
Terug naar startpagina Alle artikels Deze tekst in PDF-formaat Reageer

Holy
shit: ligt
de waarheid in de
dunne schijt van God?
Olie, energie en milieu, vanuit een libertarisch standpunt
Johan Sanctorum
1/7/2007
Op het moment dat we dit neerpennen, wordt het Zuiden van Europa getroffen door
een hittegolf. In Griekenland kunnen elektriciteitscentrales het massale
verbruik van de airco’s niet meer aan: als de vraag een te verwachten piek
bereikt van 10.000 megawatt, slaan alle stoppen door in het elektriciteitsnet.
En vermits in Europa zowat alle landen hun netwerken met elkaar verbonden
hebben, zal de enorme energiebehoefte van het zuiden ook onze stroomvoorziening
ontregelen. Vraag die blijkbaar niemand zich stelt: als het ginder ‘s zomers zo bakt, waarom heeft dan niet
iedereen allang een stel zonnepanelen op zijn dak staan, ruim voldoende om de
vraatzuchtige airco’s en al de rest van het huishouden probleemloos van
zelfgemaakte en propere stroom te voorzien?
Of, op een nog veel grotere schaal: als Afrika kreunt onder een schuldenlast,
o.m. door olie-invoer voor elektriciteitsproductie, waarom staat heel de Sahara
dan al niet lang vol met fotovoltaïsche cellen waarmee een groot deel van het
continent zijn energie gewoon van de zon kado krijgt en aan ons kan doorverkopen? In het
Oostelijk deel van deze volstrekt onbewoonbare bakoven, nabij Soedan, worden
records gemaakt tot 4300 uren zon per jaar,- dat is gemiddeld haast 12 uur per
dag. Soedan, waar notabene de elektriciteit maar een paar uur per dag uit het
stopcontact komt, en waar vrouwen in niet-stedelijke gebieden de hele dag op
zoek zijn naar brandhout.
Hier klopt dus iets niet. De zon is gratis, de installaties kosten uiteraard
geld. Toch lijkt er meer aan de hand te zijn dan een infrastructuurprobleem: een wereldpolitiek die drijft op olie- en uraniumhandel, is niet
gediend met energie die mensen zomaar uit de lucht plukken. Dat maakt hen
onafhankelijk en onmanipuleerbaar. Energie moet dus duur zijn en via grote
circuits aangeleverd worden.Voor niets gaat de zon op, en dat is uiteraard
marktbederf: de schaarste is een cruciaal argument in het energieverhaal, dat
draait rond macht en controle over individuen en gemeenschappen. De stekker
uittrekken, iemand moet er ooit mee beginnen…
It’s all about oil, you stupid: olie als religieuze wisselmunt
Heeft de oorlog in Irak
te maken met de toegang tot oliereserves? Ja, zonder
twijfel,- en die geopolitieke fixatie op het zwarte goud dateert niet van het
tijdperk Bush-Blair. Al aan het einde van de IIde wereldoorlog vond
een geheime ontmoeting plaats tussen president Franklin Roosevelt en
Koning Ibn Saud van Saudi-Arabië. Het was prettig zakendoen met deze
woestijnbaron: in ruil voor militaire bescherming van de V.S. verkregen de
Amerikaanse oliemaatschappijen er een exploitatiemonopolie voor de enorme
olievoorraden, want in eigen land begonnen de pompen toen al te sputteren.
Deze onbeperkte toegang tot een quasi-onuitputtelijk brandstofreservoir, zou het begin betekenen van een enorme olieverslaving van het Westen, dankzij de opkomst van de auto en een boomende naoorlogse industrie. Men schat vandaag dat de Perzische Golf nog steeds twee derden van de wereldolievoorraad bevat,- waarvan de Saudi’s het leeuwenaandeel voor hun rekening nemen. Aan de andere kant consumeren de VS, met slechts 4% van de wereldbevolking, meer dan een kwart van alle opgepompte petroleum, de berekening is dus gauw gemaakt: wie de Perzische Golf controleert, bepaalt de olieprijs en daarmee heel de wereldeconomie. Een geostrategisch verhaal dat al ruim een halve eeuw meegaat.
