'Menzo-magazine', 1 Augustus 2006
Terug naar archief
Terug naar startpagina
Openen in PDF-formaat
Reageer via het Webforum

'We neither confirm nor deny'
Hoe de Atlantische spreidstand van de Belgische operettestaat
het wereldterrorisme bevordert
Johan Sanctorum
25/07/2006
Terwijl de door Bush en zijn
‘neo-cons’ gesteunde staatsterreur van Israel ongestoord haar gang gaat,
groeit het vermoeden dat het zgn. ‘Islam-terrorisme’ de Palest
ijnse
zaak slechts als alibi gebruikt en andere, verborgen agenda’s volgt. Sterker:
naarmate het terrorisme wereldwijd toeneemt, ziet het
er meer en meer naar uit dat er verborgen
verbindingslijnen lopen tussen de machtscenakels van het ‘vrije, democratische’
Westen en de terreurbewegingen zelf. Zijn ze op elkaar aangewezen? Een brede
osmotische schemerzone waarin reguliere geheimagenten, politieke en religieuze
extremisten, krijgsheren, stadsguerilla én beroepskriminelen opereren, schijnt
het platform te zijn waarop de gezworen vijanden communiceren. Achter onze rug
en ondergronds uiteraard. Ook in het broeierige, multiculturele en
polyreligieuze Mumbai, het toneel van de aanslagen begin Juli, zit blijkbaar
heel het zootje op elkaars lip: in 1993 was het in diezelfde Indische grootstad
al eens prijs, met een dodentol van 200 slachtoffers.
Het profiel van de voor die slachting verantwoordelijk geachte lokale godfather,
Dawood Ibrahim, is interessant en veelzeggend: een onderwereldkoning,
drugsbaron en islamitisch extremist, gelinkt aan de Pakistaanse geheime dienst.
Deze combinatie van groot misdaadgeld en religieus fundamentalisme –ook eigen
aan de familie van Bin Laden trouwens- zou naar een spoor kunnen wijzen dat in
de richting loopt van een ‘bestelde aanslag’. Door wie? Welke machten hebben
belang in een destabilisatie, massale angstpsychoses, en de daarbij behorende
wereldwijde roep naar meer veiligheid, desnoods in een gemilitariseerde
samenleving, gebaseerd op controle en repressie, het liefst gecoördineerd vanuit
één planetair zenuwcentrum? Hoe krijgen de VS in die regio een bijkomende poot
aan de grond, als steunpunt voor hun interventie in Afghanistan?
De vraag stellen is ze beantwoorden: Mumbai ruikt naar CIA-geld. Het zou ook
omgekeerd de argwaan moeten aanscherpen van Moslims die al te gemakkelijk
sympathiseren met hun geloofsbroeders die in naam van Allah treinen opblazen:
terreur is vandaag te koop, er is zelfs een ‘markt’ voor.
Het zwijgen van Flahaut
Het toeval (?) wil dat diezelfde Amerikaanse Geheime Dienst de voorbije maand een paar keer het nieuws haalde in een Belgische context, waarbij de verantwoordelijke bewindvoerders zich bijzonder schroomvallig en gereserveerd opstelden.
6 Juli. Ondanks de aanzwellende
geruchten over geheime CIA-vluchten met ‘van terrorisme verdachte personen’ over
Belgisch grondgebied en langs Belgische luchthavens, weigert Defensieminister
Flahaut elke medewerking aan een parlementair onderzoek: de senaatscommissie
is niet welkom op Semmerzake, waar het leger de vluchtgegevens boven ons
land centraliseert. Ondertussen is ook een meerderheid van het Europees
parlement tot de conclusie gekomen dat er stront aan de knikker is. Wat mogen we
niet weten? Waarom blijft Flahaut zwijgen? Waarom liegt de staatsveiligheid
tegen het parlementair controlecomité I, als ze zegt dat de regering hierover
nooit nadere uitleg heeft gevraagd? 
Een paar dagen eerder bracht de New York Times uit, dat diezelfde CIA, via het netwerk van de coöperatieve organisatie Swift in Terhulpen, in het internationaal bankverkeer snuffelt, zogezegd op zoek naar transacties tussen terroristen. Blijkbaar moet men tegenwoordig de New York Times lezen om te weten wat er in België gebeurt.
