit. Zoals de voorzienigheid ook spookrijders doet crashen en de AIDS-plaag op ons, sodomisten, afstuurt. 

We zouden natuurlijk paranoïde kunnen worden, en ons afvragen waarom we bij het schrijven van deze tekst door allerlei tegenslagen geplaagd werden, malversaties, defecten, vrienden die zich tegen ons keerden, haat en smaad. Op een zeker moment was het artikel dat u nu leest zelfs gewoon uit mijn pc verdwenen en kon ik herbeginnen. Eigen slordigheid? Toch ergens een “onzichtbare hand”? Is het toch waar dat de beste boeken nooit geschreven (mogen) worden?

 

Open einde

De vraag is, tenslotte, welke strategie wij zouden kunnen ontwikkelen tegen het (nood)lot. Het perverse is een articulatie van protest, een statement, maar geen ondermijning van de transcendente doellogica die ons schijnt te beheersen. Anders gezegd: vloeken is plezant, maar het helpt niks. Baader-Meinhoff maakte veel lawaai en stof, maar hebben ze één plooi in de geschiedenis verlegd, die er niet al in getrokken was? Wie zegt dat elke subversieve actie niet bij voorbaat is ingeschreven in het kosmisch scenario? Was 11 september 2001 een accident, een verstoring van het goddelijk plan, of een onderdeel ervan? Volgens Nielsen en Ninomiya is het beslist het laatste: alles, maar dan ook alles, is gepredestineerd. De kosmische fuga is geschreven, laten we hem met waardigheid uitvoeren, of eventueel boosaardig parafraseren. Tot het bittere of zoete einde. Tenzij…

Hier moeten we inbreken in de logica van het boek en speculeren op de status van de geschiedenis als scenario,... als tekst. Stel dat de personages binnen een boek zich beginnen af te vragen wat ze in het verhaal lopen te doen. Probleem voor de auteur. Ze slaan geen richting uit die hij kan corrigeren, ze doen eigenlijk helemaal…. niets. Het verhaal verandert dan niet van uitkomst, er is gewoon geen verhaal meer, en dus ook geen tekst. In die toestand bevindt zich de ideale roman, het ideale kunstwerk, de perfecte theorie: iets dat alle kanten uit kan, omdat het niets is. Niets dan een gapend gat.  Een troost voor al wie een manuscript van amper vijf bladzijden in zijn schuif heeft liggen. Maar waar brengt ons dat, als personages-zonder-boek? En welke gevolgen kan dit hebben voor het punt omega, de ontknoping op de laatste pagina?

"Stel dat de personages binnen een boek zich beginnen af te vragen wat ze in het verhaal lopen te doen. Probleem voor de auteur. Ze slaan geen richting uit die hij kan corrigeren, ze doen eigenlijk helemaal…. niets."

De existentiële twijfel in elk van ons, ons onvermogen en de onwil om wat dan ook te beslissen, doet God misschien wel het Noorden kwijtraken. De geschiedenis wordt dan brokkelig en onsamenhangend, omdat elke lacune, elk obstakel, door de Auteur ingebouwd, een gelegenheid is om het verhaal zelf te ontlopen. Was het dat wat Friedrich Nietzsche met "de dood van God" voor ogen had, en door Martin Heidegger in een on-tekst werd geherformuleerd ("Das Nichts nichtet...)? Een algehele writer’s block die zich van de Almacht meester maakt, wegens een gebrek aan verhaallijnen en acties die gewoon niet meer plaats grijpen? Leef in de leegte, maak de twijfel en de luiheid tot bron van uw standvastigheid. De Large Hadron Collider hoeft niet afgewerkt te worden en ook niet afgebroken. We laten hem gewoon staan als een teken van impasse.

De rebellie of de gelatenheid,- de vrijheid is hoe-dan-ook alleen denkbaar in een tekstloos universum. Het zijn de ontbrekende noten en de ongeschreven woorden die soelaas bieden tegen de tirannie van het noodlot. Niet langer geldt de schriftuur, als zoektocht naar de alles-verklarende formule, de perfecte reeks, de universele constante. Het is de gapende leegte net ernaast of eronder of ertussen die ons boeit, en die we tot biotoop van de onbeslisbaarheid kunnen inrichten. De plooien van de geschiedenis, de tochtgaten van het kosmisch gestel. Pendent opera interrupta: de strategie tegen het noodlot is een compleet nihilistische. Dat kan natuurlijk ook de boodschap zijn van de onvoltooide fuga nr. 14 die Bach misschien, nog beter, helemaal niet geschreven had. Maar dan had u ook het plezier aan deze tekst moeten missen, bij deze.

Neggez ki uoz, opac ad!

 

Link:

"The Collider, the Particle and a Theory About Fate" (The New York Times, 13/10/2009)

 

Johan Sanctorum

Terug naar boven