Startpagina "Visionair België"                                       Contact                                   Reageer via het Forum

 

 

Onderstaande Open Brief opgesteld door Johan Sanctorum, rond de politiek-correcte censuur in Vlaanderen, verscheen op donderdag 9 april in De Standaard.

Het feit dat 36 Vlaamse opiniemakers (ondertussen herdoopt tot « de drie keer dirty dozen », met dank aan querulant Piet De Moor) hem tekenden, belette deze "kwaliteitskrant" nochtans niet om zelf aan censuur te doen en een paar passages te schrappen (in het rood aangeduid) zonder enige ruggespraak met de initiatiefnemers. Ook de URL (verwijzing naar deze webpagina) viel op mysterieuze wijze van het blad.

Tot op vandaag is de kritische passage over boek.be en de rol van Jos Geysels weggegomd in de on-ine versie van DS.

Hier dan de complete tekst.

 

Het ritselt weer onder de toonbanken...

 

De “Gounod/Dillen-affaire” toont aan dat we ons in een feitelijke toestand van censuur bevinden.

 

 Het verhaal is ondertussen bekend: een voortreffelijke Mitterrand-biografie, onder meer op Klara en in NRC-Handelsblad bejubeld, getekend Vincent Gounod, bleek in werkelijkheid van de hand van VB-politicus Koen Dillen. Waarna weldenkend Vlaanderen helemaal van de wijs geraakte, en ervoor zorgde dat het boek nauwelijks nog te verkrijgen was in het normale circuit. In Nederland ligt het wel open en bloot in de etalage. Gaan we terug naar de tijd van de sexshops?

Het voorval legt een diepere malaise bloot binnen het cultureel/academisch universum in onze contreien. Het fameuze “cordon” rond één bepaalde partij, waarvan we het strategisch nut in het midden laten, heeft er blijkbaar voor gezorgd dat boeken niet meer hoeven gelezen te worden om er een oordeel over te vellen. We willen hier de welles-nietes discussie niet voeren of die ene Antwerpse ‘linkse boekhandel met een duidelijk profiel’ het boek nu achteraf uit de rekken haalde of niet (daarover lopen de versies sterk uiteen). Feit is dat de Mitterrand-biografie van Koen Dillen niet racistisch of xenofoob of negationistisch is, maar gewoon een hoop heisa veroorzaakt omdat de auteur met het etiket “fout” op zijn hoofd rondloopt, waardoor hij zich gedwongen voelde om een pseudoniem te gebruiken.

Vlaanderen schijnt opgedeeld te zijn in een politiek-correcte helft die toegang krijgt tot de media, vlot een uitgever vindt, het obligate BV-kransje bemant; en anderzijds een schimmig continent van onbespreekbare, verboden, uit de publieke sfeer geweerde politisch-unfähige mensen, zoals dat onder de nazi’s heette. Dat de boekensector zich hier van zijn braafste en meest conformistische kant toont, is ook duidelijk. Bij de meeste boekhandels en grote ketens is de fameuze Mitterand-biografie, sinds Gounod zich als Dillen ontpopte, enkel “op bestelling” verkrijgbaar. Dat is een feitelijke toestand van censuur, waarbij zelfs de heilige koe van de commercie wordt geslacht (Dillens boek zou ondertussen een kaskraker kunnen zijn) om onze ziel van smetten te vrijwaren. Het is bekend dat boek.be, organisator van de Antwerpse Boekenbeurs, nog steeds een index hanteert van ongewenste auteurs en verboden uitgeverijen.

“De linkse kerk in Vlaanderen heeft vandaag nog altijd een probleem met intellectuele diversiteit,” concludeert Dillen. Inderdaad. Het begrip “controverse”, absoluut nodig in een volwassen democratie, verstuift hier compleet. Zelfs al strookte zijn boek niét met de politieke weldenkendheid, zelfs al was het zo “fout” als wat, ook dan, juist dan zou het boekenwezen het moeten omarmen, omdat het tegenspraak zou oproepen en reacties provoceren. Zoiets heet polemiek, in Vlaanderen een hachelijk punt.

Om die reden wensen wij eveneens een lans te breken voor de vrije verkoop van Filip Dewinters pamflet Inch’ Allah. Dit houdt geen stellingname in over het boek, de auteur of zijn partij. Maar zolang een publicatie niet tot geweld oproept – wat het boek van Dewinter niet doet – is iedere feitelijke censuur een lachwekkende vertoning van politieke onvolwassenheid.

Wij willen ons, van links tot rechts, formeel van die censuur distantiëren. Vlaanderen mag langzamerhand wel eens ontwaken uit zijn politiek-correcte sluimer om eindelijk kennis te maken met de kunst van de dialectiek.