Swift is in principe maar een doorgeefluik van data; toch heeft de Amerikaanse Geheime Dienst kans gezien om het wereldwijd electronisch bankverkeer via deze sluis te onderscheppen en in te kijken. En dat heeft waarschijnlijk alles te maken met het profiel van zijn topmanager Leonard Schrank, voorzitter van de Amerikaanse Kamer van Koophandel en notoir Bush-sympathisant. Schrank is een coryfee van het conservatief establishment in de VS, en was dus gemakkelijk aanspreekbaar inzake de schending van het sacrosancte Westers-kapitalistische bankgeheim. De officiële kanalen worden dus doorkruist door persoonlijke connecties. Goeverneur Guy Quaden en de top van de Nationale Bank van België waren al maanden op de hoogte, de regering en de premier blijkbaar niet. Althans, dat beweert deze laatste. Want Wilfried Martens wist indertijd ook nergens van (zie verder).
Interessante instelling overigens, deze Nationale Bank van België: niet alleen muntslagerij van een koninkrijk dat op zijn laatste benen loopt, vijfsterrenrustoord voor uitbollende politici, maar blijkbaar ook grossier in bankinformatie en filiaal van een buitenlands spionagenetwerk. Nu kan het mij als gewone burger, altijd blij als hij de volgende maand haalt, weinig schelen dat President Bush de grote intercontinentale geldstromen laat uitpluizen,- de mijne zijn er zeker niet bij. Maar het is weinig waarschijnlijk dat Bin Laden braaf een overschrijvingsformuliertje in een Afghaans bankfiliaal dropt om zijn strijdmakkers van munitie te voorzien. Het gaat dus om een breder fenomeen. ‘Swiftgate’, zoals de New York Times het al noemt, tot grote ergernis van de Bush-administratie en de republikeinsgezinde Wall Street Journal, is vooral symptomatisch voor de wereldwijde poging van nieuw-rechts om de vrijheid van mening en het recht op privacy aan banden te leggen. En dat brengt ons op de essentie van ‘terreur’ in het nieuwe historisch kader na de val van de ‘muur’.
De machtsgreep van de ‘neo-cons’: veiligheidspolitiek of terreurmanagement?
Met de wegdeemstering van het communisme
lag de weg vrij voor het wereldkapitalisme, maar was ook het grote naoorlogse
vijandbeeld (‘the Empire of Evil’) verdampt. Er
dreig
de
dus een machtsvacuüm waarin de publieke eisen om een ‘vredesdividend’, onder de
vorm van meer democratie en transparantie, steeds luider werden. Om de subversie
vanuit de linkerzijde de pas af te snijden, moest er
dus snel een nieuwe boeman gecreëerd worden, en die kwam er ook als bij wonder,
ditmaal ruimtelijk niet te localiseren, onvoorspelbaar, overal en nergens,- wat
het angsteffect nog enorm vergroot: ‘de vijand is onder ons’, het kan zelfs je
buur zijn. Deze nieuwe onzichtbare vijand is de quintessens van het postmoderne
machtsdenken. Het terreurbewind dat Israël, onder het goedkeurend oog van Bush,
op de Palestijnen uitoefent, zogezegd als anti-terreur, is paradigmatisch: sinds
Ariel Sharon is macht synoniem met angstmanagement. Het totalitaire,
gemilitariseerde apparaat legitimeert zich compleet en uitsluitend onder de
noemer ‘veiligheidspolitiek’. Dat werkt uiteraard des te beter in een
psychotische, door religieuze waan en een historisch meerderwaardigheidscomplex
gedomineerde on-staat als Israël.
