Deng-magazine, Juni 2005                                           

 

Reageren         Terug naar archief         Terug naar startpagina

 

 

 

 

Toen in April 2004 het toenmalige Vlaams Blok veroordeeld werd wegens “racistische uitspraken”, stond het vast wie de verkiezingen zou winnen: de absolute underdog tegen het establishment, een gedroomde affiche. Grote gangmaker van het proces dat het Blok drie jaar lang gratis publiciteit gaf, uiteraard opgejaagd door een panikerende politieke klasse zelf: het “Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding”.

We zijn een jaar later, en de peilingen voor het Belang pieken weeral. Sinds de oprichting van het Centrum in 1993, als openbare dienst toegevoegd aan de Premier, zijn er wel wat plakken pleister van het politiek plafond gevallen, en er zijn putjes in het toch al hobbelige Belgische wegdek bij gekomen, maar de resultaatbalans valt na 12 jaar werking behoorlijk mager uit. Zowel inzake strategisch inzicht als analytisch vermogen kraakt het Centrum langs alle kanten. Twee aprilvissen ter illustratie.

 

De Verbekes en het negationisme: Hitler meets Sharon

 

Op 14 April rolde de kop van de Antwerpse drukker Siegfried Verbeke, wegens het verkondigen van het door de wet verboden ‘negationisme’ (d.i. het ontkennen van de holocaust tijdens W.O. II). Het Centrum was zich sinds 1997 grondig met de hobby van Siegfried gaan bezighouden, zijnde het uitbazuinen van een tamelijk bizarre theorie die het door de nazi’s gebruikte gifgas Zyklon-B als een onschuldig ‘ontluizingsmiddel’ omschrijft, waardoor het dus geen holocaust kan veroorzaakt hebben. Bizar? Laten we zeggen: nonsensikaal; het ‘negationisme’ is namelijk een wetenschappelijke karikatuur die zijn eigen leven leidt, vooral op het internet, naast de tonnen porno, het dagboek van Bert Anciaux en andere bullshit. Wetenschappelijk-historisch heeft dat negationisme geen poot om op te staan, het is veeleer franje van een nazi-folklore die sommigen misschien wel op de zenuwen werkt, maar die anderzijds randdebielen en karaktergestoorden een bezigheid geeft. De gebroeders Verbeke zijn namelijk interessant voer voor psychologen. Herbert, broer van, en zo mogelijk nog geschifter, is al een paar keer geïnterneerd wegens stalking en het verspreiden van scheldbrieven naar zowat elke B.V. met een mailadres. Zowel Siegfried als Herbert hebben namelijk een existentieel probleem, dat zich ontlast in troebel-bruine rioolliteratuur met een dikke schuimrand. Het morbiede proza van de Verbekes is zo schokkend, nuanceloos en grotesk qua vorm en inhoud, dat het misschien eerder als literatuur à la Fabre of Brusselmans moet beschouwd worden, dan als wetenschappelijk discours of politiek manifest.

Als vrijdenker heb ik overigens grote moeite met die negationismewet én met de eraan verbonden inquisitiestijl van het Centrum. Zoals ik ook moeite heb met de Belang-censuur op het VRT-journaal. Moet Tony Mary bepalen wat wij mogen zien en horen? En mogen alleen politiek-correcte opinies het daglicht zien? Een onverdachte ethicus als Koen Raes betoogt dat ook gekken recht hebben op een mening, zolang ze niet alles in de praktijk omzetten. Dit gaat dus wel degelijk over vrijemeningsuiting. Mainstream-opinies toelaten, daar is niets aan; de vuurproef van de democratie gebeurt pas daar, waar ook aberrante opinies, foute meningen, geschifte theorieën, stuitende of zelfs obscene denkpatronen kunnen worden getolereerd. Maar het Centrum ging dubbel in de fout: het beschouwde Siegfried’s vrolijke gekte als een ernstige wetenschappelijke theorie, die dan ook nog eens moest verboden worden. Eén jaar effectief kreeg onze verwarde gasspecialist aan zijn broek.