Waarin het Bush-regime evenwel verschilt met zijn voorgangers, is de openlijke en ongegeneerde identificatie van publiek en privé-belang: het beleid voert de directieven van de lobby's uit, punt gedaan. De president komt net als zijn vader uit de olie-industrie, vice-president Cheney was directeur van Halliburton, 's werelds grootste olie- dienstverleningsmaatschappij. Minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice maakte carrière bij Chevron. De verweving blijkt ook op lagere echelons enorm: heel de Bush-administratie lijkt wel één groot leger van olie-lobbyisten die zich ook voluit inzetten voor de auto-industrie en tegen het onderzoek naar alternatieve energiebronnen.
Men
kan zich daarbij echter
afvragen
waarom de olieverslaving in de V.S. zo’n vormen aannam, ook toen hun eigen
pompen al begonnen te sputteren. Invloed van de auto- en olielobby (die zoals
bekend de Bush-administratie van hoog tot laag controleert)? Gewoon conservatief
industrieel beleid?
Een hekel aan het geitewollen-sokken-verhaal rond duurzaamheid? Of wijst die
blijvende fascinatie voor het woestijnzand en zijn oliebronnen nog op iets
anders?
Om écht te begrijpen wat zich sinds een eeuw op het Arabische schiereiland afspeelt –pakweg de driehoek tussen het Suez-kanaal, de Golf van Aden, en de Golf van Oman-, moeten we misschien wel een aantal cultureel-religieuze onderstromen bestuderen. De oude verhalen dus, van die Arabisch-Semitische regio waar achtereenvolgens en uit elkaar het Judaisme, het Christendom en de Islam ontstonden.
In “Der Mann Moses und die monotheistische Religion” (1938) beschrijft Sigmund Freud hoe de profeet Mozes in de XIVde eeuw v.C. zijn politieke macht (en, dixit Freud, ook zijn sexuele dominantie) trachtte te grondvesten op een voor die tijd totaal nieuw religieus model: de godsdienst van de Ene, Almachtige God. Gedaan met de heidense folklore van goden, godinnen en godjes allerlei, die de natuurelementen weerspiegelden en waar iedereen zo zijn ding mee deed. De truc met de Stenen Tafelen moest vooral dienen om Mozes’ autoriteit van Alfa-dier over alle andere mannetjes definitief te vestigen. It ’s all about sex and power, you stupid.
Vanuit die monotheïstische revolutie ziet Freud dan tal van andere lijnen vertrekken die onze Westerse cultuur tot op vandaag bepalen: een fallokratische mentaliteit die de vrouw en de natuur onderdrukt, de manie om alles in geschreven wetten vast te leggen, de onmogelijkheid om met een veelheid van verschijnselen, tegenspraken en paradoxen om te gaan, en uiteraard: het geloof in één waarheid die alle andere uitsluit. Het sarcasme van de geschiedenis heeft echter gewild dat net uit de Israëlitische Mozes-doctrine zich nog twee andere godsdiensten ontwikkelden: eerst het Christendom, daarna de Islam. En hier wringt een fameus schoentje: alle drie beroepen ze zich op hetzelfde Opperwezen en dezelfde profeet. God bless America, Jahweh die de Joden het Beloofde Land schenkt, Allah die zich aan Mohammed openbaart…. Aan wiens kant staat die Ene God van Mozes nu eigenlijk?
Aardolie is doorheen de 20ste eeuw niet alleen dé energiebron van het geïndustrialiseerde Westen geworden, het is ook een quasi-transcendente substantie met een troebele archeologie, gefixeerd op oude verhalen over Heilige Bodems en rivaliteit rond culturele erfenissen...