Volgens onderzoeksjournalist Thomas Deflo zullen terreur en zijn massapsychotisch effect dan ook hét strategisch basisconcept vormen van de 21ste eeuwse Westerse regimes die onder de V.S.-paraplu schuilen. De mythe van de moderniteit is over, burgers moeten terug in het gelid lopen. De democratie zal imploderen onder het gewicht van een universeel, diffuus, maar door reëel geweld gevoed angstgevoel, waardoor de publieke opinie en de media controle en repressie als iets vanzelfsprekend gaan vinden, om de ‘vrije samenleving’ te beschermen. Inclusief censuur, afluisterpraktijken en willekeurige arrestaties. Deflo legt een indrukwekkende lijst van data en feiten aan. Allerlei splintergroepjes en fanatieke bewegingen, van het neo-fascistische ondergrondse Gladio-netwerk in Italië, tot de opnieuw opgedoken Baath-milities van Saddam Hussein in Irak, en niet te vergeten uiteraard de door Al Qaeda geclaimde aanslagen zelf in Londen en Madrid, zouden gefinancierd zijn door een geheim potje dat de CIA erop nahoudt. Voor de hand liggende vraag: houdt Swiftgate misschien eerder verband met dié CIA-geldstromen richting terreurnetwerken, waarvan het spoor moest uitgewist worden, dan met de terroristenkas op zich?
De democratie zal imploderen onder het gewicht van een universeel, diffuus, maar door reëel geweld gevoed angstgevoel, waardoor de publieke opinie en de media controle en repressie als iets vanzelfsprekend gaan vinden, om de ‘vrije samenleving’ te beschermen. Inclusief censuur, afluisterpraktijken en willekeurige arrestaties.
Om heel de dynamiek van het postmoderne terreurmanagement te begrijpen, moet men overigens de agenda van de zgn. ‘neocons’ doorhebben,- de neoconservatieve wind die door alle geledingen van de Amerikaanse maatschappij waait. Het ontwikkelde machtsapparaat in Washington steunt op drie pijlers die alle buiten het veld van de openbare democratische besluitvorming liggen. De eerste is de Amerikaanse industriële lobby, aansluitend op de militaire logica via de oorlogsindustrie. Zij krijgen o.m. de vette contracten in Irak en zijn sterk gekant tegen elk ecologisch geluid (Kyoto) dat de olieverslindende en vervuilende economie zou kunnen verontrusten. ‘Ecologist’ is in de V.S. vandaag een erger scheldwoord dan ‘communist’.
De tweede pijler is het neo-conservatief gedachtengoed zelf, eindeloos herkauwd door pseudo-intellectuele denktanks/drukkingsgroepen, waaronder het “Project for the New American Century” (PNAC) de toon aangeeft, en waarvan wij er ook een aantal in zakformaat kennen (Nova Civitas e.d.). Zij lepelen, naast de absolute vrijemarktdoctrine, ook terloops de ‘traditionele waarden’ erin die het ultraliberalisme en de macht van het grootkapitaal moeten ondersteunen: het gezin, privé-eigendom, het maatschappelijk egoisme, minder sociale voorzieningen, bestrijding van subculturen , een flinke dosis patriottisme, en als saus een autoritair-dogmatische, Mozaische versie van het Christendom (vandaar de contradictie dat de technologisch verst gevorderde natie teruggrijpt naar een archaïsch Bijbelverhaal om de kosmos te verklaren…).
De derde pijler is de restyling van de staatsveiligheid (‘Intelligence’) tot een uitermate discrete maar efficiënte organisatie die, via een ingewikkeld netwerk van infiltranten en dubbelagenten, de ‘externe vijand’ zelf regisseert en zo het Westerse angstsyndroom beheert. De convergentie met het georganiseerde misdaadmilieu is dan voor de hand liggend, iets wat bv. ook politiek analiste Rollie Lal bevestigt in de gezaghebbende International Herald Tribune: het welbekende verhaal van de jager die de stroper sponsort om samen de konijnen op te jagen. Dat zou het Guantanamo-fenomeen kunnen verklaren, en vandaar die andere voor de hand liggende vraag: is het concentratiekamp op Cuba een echte isoleerplek voor gevaarlijke terroristen, of is het een doofpot waar de CIA-geheimen rond netwerking en financiering kunnen uitsudderen? Weten de gevangenen teveel, en moeten ze daarom afgezonderd worden, in afwachting van een grondige hersenspoeling, waarna ze met mondjesmaat worden vrijgelaten?