 

Ludo Abicht, docent filosofie

Vital Baeken ("Vitalski"), schrijver

Benno Barnard, schrijver

Geert Beullens, schrijver-performer

Gerard Bodifee, auteur

Boudewijn Bouckaert, politicus

Mimount Bousakla, politica

Hugo Coveliers, advocaat

Thierry Debels, auteur-publicist

Saskia De Coster, schrijfster

Eric Defoort, historicus

Leo de Haes, uitgever

Gust De Meyer, hoogleraar KUL

Frans Depeuter, redacteur van het tijdschrift ‘Heibel’

Peter De Roover, publicist

Willem Elias, gewoon hoogleraar VUB

Jan Jambon, politicus

Derk Jan Eppink, publicist-politicus

Valerie Lempereur, uitgeefster

Bart Maddens, politicoloog

Chris Michel, journalist

Jan Peumans, politicus

Marc Platel, journalist

André Posman, artistiek directeur De Rode Pomp-Gent

Godfried-Willem Raes, muziekmaker - filosoof

Jean-Pierre Rondas, producer VRT Radio Klara

Johan Sanctorum, filosoof-auteur

Matthias Storme, jurist

Johan Swinnen, professor VUB & Artesis Hogeschool

Marleen Teugels, lector-journaliste

Frank Thevissen, communicatie-expert

Jef Turf, ex-journalist, publicist

Luc Van Braekel, blogger

Jan Van de Casteele, hoofdredacteur Doorbraak

Gie van den Berghe, ethicus

Luc van Doorslaer, academicus-journalist

Marc Vanfraechem, blogger

Geert van Istendael, schrijver

Wim van Rooy, publicist

Karin Verelst, docente VUB/RITS

Jan Verheyen, filmmaker

Jos Verhulst, publicist

Etienne Vermeersch, moraalfilosoof

Jurgen Verstrepen, politicus LDD

Julien Weverbergh, uitgever

 

 


Onderstaande 2de open brief, opgesteld een week na de eerste, werd aan verschillende redacties aangeboden, maar helemaal nergens meer gepubliceerd. Na lobbywerk van boek.be en het culturele establishment had blijkbaar geen enkele krant er nog zin in...

 

Even trilde de Vlaamse bodem: waarover het écht gaat

36 respectabele opiniemakers werden in één dag “de drie keer dirty dozen”

 De Open Brief “Het ritselt weer onder de toonbanken” (DS van 9/4) over de politiek-correcte betutteling in Vlaanderen, geredigeerd door Johan Sanctorum en ondertekend door 36 opiniemakers van uiteenlopende gezindte, heeft een storm van reacties opgeleverd in de publieke debatsfeer. Daaronder soms hele pertinente replieken, die ons verder hebben doen nadenken, naast de onvermijdelijke zure oprispingen van wie zich geviseerd voelt.

In het verhaal van de Groene Waterman hebben de media zelf fout geïnformeerd en verzuimd om een en ander te checken, zoveel is duidelijk. De grond van de kwestie gaat echter niet over boekhandels, rekken en stockageproblemen, dat is er een karikatuur van maken. Uiteraard heeft een boekhandel het recht om een identiteit uit te stralen en te selecteren in het aanbod, wie zijn wij om dat te betwisten. Wel laat heel de zaak Gounod/Dillen een wrange nasmaak na, en het recente boek van Dewinter is effectief in geen enkele boekhandel te doorbladeren. Plaatsgebrek? Kom nou.

Wat ons zorgen baart, is dat Vlaanderen aan intellectuele verkalking lijdt. Het publiek debat, onvermijdelijk door de media gestuurd, wordt niet meer gevoed door het volle register van meningen, opinies, visies, maar glijdt af naar een tamelijk enge mainstream-cultuur  waarin dezelfde mensen altijd weer dezelfde dingen zeggen. Er mankeert zoiets als een sprankelend gevoel voor tegenspraak en controverse, de hang naar intellectueel avontuur, om het Franse woord “esprit” niet te gebruiken. Zowel de geschreven pers als de audiovisuele media (met de publieke omroep vooraan) neigen naar ideologische inteelt, die zich concentreert rond een (politiek geminoriseerde, maar des te meer van haar intellectuele superioriteit overtuigde) “links-progressieve” elite. Onder het mom van tolerantie en pluralisme bepalen zij de grenzen van het politiek-correcte, en stigmatiseren alles wat daarbuiten valt als excentrieke folklore of gewoonweg “fout”.