De kruisvaarten bra
chten
geen uitsluitsel en eindigden op onbeslist, met Jeruzulem als blijvende
twistappel. Maar zie: korte tijd nadat de Arabieren in W.O. I de juiste
(geallieerde) kant hadden gekozen, en zich van de eeuwenoude Turkse dominantie
konden ontdoen, spoot er een kliederige zwarte smurrie uit het woestijnzand,
waar heel de planeet voor zou storm lopen: het leek wel het ultieme teken dat
God kleur bekende pro Islam. Habemus petroleum! Amerika en Europa
reageerden met een magisch-materialistische consumptieroes die de kameeldrijvers
slapend rijk maakte: door het goedje op
te kopen, te raffineren en te verbranden in auto’s, vliegtuigen en
electriciteitscentrales, zou het Christelijke Westen dit hemelteken kunnen
recupereren en de Waarheid van God terugwinnen. Aardolie als religieuze
wisselmunt en moderne versie van het edele Graalsvocht? Sindsdien gedragen
de Saudi’s zich uitermate dubbelzinnig t.o.v. de Amerikanen: ze laten de
multinationals betijden, versjacheren de goddelijke substantie met graagte aan
de gulzige Yankees om er hun gouden tandenstokers mee te betalen, investeren
zelfs in de V.S.-economie (tot september 2001 was de familie Bin Laden
een belangrijk aandeelhouder van de wapengigant Halliburton), maar haten hen
tegelijk als heidense honden, chanteren hen onophoudelijk, manipuleren de
olieprijs.via de OPEC.
Met de oprichting in 1948 van de Westerse satelietstaat Israel, op een plek die de Joden als het Beloofde Land aanzagen, liep het helemaal uit de hand: de haat-liefde-verhouding zou escaleren in een explosieve cocktail, met exact de drie erfgenamen van Mozes als ingrediënten. En met 9/11 als voorlopige climax. Holy shit, riep men toen in koor, terwijl de Boeings het W.T.C ramden. Een rake kwalifikatie.
Als God bestaat, dan heeft hij een ongelooflijk gevoel voor ironie: net op de plek waar de drie filialen van het monotheïsme ontstonden, zijn dunne schijt uit de grond laten borrelen die de wereld in vuur en vlam zet. Aardolie is doorheen de 20ste eeuw niet alleen dé energiebron van het geïndustrialiseerde Westen geworden, het is ook een quasi-transcendente substantie met een troebele archeologie, gefixeerd op oude verhalen over Heilige Bodems en rivaliteit rond culturele erfenissen.
Vanuit deze fascinerende hypothese rond olieverslaving en religieuze waanzin is het niet meer dan normaal dat er géén groene, ‘propere’ energie wordt gewonnen: duurzaamheid en ecologisch evenwicht zijn ‘heidense’, onbijbelse begrippen die teveel herinneren aan de voormalige natuurreligieën. De dwangmatigheid, waarmee de vettige brij in reuzentankers doorheen het Suezkanaal wordt versast, overstijgt elke economische en ecologische logica. Ondertussen raken de stocks op, en neemt de schaarste toe: de strijd om de laatste voorraden wordt een apocalyptisch evenement, een soort Armageddon dat alle valse profeten in de verdoemenis zal doen tuimelen, en waaruit de ware godsdienst zal triomferen. It ’s all about religion, you stupid.
Het is jouw energie, maar onze winst: het Electrabel-monopolie
Ook in onze contreien worden alle krachten gemobiliseerd om het verhaal van de groene energie naar het rijk der fabelen te verwijzen, - o.m. via ‘onafhankelijke’ studies van ene professor Willem D'Haeseleer, wiens leerstoel aan de KUL door Electrabel betaald wordt. Want hier heersen lobbying en corruptie op zijn Belgisch.
Aan de vooravond van de
verkiezingen, 3 juni j.l., bracht Canvas/Panorama een onthutsende reportage over
de manier hoe Electrabel, via omkoperij en geheime protocols met toppolitici, de
liberalisering van de energiemarkt met succes kon afstoppen, en een
quasi-monopolie kon handhaven. Bovenal blijkt de maatschappij de nucleaire kaart
te trekken en zich fanatiek af te zetten tegen duurzame energiewinning
.