“9/11”: Complottheorieën zijn niet altijd geschift
Als men het neo-conservatisme overigens politiek ten gronde analyseert, blijkt het te gaan om de nieuwe verwerking van een oud dilemma dat inherent is aan het kapitalisme zelf: hoe kan een systeem, gebaseerd op (economische) vrijheid, uitbuiting en het recht van de sterkste, beletten dat subversieve krachten zelf de vrijheid nemen om het systeem in vraag te stellen? De grote paradox van de neoliberale doctrine, en van het kapitalisme tout-court, is immers, dat ze onder de vlag van de vrijheid een teugelloze vrijemarkteconomie kon uitbouwen, maar ook de democratische burgerrechten moest dulden, die, bijvoorbeeld als consumentenorganisatie, kritische pers, milieubeweging of vakbond, het laissez-faire van het grootkapitaal bekritiseren. Hoe deze ‘linkse’ schaduw van het liberalisme onthoofden? Het postmodern wereldkapitalisme moet dus liberaal én autoritair tegelijk zijn. Repressie in naam van ‘freedom and democracy’. Het alibi voor dat alles is wereldwijd een begrip geworden, en heet “9/11”.
Sinds
de twee vliegtuigen de Twin Towers doorboorden is het collectief bewustzijn in
de V.S. behekst. Men waant zich nog steeds het centrum van de vrije wereld, maar
men ketent zichzelf vast uit schrik. ‘Veiligheid’ is in de V.S. het sleutelwoord
waarmee elk discours rond burgerrechten bij voorbaat gegijzeld wordt. Het
populaire gezegde dat, als Bin Laden niet bestond, Bush hem had moeten
uitvinden, heeft natuurlijk een grond van waarheid: 9/11 was een godsgeschenk
voor Bush, Chenay, Rumsfeld en consoorten,- het was de
gedroomde aanloop naar de inval in Irak die het militair-industriëel complex van
de V.S. een nieuw elan moest geven, én de klapper die de publieke opinie moest
dooreenschudden voor een ruk naar rechts. Deze schokterapie is zo oud als de
straat: keizer Nero liet Rome afbranden en gaf de Christenen de schuld; de
nazi’s staken het Reichstag-gebouw in de fik en namen meteen de hele winkel
over. Het is dus nog maar de vraag of 9/11 alléén maar een meevaller was.
Tussen de talrijke folklore van complottheorieën op het internet, springt er alvast eentje qua degelijkheid uit: de video-documentaire ‘Loose Change’ van Dylan Avery (http://www.loosechange911.com) beargumenteert op indrukkenwekkende wijze de these dat het Twin Towers-kataklysme van 2001 in scène is gezet door een select en supergeheim clubje dat pendelt tussen de achterdeur van het Witte Huis en het Pentagon.
Complottheorieën blijken, hoe kwakkel ze soms ineensteken, toch niet altijd geschift. Sommige zaken zijn niet bewijsbaar en moeten gisten als vermoedens. Er bestaat dus zoiets als een ‘redelijke paranoia’. Jammer genoeg. Met veel vertraging komt de waarheid soms aan het licht,- en opvallend: de leugenaars van toen vertellen het met de glimlach na, alsof hun leugens tot een historische noodzakelijkheid zijn gaan behoren. Zo twijfelt er niemand meer aan –en wordt ook officieel toegegeven- dat de CIA in de jaren ’80 de ultra-rechtse doodseskaders in Nicaragua, Guatemala en El Salvador sponsorde, om een angstklimaat te scheppen en de roep om een autoritair (lees: door de V.S. gesteund) regime te versterken. De georganiseerde misdaad, vooral de drugtrafiek, fungeerde daarbij als corridor. Toen al. In 1984 krijgt ene Osama Bin Laden van diezelfde CIA geld voor terroristische acties tegen de Russen in Afghanistan. Ook dat was toen top secret, en nu een waarheid als een koe. Wie maalt er nog om, vandaag? Men geeft het toe en schrijft zijn memoires.
