"Deng"-magazine, April 2005                          

 

Reageren            Terug naar archief                Terug naar startpagina

 

 

 

 

Nu het 175-jarig jubileum van onze natie voor de deur staat, schuiven de tricolore wolkenmassa’s weer met groot aplomb door het decor. Opmerkelijk is de expositie van de Zwitser Harald Szeemann ‘Visionair België­-C’est arrivé près de chez nous,’ in het Brusselse PvsK, bedoeld als historisch fresco en visuele apotheose van de feestelijkheden.

Dat de donkere kantjes van de vaderlandse geschiedenis –bv. de massaslachtingen in het Congolese kroondomein van Leopold II- weinig of niet aan bod komen in deze enscenering, zal niemand verbazen: Szeemann – die, O ironie, een paar dagen voor de opening de pijp definitief aan Maarten gaf- is beslist grondig gebriefd over wat wél en niet kan. Toch is de tentoonstelling méér dan een braaf overzicht van vaderlandslievende schouwgarnituren, al moet je hem een paar keer doorlopen voor je de dubbele bodem van de subtiele ironie doorhebt: het fetisjistisch amalgaam van ‘Visionair België’ toont vooral hoe dit land hopeloos vastzit in zijn eigen overlevingsrethoriek. “Terminaal België” ware een betere titel geweest

In die overlevingsrethoriek speelt de ophemeling van het ‘Belgisch surrealisme’ een grote rol,- niet toevallig is het ook de centrale insteek van Szeemann’s montage. De bolhoed van Magritte, die door Verhofstadt al werd bovengehaald naar aanleiding van het Belgische E.U.-voorzitterschap, moet de doorsnee-Belg namelijk het gevoel geven dat wat zich rond hem afspeelt, niet echt kosjer is en allerminst transparant, maar toch een hoog vermakelijkheidsgehalte bezit. België is weliswaar een grap, maar dan toch een goeie,- de vrolijke gekte van het surrealisme straalt nu eenmaal af op onze té gekke instituties… en daar moeten we nog fier op zijn ook. Als je dat verkocht krijgt, is er natuurlijk veel mogelijk. Het ‘surrealisme’ is m.a.w. het alibi voor het irrationele karakter van het regime, met zijn onmogelijke oplossingen voor ingebeelde problemen.

Interessant is ook dat Szeemann via zijn montage subtiel de échte krachten suggereert die dit land samenhouden: de verschillende elitaire circuits, met het hof als discreet middelpunt en het aanslepend democratisch deficit als gevolg. Het Belgisch parlement is nooit iets anders geweest dan een cirkus. De irrationele staat functioneert niet via zijn instellingen maar via zijn netwerken, parallelle circuits die eigenlijk al sinds de 19de eeuw operationeel zijn: de kerk, de loges, het patronaat, de vakbonden, de massamedia, de economische lobby’s, de invloedrijke families, de serviceclubs. Plus natuurlijk de échte besloten cenakels waar de échte beslissingen en petit comité genomen worden, iets wat we meestal met zo’n twintig jaar vertraging te weten komen,- zoals de Vier van Poupehan in de jaren ’80.

In deze ritselcultuur speelt het Hof de rol van joker. De monarchie bezit geen formele macht, maar is nog steeds het mentale centrum van de natie der elites. De overlevingsstrategie van het Belgische vorstenhuis bestaat erin om de spin te spelen in dit netwerk van netwerken: door intriges, het handig uitspelen van prerogatieven (de koning benoemt de federale ministers), en het subtiel belonen (de jaarlijkse kermis van adellijke titels en eretekens) ontstaat er een soort symbiose tussen establishment en monarchie. Op de achtergrond van deze wederzijdse pijpbeurt speelt zich heel het Belgisch stripverhaal af, een onwaarschijnlijke aaneenschakeling van compromissen, arrangementen, door wederzijdse bescherming half-toegedekte corruptieschandalen, gesacraliseerde sofismen en surrealistische fabulaties, synoptische tabellen die opfloepen als psychedelische visioenen middenin het politiek geharrewar . Visionair België dus.

Het wordt dus zoetjesaan tijd dat wat zich ‘progressief’ noemt, in naam van de transparante democratie ook eens terug gaat nadenken over de voordelen van een republiek of ‘gemenebest’. Ik denk dan nog niet aan een machtspartij zoals de VLD; maar Spirit of de Vlaamse Groenen of Vivant bv., wat hebben zij verloren in dit koninkrijk met operette-allures? Terwijl de moderne republiek toch hét koninginnestuk is van het gedachtengoed van de Verlichting en de Franse Revolutie… waar momenteel iedereen, de huidige bewindvoerders voorop, zo lyrisch over doet in het pleidooi voor tolerantie en tegen het fundamentalisme. Vreemd is dat wel.

Het Vlaams Belang is momenteel de enige partij die zich openlijk keert tegen de monarchie, en dat is tekenend voor de kwaliteit van het links-progressieve discours en zijn verkleefdheid aan de oude elites. Het feit dat braaf-links het republikeinse taboe zonder verpinken slikt, wijst op kwade trouw en medeplichtigheid. Hallucinant is daarbij dat ook zogenaamde ‘progressieve’ intellectuelen en kunstenaars zich klakkeloos door de surrealistische netwerkstaat laten naaien. Er was natuurlijk het hilarische moment waarop Anne-Theresa De Keersmaecker, moderne dansdiva (maar ook dochter van een oud-CVP-minister), tot barones werd gekroond. Vorig jaar mocht Jan Fabre, eigenzinnig theatermaker, grossier in olijfolie,… én decorateur van het Koninklijk Paleis, de sabel van Grootofficier in de Kroonorde uit de schede van Paola trekken. Ceci n’est pas une pipe, het lijken wel 18de-eeuwse boudoir-verhalen. Hoe kan men van het volk verwachten dat het de royalistische meligheid van de pulpblaadjes doorziet, als de grote coryfeeën zelf de charades van het Ancien Régime meespelen? Of hoort dit allemaal bij wat Szeemann suggereert als ‘de grote Belgische grap’? Of zijn er toch nog dingen die U en ik niet weten en ook niet hoeven te weten? Doorspitten dus,- alleen al daarom is een website zoals deze nuttig…Terug naar boven