Electrabel is een goed voorbeeld van de manier hoe een 20ste eeuwse staatsbureaucratie vervelt tot 21ste eeuwse multinational. Als leverancier van een levensnoodzakelijk basisproduct (gas en electriciteit) combineert ze de monopoliepositie van het oude overheidsbedrijf, wortelend in het francofiele Belgique de Papa, met de door Europa opgelegde deregulering. Op die manier onttrekt de energiereus zich aan elke publieke controle, zonder een echte vrije markt toe te laten. Dat mechanisme zal zich doorzetten: een privatisering van de staat, via quasi-monopolies die voor de rest functioneren als flexibele multinationals. De burger is ongetwijfeld de dupe, in twee opzichten: er dreigt complete ondoorzichtigheid én een prijsdictatuur. Wanneer het bedrijf een prijsverhoging van het aardgas met 20% afkondigt, zogezegd ‘omdat de internationale markt daartoe dwingt’, is de maat zelfs voor Test-Aankoop vol: je reinste desinformatie, de internationale gasnoteringen pieken namelijk helemaal niet. Het voorlopig dieptepunt wordt bereikt, wanneer Greenpeace, dat de vervuilende, oude steenkoolcentrales aan de kaak stelde, door datzelfde Electrabel bedacht wordt met een aanklacht wegens bendevorming. Dat heeft nog weinig te maken met commerciële strategie: hier spreekt een postmoderne monarch.
Achter de nucleaire, grootschalige productiefilosofie van Electrabel schuilt een Big-Brother-mentaliteit van het concern dat niet alleen zijn regels oplegt aan de markt, maar dat ook zijn greep wil bestendigen op de consumentenmassa en de samenleving.
Daarmee zijn we beland bij de echte inzet van het energieverhaal: zolang electriciteit uit het stopcontact komt, opgewekt met groot-industriële installaties en getransporteerd via een globaal netwerk, hangen we ook af van heel dat systeem. En afhankelijkheid creëert gehoorzaamheid. Electriciteit gewonnen uit zon, wind of water is teveel verbonden met kleinschaligheid, diversiteit en zelfbeheer. Kleine, regionale coöperatieven zoals Wase Wind, dat ruikt naar échte liberalisering en burgerlijk autonomisme,- en daar lust de energiegigant geen pap van: achter de nucleaire, grootschalige productiefilosofie van Electrabel schuilt een Big-Brother-mentaliteit van het concern dat niet alleen zijn regels oplegt aan de markt, maar dat ook zijn greep wil bestendigen op de consumentenmassa en de samenleving. U en ik dus. De horizontale economie, die ons door Europa beloofd was als compensatie voor de afbouw van de openbare dienstverlening, zal er nooit komen. Integendeel, de netwerk-afhankelijke basisbehoeften (water, gas, electriciteit, telefonie, internet…) zullen gedekt worden door quasi-monopolies, die in de loop van de 21ste eeuw de klassieke staatsvoogdij helemaal zullen overnemen, maar dan zonder de ballast van ideologische principes of burgercontrole.
Het
gaat dus niet alleen om het openhouden van afgeschreven kerncentrales,
winstbejag en arrogantie van een monopolist.
De zonnepanelen op Uw en mijn dak staan
voor een ongewenst maatschappijbeeld van individuen en autonome gemeenschappen
die de grote netwerken niet nodig hebben om te leven. Ondanks de
stringente broeikasproblematiek worden de subsidies voor particuliere
installaties met mondjesmaat toegekend en trouwens binnenkort weer
teruggeschroefd. Via een doolhof van ruimtelijke ordening-voorschriften houdt
men de windmolens bewust zoveel mogelijk tegen, want de wind monopoliseren is
natuurlijk heel moeilijk. En wie toch zelf groene electriciteit produceert, moet
die via de terugdraaiende teller braafjes doorverkopen aan de grote
electriciteitsboer, die ze dan weer met winst aan Uw buur mag leveren.