Complottheorieën blijken, hoe kwakkel ze soms ineensteken, toch niet altijd geschift. Sommige zaken zijn niet bewijsbaar en moeten gisten als vermoedens. Er bestaat dus zoiets als een ‘redelijke paranoia’. Met veel vertraging komt de waarheid soms aan het licht,- en opvallend: de leugenaars van toen vertellen het met de glimlach na, alsof hun leugens tot een historische noodzakelijkheid zijn gaan behoren.
Het geval Wilfried Martens, uit diezelfde jaren ‘80, is typerend voor dit cynisme en legt de link opnieuw naar het actuele zwijgconcert van Flahaut en partners.
Op
15 maart 1985 vindt, na twee jaar publiek protest met o.m. een massabetoging van
400.000 man in Brussel, het parlementair debat plaats over de plaatsing op
Belgisch grondgebied van middellange afstandsraketten onder Amerikaans commando. Op het ogenblik van Martens’
speech in het parlement zijn de raketten al op transport gezet, richting
luchtmachtbasis van Florennes. De premier doet in plenaire zitting alsof hij
nergens van weet, tot de kranten de volgende dag berichten dat ‘ze er
staan’.Twee dagen later betogen 150.000 mensen opnieuw in Brussel. Het wordt een
betoging van de wanhoop: België is een vazalstaat, zo blijkt. Veel later blijkt
Wilfried Martens op die 15de maart perfect op de hoogte geweest te zijn van het
feit dat de raketten onderweg waren, maar hij ‘vergat’ het toen te vertellen.
Het is geen gerucht, Martens onthult het vandaag zelf. Applaus op alle banken.
Misschien ‘vergeet’ hij nog veel meer te vertellen: het Belgische 'stay behind'
netwerk onder code-naam SDRA-8, financieel en organisatorisch gesteund door de
CIA, zou mogelijk een rol hebben gespeeld in de terroristische acties
toegeschreven aan de 'Bende van Nijvel' die België tussen 1982 en 1986 te
verduren kreeg. Men wou door middel van terreuracties het 'onveiligheids-gevoel'
bij de bevolking aan te wakkeren, aandacht van de economische crisis af te
wenden en zo het plaatsen van o.a. kruisraketten en wapendepots in een
positiever daglicht stellen.
Zien we spoken? Recent dook een ultra-geheim document uit midden de jaren ’80 op, getekend Generaal Westmoreland, toenmalig chef van de generale staf in de Verenigde Staten, ter attentie van de inlichtingendiensten van landleger, marine en luchtmacht. ‘Het is mogelijk’, schrijft de generaal, ‘dat de regering van het betrokken land geen actie wil ondernemen tegen de subversie. In dat geval moeten de Amerikaanse inlichtingendiensten van het leger speciale operaties starten om de regering en de publieke opinie van het tegendeel te overtuigen. (...) Zij moeten gewelddadige of niet-gewelddadige acties organiseren, dat hangt af van de concrete toestand."
De terreurstrategie van de neo-cons blijkt dus een opgewarmd brouwsel van het Reagan-tijdperk uit de jaren ’80, met dezelfde mix van neoliberalisme, terugkeer naar de ‘traditionele waarden’, en afbraak van burgerrechten ‘om redenen van nationale veiligheid’.
Het hoofdstuk van Martens en de rakettenkomedie is een van de meest degoutante momenten uit de naoorlogse Belgische politiek. Het is ook een ideale proloog naar de scenario’s die zich nu wereldwijd afspelen. Het onderzoek naar de aanslagen van de ‘Bende van Nijvel’ zit compleet in het slop en zal waarschijnlijk voorgoed insluimeren. Het is daarom des te opvallend en ergerlijk dat de historische kritiek compleet mankeert bij de nieuwe generatie journalisten. Nevenverschijnsel van het feit dat geschiedenis uit het lessenrooster verdwijnt? Is dat ook een stukje van de postmoderne machtsstrategie,- het collectief geheugenverlies veroorzaken? Ik blijf me verbazen over het feit dat de protagonisten van het politiek theater uit de jaren ’80 zo goed wegkomen. Dit voorjaar viel Wilfried Martens, in zijn studententijd progressief flamingant en nu lid van de neo-Belgicistische bejaardenclub ‘B-plus’, een hallucinant eerbetoon te beurt viel, n.a.v. het aan hem gewijde toneelstuk in het Gentse NTG. De kritische commentaren waren gering: de man die het parlement voorloog is een quasi-historische held geworden, ook en vooral bij ‘links-progressieve’ intelligentsia.