Met de over-exposure van het geval Verbeke is nog meer aan de hand,- en ook hier blijkt, hoe zwak het Centrum analyseert en verzuimt om de dingen in een breder perspectief te stellen. Want als het negationisme wetenschappelijk zo zwak staat, waarom moet het dan verboden en vervolgd worden? Het antwoord is nogal onthutsend: omdat de internationale zionistische lobby een schietschijf nodig heeft, waardoor het zijn discours permanent in de belangstelling kan houden. De filosoof Alain Finkelkraut, zelf van Joodse origine, wees er al op hoe bepaalde rechts-zionistische middens de holocaust misbruiken en verabsoluteren tot een religieuze totem die het Joodse volk tot dé martelaren van de geschiedenis maakt.

Als Sharon de herdenkingsplechtigheid in Auschwitz bijwoont, dan is het ook om de wereld duidelijk te maken dat Israel door de holocaust een eeuwigdurende vrijbrief heeft gekregen, bijvoorbeeld om Palestijnse kinderen neer te schieten of vluchtelingenkampen te bombarderen. Door het mythologiseren van de historische holocaust wordt het optreden van Israel in de Gazastrook gewettigd, maar worden ook alle andere genocide-fenomenen (bv. deze in Ruanda van 1994, en nu in Darfour) gedegradeerd tot iets ‘van een lagere orde’. Uiteraard is deze absolutistische visie op de holocaust even aberrant en karikaturaal als de theorie die de jodenuitroeiing ontkent. Maar het gekke is dat de ene de andere in standhoudt: ze zijn tegenpolen én objectieve bondgenoten in een discours van de geschiedenisvervalsing en de afbouw van historische kritiek.

 

 

Conclusie: het Centrum staat in dit schaduwgevecht voor lul en zit gevangen in een foute focus. De strijd tegen racisme en xenofobie, inbegrepen het ontmaskeren van het negationisme als fake, is eerder een pedagogisch project dan een repressief gegeven. Dit moet op de schoolbanken uitgevochten worden, via voorlichting en documentatie, afweging en open discussie, en niet in de rechtszaal. We zijn op wereldniveau dé bollebozen, maar dan wel op vlak van wiskunde en informatika, qua mondigheid en kritisch denkvermogen hinken de Vlamingen helemaal achteraan. In plaats daarvan hebben we, inderdaad, een schoon Centrum met een torenhoog Jezuietenimago, dat alle meningen besnuffelt en checkt op hun politieke correctheid. Genant.

 

Zwart ondergoed

 

Een tweede voorjaarstrofee van formaat was de 77-jarige boer André De Bleecker uit Rixensart, op 27 april voor de rechter gesleept wegens het niet willen verhuren van zijn huis aan een homokoppel. De twee tortelduiven Frédéric en Alexandre hadden de zaak aangekaart bij het Centrum, ook al hebben ze ondertussen allang elders een woonst gevonden. Een strafblad en 100 Euro per toekomstige overtreding kreeg de grijsaard aan zijn been. Ach, huisbazen,- mijn sympathie voor Fred en Alex gaat terug tot mijn studententijd en de moeizame zoektocht naar een kot. Een echte Odyssee: ik zag er gewoon niet uit, met die donkere bril, lang sluikhaar en existentialistisch-zwarte outfit. Vele deuren sloegen dicht, tot ik uiteindelijk terechtkwam bij een kotmadam met dezelfde voorkeur voor zwart ondergoed, die me alles bijbracht wat men op de universiteit niet kan leren. Dus… misschien is het homokoppel ook wel met het kontje in de boter gevallen, wie weet. Dit maar om te zeggen dat ‘discriminatie’ ook zijn goede kanten heeft, en dat de wet vol goede bedoelingen een eindeloze klaagcultuur in het leven heeft geroepen van allerlei beschermde minderheden, van holebi’s over gehandicapten tot allochtonen, die zich allemaal achtergesteld voelen, terwijl ze misschien gewoon bij de verkeerde deur hebben aangebeld.