Met haar pleidooi voor kernenergie gooit CD&V weer een stukje schaapsvacht van zich af: ondanks het geblaat over verbondenheid en zelfverwezenlijking, zijn De Crem en C° vooral beducht voor mensen die zichzelf organiseren, buiten de koepels en de reguliere netwerken om. De socialisten zijn dan weer enkel geïnteresseerd in grootschalig, staatsgestuurd collectivisme; terwijl de liberalen nog altijd deregulering verwarren met het echt opengooien van de markt, en zo het grootkapitaal omhelzen. Electrabel zit dus politiek op rozen, ingebed in een Suez-holding die steeds meer absolutistische trekjes krijgt.
Het kan toeval zijn, maar Suez… is dat niet die maatschappij die ooit het Suez-kanaal financierde? En vormde dat kanaal niet net het oliespoor vanuit de Arabisch-Semitische regio naar het Westen? Holy shit, again!
Gedicht aan broeder Zon
Na
veel geknoei en geschuifel met papieren (vergunningen!) heb ik een viertal
zonnecollectoren op mijn dak staan, die een sanitaire boiler opwarmen.
Kostprijs: 6000 Euro. Dat kan beslist goedkoper, maar de markt is klein en de
gewone man wordt niet bepaald gemotiveerd, zie hoger. Als je alle papiertjes
goed invult, schraap je momenteel zo’n 1000 Euro subsidies bijeen uit het
doolhof van instanties (gemeente, provincie, netbeheerder…), plus wat
belastingaftrek.
Ach, wat. Gedurende een normale Belgische zomer en een groot deel van de tussenseizoenen levert het systeem warm water,- het geeft, afgezien van het terugverdieneffect, een zalig gevoel: de middenvinger kunnen opheffen naar de politieke slippendragers van de energieconcerns. Als de Vlaming dan toch zo’n individualist is, en het establishment de rug toekeert via allerlei protestpartijen, dan kan hij misschien eens de groene energiewinning ontdekken, als subversief tijdverdrijf en een zinnigere uiting van burgerlijke ongehoorzaamheid. Je creëert een stuk reële vrijheid en onafhankelijkheid, die de libertaire mythologie van de auto uit de jaren ’50 en ’60 helemaal vervangt en zelfs overtreft. Je streeft dus naar datgene wat de Grieken autarkeia noemden: materiële autonomie die mentale bevrijding voor gevolg heeft. En omgekeerd natuurlijk.
Het vrijheidsdenken zit ons in de genen. En merkwaardig: het gaat altijd boven het individu én boven het systeem uit. Als het religieus is, manifesteert het zich bijna atheïstisch; en als het profaan geout wordt, klinkt het bijna weer religieus. In 1225 schrijft de bedelmonnik Franciscus Bernardone, geboren te Assisi, een loflied op de natuur, beter gekend als het Zonnelied. Het is in kerkelijke middens altijd verdacht gebleven. Want onder de aanhef, gericht tot de Schepper zelf, steekt een tamelijk pantheïstische, ‘heidense’ omarming van de elementen en natuurkrachten, die familiair worden aangesproken (Broeder Zon, Zuster Water, Zuster Aarde…) en die ook beschikbaar blijken als nuttige krachtbron. Naieve rijmelarij van een blotevoetenpater? Hmm. De in het Umbrisch dialect geschreven verzen blijken perfect symmetrisch geordend, in kruisstelling opgebouwd en vol getallensymboliek. Inhoudelijk bevatten ze politiek dynamiet: een subtiel pleidooi voor kleinschalige autonomie en radicale ongebondenheid tegenover de maatschappelijke orde. Vandaag ware Franciscus zonder twijfel een Greenpeace-activist of erger. Zijn ecologische spiritualiteit is minder onschuldig en meer anti-establishment dan ze lijkt: als de band tussen mens en natuur opgebouwd wordt vanuit een persoonlijke ‘aftakking’ van de kosmische Bovenleiding, dan zijn alle distributiesystemen maar trucs om mensen te gijzelen en van de essentie af te houden. Deze essentie is de vervulling van het leven zelf, waarvan het vuur ‘mooi, vrolijk, stoer en krachtig’ (bello et iocundo et robustoso et forte) wordt genoemd.