Neen, er cirkuleren wellicht geen uitgeschreven “zwarte lijsten”, in de fysieke, letterlijke zin. Maar er wordt, via de ons-kent-ons-cultuur, wel een strikte consensus gehanteerd die verschralend werkt en die op de duur ook vaste etiketten op personen plakt. Het steevast associëren van dissidente geluiden met één bepaalde Vlaamse partij, die al decennia van het bestuur wordt uitgesloten, hoort daarbij. Dat leidt tot een gevaarlijk soort bewustzijnsvernauwing, die Vlaanderen opdeelt volgens een zwart/wit-raster. Het denigrerend mopperproza van twee vaandeldragers van het verlichte journalistengild, Piet De Moor en Karl Van den Broeck, moge daar een triest voorbeeld van zijn: wie het mainstream-discours niet klakkeloos volgt, wordt ontmaskerd als een lid van de dirty dozen en is een VB-aanhanger. Het voorbije Paasweekend kleurde zwart.

Dat brengt ons op de talrijke misvattingen die n.a.v. onze boodschap zijn ontstaan rond het woord “censuur”. In de letterlijke zin heerst er in onze contreien een “vrijheid van drukpers”, en bestaat er geen censuur van het rode potlood. Maar in de postmoderne 21ste eeuw zijn er andere mechanismen aan de gang die de vrijemeningsuiting en de kwaliteit van het publiek debat hypothekeren. De censor heeft een gedaanteverwisseling ondergaan. Alleen al de overheersende rol van de massamedia maakt dat er enorme filters ontstaan omtrent wie wat mag verkondigen. Iemand die buiten de media wordt gesloten is virtueel dood, het is zelfs erger dan de klassieke censuur. Soms dreigt er zelfs sociale uitsluiting en broodroof. Als de “vierde macht” dan niet echt bemand is met Voltairiaanse aanhangers van het parler vrai, maar eerder met middelmatige klerken van de pensée unique, dan is er echt een probleem.

Datgene wat we gemakkelijkheidshalve het “cultureel establishment” zullen noemen, is dus vooral met zichzelf bezig, zijn eigen Grote Gelijk, zijn eigen codes van de zelfbevestiging. Men wil daarbij vooral sturen, afschermen, controleren, filteren, in plaats van uitnodigen, uitdagen, openbreken, confronteren. Onvermijdelijk krijgt dat Jacobinisme ook (semi-) institutionele randjes. De koepelorganisatie boek.be, die dé grote Vlaamse boekenbeurs organiseert, vindt wel degelijk dat de Vlaming moet beschermd worden tegen bepaalde schrijvers en uitgevers. De organisatie heeft zijn statuten aangepast om uitgeverij Egmont te kunnen weren, wegens bindingen, jawel, met die ene uitgesloten partij. Dat is feitelijke censuur, die maakt dat er ook geen tegenspraak of open debat mogelijk is.

In een nog veel breder perspectief roept dit ook bezinning op rond de manier hoe de overheid via een organisatie als het “Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding” de opinievorming manipuleert. Aan Franstalige kant is het zeer bescheiden en terughoudend, in Vlaanderen opereert het Centrum als een echte gedachtepolitie. Het publiek draagvlak ervan is dan ook nul, in een echte democratie hoort dit soort intellectuele voogdij niet thuis. Evenzeer moeten de ondersteunende “anti-racisme”- en “negationismewetten” voortdurend kritisch tegen het licht worden gehouden, om te beletten dat ze een eigen bestaan gaan leiden. Beantwoorden zij echt aan een noodzaak om de democratische rechtsstaat te beveiligen, of zijn het machtsstrategieën om het publiek debat in te perken?

Meer en meer hebben we de indruk, naarmate het debat rond de Open Brief los komt, dat we op de top van een ijsberg zitten. Het “democratisch deficit” is niet alleen Belgisch, het is vooral ook een Vlaams probleem geworden. We zijn aan grondige kritiek en zelfkritiek toe. De maatstaven van het middelpuntzoekende centrumdenken, dat opwalmt uit de talloze talkshows en TV-debatten, zijn absoluut ontoereikend. Een publiek debat tussen gelijkgezinden is waardeloos. Vrijemeningsuiting, binnen de grenzen van wat als fatsoenlijk en redelijk wordt bestempeld, is steriel.

Misschien is het wel tijd voor iets nieuws, iets écht nieuws, een 21ste eeuwse Verlichtingsgolf, een culturele revolutie die afrekent met de dogma’s van de political correctness, nog daterend van die vroegere culturele revolutie in 1968.  Wij pleiten voor een inclusieve democratie, gefundeerd op tegenspraak en antithese. “Cordons”, van welke vorm dan ook, zijn achterhaald.

De Vlaams bodem heeft even getrild, maar de heilige huisjes zijn blijven staan, voorlopig toch. Het moment mag nu al revolutionair genoemd worden, al is het maar een voorschok. Op 7 juni is het aan Jan-met-de-pet om verder af te rekenen met de Vlaamse poco-cultuur van zij die in plaats van de anderen willen denken.


 

 

Ook heel interessant:

Terug naar boven