Knack-hoofdredacteur Karl Van Den Broeck is een van de weinigen die het onfrisse geurtje durfde te signaleren: “Wat daarbij opvalt, is dat Martens blijkbaar tot de verbeelding spreekt van publicisten en kunstenaars die zichzelf zonder gêne 'links' of 'progressief' durven te noemen. Mensen als Mark Schaevers (op wiens bekroonde Martens-interviews in Humo de biografie sterk steunt), Bart Meulemans (de auteur van het stuk die in De Standaard zei dat hij 'eerherstel' wil voor Martens) of Jeroen Olyslaegers (die in het NTG een kritische Martens-tekst voorlas) betoogden in de jaren tachtig hoogstwaarschijnlijk met vuur tegen de raketten. Ze knikten wellicht instemmend telkens wanneer Tobback de eeuwige premier 'erger dan Caligula' noemde. Martens mag dan al een 'tragische', haast 'shakespeareaanse' figuur zijn, dat mag de critici van toen toch niet te week maken. Wie ooit de geschiedenis van de antipolitiek schrijft in België, zal een vette kluif hebben aan de rol die de machtsgeile Martens daarin gespeeld heeft. Van revolutionair Vlaams-progressief tot strijdmakker van Berlusconi. Van vredesduif tot havik van de Koude Oorlog. Van sociaal bewogen christenmens tot keiharde saneerder. En dat allemaal met één doel voor ogen: premier worden. En blijven.” (Knack-magazine, 12-04-2006)
Een citaat om in te kaderen, dat veel zegt over de tijdsgeest, de epidemie van het politiek-correcte denken en de salonfähigkeit van zogenaamd-links in Vlaanderen. De tijd dat Hugo Claus’ satirisch theaterstuk ‘Leven en werken van Leopold II’ (1970) van overheidswege werd verboden, is blijkbaar allang voorbij. En ach, Claus kreeg nadien ook het ereteken van Ridder in, jawel,… de Orde van Leopold II. Valt het te verbazen dat complottheorieën zo populair zijn?
De hoer van Europa
Vazalstaat?
Operette-natie? Bananenrepubliek? Het ziet er in toenemende mate naar uit, dat
Brussel/België een vrijhandelszone aan het worden is, waarin geheimagenten,
kriminelen en terreurbrigades van allerlei pluimage elkaar rendez-vous kunnen
geven. Niet alleen dus een trefplaats van het moslimterrorisme, zoals men soms
beweert. Maar van de mondiale geweldmarkt op zich, waarin CIA en Al Qaeda
uiteraard hoofdspelers zijn, respectievelijk als klant en leverancier. De
nabijheid van het Nato-hoofdkwartier en de Europese Commissie maken die
melting-pot des te ondoorzichtiger: internationalisering werkt als een
perfect mistgordijn. Is het daarom dat heel de Brusselse Euro-wijk, het
NATO-hoofdkwartier in Evere en de aanpalende stulpjes van de (Amerikaanse)
multinationals tot op heden haast mirakuleus zijn ontsnapt aan elke poging tot
aanslag? Zoveel Westers-decadente symboliek en Uncle Sam-geur, dat moet toch de
aandacht wekken van Al Qaeda? Men kan zich verder afvragen, of het Belgische
open-grenzen-beleid, onze spreekwoordelijke ‘gastvrijheid’, samen met het
polyglot en multicultureel label van Brussel/België, niet veeleer dienen om de
juiste ruis te creëren waarin de internationale fluisternetwerken ongestoord
kunnen woekeren. Bij elke nieuwe blunder van onze staatsveiligheid groeit het
vermoeden dat Jansen en Janssen de discrete wenk hebben gekregen om er zich niet
mee te moeien.