Leve de zonnecollectoren dus: het zijn niet alleen nuttige en besparende gadgets, het zijn ook symbolen van subversiviteit en zelfs naar de kosmos openplooiende religieuze iconen. God kunnen wij, modernen, wel aan,- die hebben we allang dood verklaard. Maar religie? Dat is iets anders. Alles wat radicaal en eigenzinnig is, is religieus. Mooi, vrolijk en stoer: sexy attributen die ik in de reguliere groene beweging maar zelden tegenkom. Zodadelijk wordt er bij ons een broeikasminister benoemd, met als enige doel om ons nog meer belastingen te laten betalen en ons nog sterker te culpabiliseren.
De groene libertariër is flexibel, pragmatisch, individualistisch maar niet egoistisch, en gericht op pluraliteit. Hij ziet de natuur als een waaier van mogelijkheden, de maatschappij als een noodzakelijk kwaad en het systeem als een kankergezwel. In zijn diepste binnenste is hij een religieuze atheïst.
Alleen
libertaire denkers zoals Tom Hodgkinson (‘How to be free’, 2006)
zijn zo boosaardig om het ecologische gedachtengoed eindelijk weer in het
juiste, anarchistische perspectief te zetten
van de onafhankelijke
doe-het-zelver: compost maken met keukenafval, je eigen kippen kweken, confituur
maken, zonnepanelen plaatsen, illegaal gecopieerde DVD’s remasteren, een
onmogelijke dierenroman schrijven, of gewoon lanterfanten,… het zijn alle huis-,
tuin- en keukenstrategieën om aan de monotheïstische economie, waarin we geleefd
worden zonder te leven, te ontsnappen. Men verwart het met ascese en soberheid,
een inlevering van genot, of met onnozel hippie-gedoe, terwijl het integendeel
méér diepgang en meer plezier oplevert. En het zal onze cultuur ingrijpend
veranderen: van een maak-plaats-voor-mij-gebeuren, naar een radicaal
ontvoogdingsproces van individuen en groepen.
In zijn provocatieve E-zine
“The Idler” (soms slecht vertaald als ‘De Luiaard’,- eigenlijk is het
meer een rebel, lanterfanter en fantast), met als logo een sla
k
en Epicurus als idool, geeft Hodgkinson tal van tips om de stekker uit te
trekken en euthanasie te plegen op de zombie die we zijn. Een veel lossere
verhouding met het economisch systeem is absoluut wenselijk: pluk de dag, neem
een Sabbatjaar of laat Uzelf dood verklaren, verbreed Uw horizonten, verdwijn
uit de statistieken, durf tijd te ‘verliezen’ (waardoor de hersenen
regenereren). De groene libertariër is
flexibel, pragmatisch, individualistisch maar niet egoistisch, en gericht op
pluraliteit. In zijn diepste binnenste is hij een religieuze atheïst. Hij ziet
de natuur als een waaier van mogelijkheden, de maatschappij als een noodzakelijk
kwaad en het systeem als een kankergezwel.
Met het softe, establishment-gezinde ecologisme, het bekijvende discours
van Groen!, de PET-fles-taksen en de vegetarische moraalridders wordt hier komaf
gemaakt: electriciteit maken uit zonne-energie
is geen geitewollen-sokken-bezigheid maar een uiting van Gothische mystiek. Iets
voor stoute jongens en meisjes
die in het systeem niet aarden, hun rekeningen niet betalen, en van job wisselen
als van ondergoed. Levenskwaliteit is maar mogelijk in een perspectief
van zelfbeschikking, dàt is de ecologische sleutelidee. Globaal denken, lokaal
handelen. Beseffen dat alles met alles samenhangt, maar dat iedereen zelf zijn
energie moet kunnen plukken, zonder de tussenkomst van Electrabel. Zoals
Diogenes het verwoordde: ga uit mijn zon, want die schijnt voor iedereen.
Voor de hardwerkende, pensioensparende Vlaming tenslotte nog een gouden tip: lok de zon eens uit haar tent in plaats van te kankeren op het weer. Verzamel Uw getrouwen op een regenachtige zomerzondag rond het haardvuur, en steek Uw Suez-aandelen in de fik. Het is jouw energie! ■