 

‘Discriminatie’ is een glad begrip, een roetsjbaan voor moralisten, politici én voor juristen. Het verschijnsel is namelijk onverbrekelijk verbonden met het groepsgevoel waar we volgens socialistische ideologen à la Elchardus zo’n nood aanhebben. Bert Anciaux, de absolute minus van de Vlaamse politieke klasse, is op zijn gezicht gegaan toen hij opstond en resoluut stelde dat alle (gesubsidieerde) verenigingen hun deuren voor iedereen moesten openen. Verontwaardiging alom, zelfs de braafste scoutsgroep stond op de barrikaden, want tja, waarom zijn er dan nog verenigingen? Probeer maar eens zonder voorspraak of als vrouw een vrijmetselaarsloge binnen te geraken. Diversiteit impliceert nu eenmaal onderscheid, groepsidentiteit, groepsnormen, subculturen, rituelen, codes, toegangsprotocollen, en dus… discriminatie. Ik heb het aan de lijve ondervonden, toen ik op die gedenkwaardige 1ste april als geweigerd lid uit het clubhuis van de Gravediggers werd gekeild. Gesolliciteerd zonder rijbewijs, en enkel met een gammele fiets, maar dat was het probleem niet: mijn gezicht stond hen gewoon niet aan.  Misschien had boer De Bleecker gewoon een fijn clubgevoel zoals de Loge (members only) en hoorden Fréderic en Alexandre niet in zijn universum, so what? Het wereldje van Fred en Alex accepteert ook niet iedereen, zeker weten, en daar heb ik niet de minste moeite mee.

 

Besluit: minder gedachtenpolitie, meer denktanks

Een geflipte amateur-historicus en een gepensioneerde bietenkweker, dat is de buit van het voorjaar. Het Centrum vertoeft op een andere planeet, overkomst dringend gewenst. Ofwel plooien de jongens en meisjes zich terug op de kerntaak van openbare ombudsdienst voor mensen die zich benadeeld voelen en de weg niet kennen, daar is uiteraard niets mis mee; ofwel doet het Centrum zijn huiswerk grondig als het naar buiten wil komen als gangmaker van een maatschappelijke trendbreuk rond mensenrechten, diversiteit en tolerantie. Tussen die twee in is het gedoemd om als bedillerige bureaucratie een trage dood te sterven.

 

Ondertussen gebeuren er onder onze ogen zaken die veel verontrustender zijn voor de kwaliteit van de democratie, zoals bv. de vervlakking van het publiek debat tot de om zich heen grijpende spelletjescultuur à la ‘De Grootste Belg’. En dat in een land waar niet mag gestemd worden over de Europese grondwet, uit schrik voor het resultaat. Het zou het Centrum sieren, mocht het daarrond eens met een kritisch standpunt naar buiten komen, in plaats van te jagen op verdwaalde gekken of een boer vanachter zijn stoof te halen.

De verbeelding aan de macht dus, de nood aan progressieve brainstorming is groot. De zgn. “conservatieve denktanks” lopen elkaar in Vlaanderen voor de voeten; niet dat het altijd zoveel voorstelt,- dikwijls zijn het veredelde drukkingsgroepen. Maar aan de linkerzijde van het spectrum patrouilleert vooral de gedachtenpolitie, het is ooit wel anders geweest. Een fijne deconstructie van allerlei politiek-correcte clichés dringt zich op,- dat is het enige echte antwoord op de zgn. ‘verrechtsing’, die bij de grote massa niet zozeer te maken heeft met autoritaire reflexen of fascisme –ook daarin zit het Centrum helemaal fout- maar eerder met het door de politiek zelf beoefende populisme, de versoaping van de democratie, kleinburgerlijke zelfgenoegzaamheid, intellectuele luiheid en de neiging van de Vlamingen om het denken aan anderen over te laten.

Enfin om een lang verhaal kort te maken, ik heb mijn eigen Gravediggers-afdeling opgericht; allochtonen welkom behalve Polen en Albanezen, hetero’s, travestieten en existentialisten genieten de voorkeur, straathoekwerkers en regelneven zich onthouden.

                                                                                                        Terug naar boven