Men kan zich tenslotte afvragen, of het typisch Belgische gebrek aan identiteit en gevoel voor eigenwaarde, de gespletenheid van dit land, de hilariteit en vertedering opwekkende chocola-, frieten-en-bierfolklore,… niet met opzet worden gecultiveerd, omdat vuile deals nu eenmaal ergens tot stand moeten komen, en liefst dus in een psychisch amorfe omgeving. Deze achterbuurtstatus zit ons als gegoten, en is op zichzelf al een reden om de Belgische staat zo snel mogelijk op te doeken en het Brussels waterhoofd te saneren. Het is ondenkbaar dat een cultuurnatie als Frankrijk (uit de NATO gestapt, ze wisten waarom), zijn soevereiniteit in een dergelijke mate zou verkwanselen. Onze culturele achterstand en historische handicap, waardoor we alleen nog een discours van het nonsensikale kunnen cultiveren (het surrealisme, de bolhoed van Magritte, het Atomium…), worden door het Belgisch feit alleen maar bestendigd. In 2000 jaar Europese geschiedenis is iedereen over ons gereden en heeft een pakketje onzin achtergelaten; hoe minder we au serieux genomen worden, met des te meer bombast persen we ons als een overjaarse deerne in de internationale etalage. De naar haar laatste adem snakkende hoer van Europa verkoopt haar armen en benen, in ruil voor een borstvergroting. Grappig en pathetisch. Alleen Polen en Luxemburg, twee andere Europese staten met een zwaar historisch identiteitsprobleem, doorstaan in dat opzicht de vergelijking. De twee grote Vlaamse kranten, De Standaard en de Morgen, bevorderen deze intellectuele achterstand: het zijn Belgicistische, in wezen neo-liberale en zelfs grotendeels populistische massamedia die, onder het mom van pluralisme en verdraagzaamheid, het kritisch burgerbewustzijn afbouwen, alle mentale filters slopen, en cultuur onmerkbaar vervangen door een geforceerd-optimistische muzakcultuur, opgelepeld in de talloze lifestyle-magazines die allemaal op elkaar trekken en die ons de eenheidsworst van de global village moeten verkopen.
Men kan zich tenslotte afvragen, of het typisch Belgische gebrek aan identiteit, de gespletenheid van dit land, de hilariteit en vertedering opwekkende chocola-, frieten-en-biercultuur,… niet met opzet worden in stand gehouden, omdat vuile internationale deals nu eenmaal ergens hun beslag moeten krijgen. Deze achterbuurtstatus zit ons als gegoten, en is op zichzelf al een reden om de Belgische staat zo snel mogelijk op te doeken en het Brussels waterhoofd te saneren.
Ach, dat cosmopolitisme en die Atlantische spreidstand onder een NATO-blauwe hemel. Ik moet altijd glimlachen als ik verlichte intellectuelen, genre Rik Coolsaet, hoor jammeren over het moderne gebrek aan identiteit en de afwezigheid van ‘grote verhalen, om vervolgens te stellen dat we ‘wereldburger’ moeten worden. Maar Rik, we zijn het al, dat is juist ons probleem! Hoe meer talen we proberen te spreken, hoe onmondiger we worden. Hoe beter we ons verkopen aan de buitenwereld, hoe schraler het vanbinnen wordt. Hoe meer handelsmissies met Prins Filip, des te joliger gniffelt men achter onze rug. Hoe meer bier Inbev aan de man brengt, van China tot Brazilië, hoe fletser het smaakt. Hoe meer open-deur-dagen we houden, hoe liever de CIA, de georganiseerde misdaad en de terreurorganisaties het hebben. Het cosmopolitisme is de non-ideologie van de bananenrepubliek,- het is synoniem van desintegratie en identiteitsverlies. Het globalisme daarentegen is de ideologie van de heersers en de veroveraars. De eerste echte Belgische globalist, zijn tijd ver vooruit was overigens onze Leopold II, de man die zaadlozingen kreeg, alleen al bij het horen van de naam Congo. Zijn spoor ligt bezaaid met tienduizenden afgehakte handen en voeten van negers, slechte cosmopolieten die de ‘beschaving’ niet toelieten en hun ‘tribale’ cultuur (Coolsaet gebruikt het woord’tribaal’ met minachting) prefereerden.
Tenslotte is ook het fabeltje va
n
‘België als logistiek centrum van Europa’, waarmee vooral de VLD een
asfalt-en-beton-beleid wil voeren en onze locale mobiliteit ontwricht met dagelijks
op stilstaande files smakkende vrachtwagens, een aspect van ons gebrek aan
integriteitsgevoel en het ontbreken van mentale firewalls. Aangevuurd
door het hysterisch optimisme van premier
Verhofstadt en het ronkend BMW-populisme van
Jean-Marie Dedecker, lijkt het wel alsof we vooral niet mogen stilstaan of
nadenken, alles moet continu bewegen in de economische carroussel. In Frankrijk
en Duitsland zijn vrachtwagens taboe op zondag, alleen in België razen ze
vrolijk verder. Alsof we ergens een race tegen de geschiedenis voeren. De
transportlobby Febeltra draagt zijn steentje bij tot de chaos die dit land zijn
hoerig imago geeft waardoor indringers quasi-onzichtbaar worden. En ik spreek
dan niet over die arme luizen uit de derde wereld die hier een menswaardig
bestaan zoeken. In Kleine-Brogel liggen naar het schijnt nog altijd kernkoppen
opgeslagen. Lakonieke commentaar van de NATO-top: ‘We neither confirm nor
deny.’ In gewone taal: het gaat jullie, negertjes, niets aan.
Het zwijgen van het Belang en… van de Groenen
Ondertussen is het oorverdovend stil bij de oppositie, voor wie de recente Belgische CIA-verhalen toch gesneden brood zouden moeten zijn.
De
grote bekken van het Vlaams Belang, altijd in de weer om het Belgische
establishment lik op stuk te geven, gaven dit keer geen kik bij de onthullingen
rond Swiftgate en de geheime Amerikaanse gevangenentransporten. Sterker
nog: op de website van het VB verklaart Euro-parlementslid Philip Claeys
ronduit dat er geen vuiltje aan de lucht is, en dat het allemaal maar gaat om
‘Anti-Amerikaanse stemmingmakerij’.Tja. De liefdesverklaringen van Vanhecke,
Annemans en Dewinter aan het adres van Bush en de Amerikaanse neo-cons
waren ons allanger bekend. Maar nu blijkt hun affiniteit met dit twijfelachtige
gedachtengoed ook zwaarder door te wegen dan de kritiek op het Belgisch
gestuntel, het zwijgen van PS-er Flahaut en de leugens van de Staatsveiligheid.
Dat is dan genoteerd.
Ideologisch veel beter geplaatst in deze, is de kiesdrempelpartij Groen!. De strijd tegen het Amerikaanse imperialisme, het Bush-regime dat alle milieunormen met de voeten treedt, de quasi-kolonisering van België door het Atlantisch Bondgenootschap- men zou denken dat Groen! de door de New York Times publiek gemaakte schandalen aangrijpt om een politieke rel zonder weerga te veroorzaken, waarmee het naadloos de campagne voor de lokale verkiezingen van dit najaar kan injumpen. Neen dus: de Vlaamse Groenen zwijgen zo zedig als hun bruine tegenhangers. Onze hypothese: het geitewollensokkensyndroom speelt hen nog steeds parten, en drijft hen in de richting van de Belgitude, het unitaristisch discours, de open-grenzen-mythe en de bijbehorende cosmopolitische prietpraat die ons degradeert tot een autostrade tussen Nederland en Frankrijk. Groen! is voor kleinschaligheid maar schuwt het woord ‘identiteit’. Groen! is tegen de betoncultuur maar plakt aan het fluisterasfalt van het Belgisch establishment. De dag dat ze die corrupte reflex opgeven, over organische integriteit beginnen na te denken en écht stout worden, weet ik voor wie ik moet stemmen. Want we hebben maar één Moeder Aarde, en vuile smog stopt niet aan de grenzen, evenmin als Al Qaeda of de CIA trouwens. Tot zolang is het kwakkelen, panacheren, proteststemmen of, bij minder humeur, gewoon blanco stemmen. Enquêteurs voor opiniepeilingen: ik stuur ze wandelen of speld ze wat op de mouw. Totale communicatiestop. We neither confirm nor deny…■
Interessante links: