Deng-Magazine, Juni 2005
Reageren Terug naar archief Terug naar startpagina



Het
waren hoogdagen voor de democratie: Frankrijk en Nederland stemmen de
‘Europese Grondwet’ weg na een wekenlang publiek debat op straat, in de
kroeg, thuis,-... Wij konden alleen maar toekijken, want bij ons werd de tekst
geruisloos door het parlement gesjeesd door een laffe politieke klasse die
haar eigen grondwet niet eens toegepast kreeg in een banaal kiesrechterlijk
probleem, B-H-V dus.
De katerverschijnselen daags na het dubbel debâcle waren hilarisch: Euro-ambtenaren op de vlucht voor de camera’s, achternagezeten door VRT-journalisten; Bart Staes (Groen!) en Marianne Thyssen (CD&V) die voor de radio stamelend hun job aan ’t verdedigen waren, tot ze weer vervielen in het onbegrijpelijk Eurotisch dat zelfs de interviewer van dienst deed afhaken. Maar op deze blauwe maandagen werd de uitslag ook al direct gerelativeerd door de gebuisden zelf: het zouden gewoon verkapte referenda over de nationale politiek geweest zijn, men had niet goed gecommuniceerd, de mensen hadden het niet begrepen, de ene had gestemd tegen de goedkope Poolse loodgieter, de andere tegen de Turken, de Fransen zijn chauvinistisch, de Hollanders labiel, enz. enz. In ’t algemeen werd de ‘neen-stemmer’ door de Euro-positivo’s getypeerd als bang, slecht-geïnformeerd, achterlijk, laag-ontwikkeld, hier en daar zelfs als kwaadwillig en destructief.
Slimme mensen zijn vóór Europa, zoveel is duidelijk. Mensen zoals Rem Koolhaas die zich een paar dagen voordien in NRC Handelsblad nog euforisch had uitgelaten over de Grote Eenmaking met zinsneden als ‘…Dankzij Europa is het Spaanse platteland opgepoetst als decor voor zoevende sneltreinen…’. Waarmee de gevierde designer van lucratieve prestige-architectuur eigenlijk al onmiddellijk naar de kern van de zaak gaat: vooral de rijken omhelzen Europa. Ook omgekeerd trouwens. En het gaat over decors, lifestyle, verkopen en consumeren.
Beethoven als glijmiddel
Wat staat er nu eigenlijk in die ‘grondwet’? Ik heb hem
voor U uitgevlooid, taaie lectuur maar verhelderend. Hij bevat enerzijds
nogal wat pompeus trompetgeschal op de toon van Beethoven’s 9de,
over de humanistische traditie van Europa, mensenrechten, pluralisme,
diversiteit
,
etc, alsof er in heel de 20ste eeuw en daarvoor nooit een vuiltje
aan de lucht is geweest. Anderzijds krioelt het van kleine lettertjes die
met een ‘grondwet’ niets te maken hebben, zoals de dubbele munteenheid van
Frans Caledonië of de toegang tot de Groenlandse visserijzones. Maar de écht
interessante passages, zorgvuldig weggestopt tussen de wollige rethoriek en
de bureaucratische hi-tec, gaan over het economisch model van het Europa van
morgen, nl. de absolute vrijemarkteconomie, die haast onze nieuwe religie
moet worden. God is dan wel uit de tekst geschrapt, maar hij is langs de
achterdeur terug binnengeraakt met een liberaal-kapitalistische bijbel die
korte metten maakt met publieke sectoren, gemeenschapsvoorzieningen,
betaalbare gezondheidszorg en andere sociale vangnetten of
herverdelingsmechanismen. De staat verstoort namelijk de
financieel-economische markt en doet kapitaal verdampen via uitkeringen aan
mensen die het geld toch niet laten rollen. De vrije concurrentie moet
onbelemmerd haar gang kunnen gaan, wat niet alleen leidt tot leuke
prijzenoorlogen (en tot het soort besparingen waardoor bv. het personeel van
Ryan Air als lijfeigenen worden behandeld) maar ook tot privatisering van
openbaar vervoer, pensioenfondsen, alle mogelijke publieke nutsvoorzieningen
zoals water, electriciteit, enz.
Het echte sleuteldocument hiertoe was overigens de fameuze ‘richtlijn Bolkestein’ (januari 2004) volgens dewelke iedere vorm van dienstverlening, ook op vlak van gezondheid, onderwijs, cultuur, audiovisuele media,… binnen Europa als pure koopwaar moet beschouwd worden, die volledig afhankelijk is van de vrijemarktwetten, zonder dat rekening gehouden wordt met hun specifieke karakter, culturele relevantie of sociale doelstelling. De zogenaamde ‘grondwet’ is hiervan maar een afgezwakte echo. Het vermoeden groeit dan ook dat het Europa dat ligt te sudderen tussen Brussel en Straatsburg nog veel fouter zit dan links en rechts bij elkaar kunnen fulmineren, en dat Bolkestein, Giscard, Verhofstadt en andere architecten van de Europese Unie al een paar staties verder zitten. Onder het eufemistische motto ‘vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal’ schuilt een sociaal afbraakproject zonder weerga, in het voordeel van de grote kapitaalconcentraties. De idealen zijn slechts camoeflages voor de belangen. Beethoven is wel degelijk het glijmiddel, grappig, want nergens is de gedachte ‘Alle Menschen wirden Brüder’ minder van toepassing dan in de economische jungle. Het loont daarom de moeite om die liberale utopie van de Euro-elite eens à la limite door te denken, en haar verborgen agenda’s te ontrafelen.
Zij boven, hij onder: de postmoderne nichecultuur en het nieuwe individualisme
Om
de vrije markt-economie echt tot allesbeheersend principe te maken, moeten
twee hinderpalen uit de weg geruimd worden, en dat proces is momenteel aan
de gang: een afbouw van de politieke democratie en een
fragmentatie van het socio-cultureel weefsel.
Een woordje uitleg.
Tot in de jaren ’50 en ’60 kon je een gezin, families, een hele straat of wijk zien samentroepen rond een televisie of een auto of een ander verbruiksartikel:.. roerende samenhorigheidstaferelen van een consumptiemaatschappij in wording. Producten stonden in de etalage te lonken naar al wie zin en poen had. Er bestond een markt, een bloeiende zelfs, maar geen duidelijke consumentprofielen of afgelijnde doelgroepen. Voor de reklamemakers vormde dit een probleem: hoe, waar, wanneer, tot wie moesten ze hun boodschap richten? Hoe vermijden dat mensen thuis samen TV kijken, waardoor maar één toestel per gezin kon verkocht worden, maar waardoor er ook veel te veel gediscussieerd werd over programma’s en toestanden, en mensen gezamenlijk iets beslisten? En vooral: hoe konden ze de samenleving zo fragmenteren dat het concept van de consumptiemaatschappij zelf niet meer in vraag werd gesteld? Het antwoord kwam in de jaren ’80: door het klassieke socio-culturele landschap te ontmantelen en economische niches te creëren, virtuele maar aanspreekbare groepsidentiteiten van verbruikers waarop een leeftijd, geslacht, onderwijsniveau, inkomenscategorie enz. kan geplakt worden. Dit werden de nieuwe, statistisch gedefinieerde socio-culturele cellen. De “Deng-lezer” bijvoorbeeld is mannelijk, academisch gevormd, tussen de 20 en de 35, rijdt met een BMW en loopt op Nikes (ik leid dit af uit de publiciteit in dit jolig magazine), sorry als U hieraan niet beantwoordt, zoekt U rustig verder.
In
de postmoderne niche-economie zijn alle stoorzenders van de vrije markt
geëlimineerd. De socio-culturele voorzieningen zijn geprivatiseerd en de
spontane collectieve bellen die opborrelden in de samenleving (van
breikransjes over fanclubs tot hooliganbendes) worden
gaandeweg vervangen door virtuele, mediagestuurde doelgroepen waarrond een krans van
merken en producten hangt, maar ook emoties en attitudes die aanleiding
geven tot complete lifestyle-patronen, door marketeers zorgvuldig
geanalyseerd en geupdated. Samen TV kijken is allang verleden tijd, leve het
smaakindividualisme. U kijkt met Uw Deng in de hand naar een
actiethriller op VT4, terwijl Uw vriendin boven met haar Goed
Gevoel speelt, bij een romantische komedie op TV 5. Niches evolueren en
kunnen elkaar overlappen (er is bv.een doelgroep van sigarenlurkende oude
knarren met een hangbuik die ook BMW rijden), maar ze zijn buitengewoon
consistent en kunnen door de reclame worden aangesproken in hun eigen taal,
op specifieke plaatsen en tijdstippen. Het effect van vervreemding en
isolement is hoe dan ook essentieel in de marktstrategische uitlijning van
het smaakindividualisme.
Dit soort niche-economie leidt maar zelden tot prijsdalingen in het voordeel van de consument. De concurrentie wordt niet via de prijs maar via het publicitair discours gevoerd, zoals een politieke boodschap. De merken zullen nog liever tonnen geld besteden aan een nieuwe imagocampagne, dan op de prijs te spelen,- een campagne die ook weer in de producten verrekend wordt. Wel is er een parellelle, goedkopere markt van alternatieve ketens (Aldi) en 'witte producten', meestal minderwaardig van kwaliteit en ongezond, wat goed is voor het globale systeem: zo leven de niet-koopkrachtige nichelozen minder lang (zie verder).
Wat
ondertussen met de politieke democratie? De nieuwe
economische doelgroepen, -en nu komt het
leuke- ondergaan niet alleen de markt maar scheppen hem ook: marketeers
zijn niet bekrompen, ze proberen uit te vissen wat U graag doet, leest, eet,
drinkt, en hoe een product nog beter op de smaak van de nichegroep kan
afgestemd worden en dus nóg vlotter verkoopt. U beslist dus wel degelijk mee
over de kleur en geur van Uw ochtendyoghurt: een totaal nieuwe democratie
van de consument ziet het daglicht, en verdringt op termijn de klassieke
politieke partijendemocratie, samen met haar ideologische ballast en haar
lijfgeur van corruptie.
Onze democratie is in volle mutatie. Het is de echte reden waarom onduidelijke sujetten uit de reclamesector, zoals Noël Slangen, in het politieke wereldje rondhangen: in een eerste fase om de stuntelende politici in de vrije-markt-logica te op te voeden, waar vooral de 'perceptie', de verpakking en de ‘verkoopbaarheid’ telt; maar in de tweede fase zal de vermarkte democratie zelf vervangen worden door een soort permanente tweerichtingscommunicatie tussen producent en consument, over alle producten en diensten, waarna de politiek rustig kan opkrassen. Wat er anderzijds rest aan ‘cultuur’ is dan puur glijmiddel, zoals Beethoven in de Grondwet, of het muzikaal behang in liften en warenhuizen, of films op VT4 die de ruimte tussen twee reklameblokken moeten opvullen en die ook weer in functie van de juiste doelgroep zijn gekozen.Voor de rest doen de ondermaatse politici overigens alle mogelijke moeite om zichzelf overbodig te maken en de ouderwetse politieke democratie tot een karikatuur te herleiden.
Voorwaar
de uitgekomen natte droom van Bolkestein en het neo-liberale Europa. In het
licht van dit scenario was het voorbije grondwet-referendum, als
politiek-democratisch ritueel, een anachronisme. Of zelfs een ‘kroniek van
een aangekondigde dood’…. Misschien komt het de Euro-elite wel goed uit dat,
iets wat nogal bombastisch als een ‘Grondwet’ werd omschreven, door het volk
zelf de grond werd ingeboord,- waarna de geruisloze uitbouw van de
superkapitalistische vrijhandelszone, niet gehinderd door teveel regels en
inclusief de sociale afbraak, kon verder gaan. De verwachting van de
Franstalig-Brusselse beau monde is dan ook dat onze hoofdstad vooral
een riant Europees-commercieel zenuwcentrum, genre New-York
zou worden. Dàt, en niets anders, is de reden waarom
‘Brussel-Halle-Vilvoorde’ een heet hangijzer is: de splitsing ware een
streep door de rekening van de florissante vastgoedsector die nu al luidop
droomt van één groot Europees business-headquarter met in de groene
rand veel dure villa’s voor al dat schoon volk. Binnen Brussel moeten dan
alleen nog een paar probleemwijken onder de sloophamer, zoals de Noordwijk
in de jaren ’60,- en laat Rem Koolhaas nog maar eens een riante
kantoormastodont tekenen,- de cirkel is rond.
Het Lugano-scenario: de Endlösung voor het armoedeprobleem
Nu zult U zeggen: ach, als die politieke democratie toch zo corrupt is, dan kan die nichemaatschappij best gezellig worden, dat schept toch nieuwe sociale cohesie,- kan ik leuk kletsen met al die fijne lui die ook Deng lezen, met een BMW rondtoeren en op Nikes lopen.
Jazeker. De nichecultuur schept ook
nieuwe groepsattitudes, gebaseerd op imitatie, denk maar aan de schoolgaande
tieners met hun GSM's en brommertjes,- een niche die overigens sterk door
het glijmiddel van de muziekindustrie wordt ondersteund. Ook U zult zeker
vrienden maken binnen Uw yuppie-consumptieprofiel. Behalve als U bv.
Uw job verliest en niet alleen Uw BMW moet inleveren maar misschien ook de
Deng moet laten liggen. Er is dan niets meer om op terug te vallen: geen
overheid die steunt of uitkeert (remember, het parlement is naar huis
gestuurd, het politiek-sociale beleid zelf is afgeschaft), maar ook geen
groepsidentiteit, familie, clan, of informele subcultuur waarin men, zoals
de Congolezen ondanks hun miserie, nog kan schuilen. Zelfs voor Uw eigen
familie wordt U een vreemde, ze herkennen U niet zonder Deng onder de arm,
laat staan zonder BMW-sleutels. U vervuilt, stinkt, Uw vriendin houdt het
voor bekeken. Dit mechanisme van marginalisering en socio-culturele
uitsluiting gaat sneller dan U denkt. Eén tegenslag is genoeg.
Niche-marketing is de aangewezen strategie om culturen te fragmenteren én
politieke inspraakstructuren af te bouwen tot een geatomiseerde maatschappij
waarin armoede geschuwd wordt als een besmettelijke ziekte. Langzamerhand
worden de pechvogels van dit systeem gedraineerd naar een niveau waar ze als
consumenten definitief zijn afgeschreven. Vanaf dan treden andere
mechanismen in werking, en gaat het over de vraag hoe het consumptieparadijs
zich kan ontdoen van een economisch-deficitaire derde en vierde wereld.

Armoede is een estethisch probleem (bedelaars op straat, de lelijke barakken die het TGV-zicht van Rem Koolhaas bederven), en een veiligheidsprobleem (als bron van criminaliteit of oorlogsvoering). Maar in laatste instantie is het gewoon een kwestie van ruimte, ingenomen door meer dan de helft van de bevolking op deze planeet die toch nauwelijks deelneemt aan het economisch proces, ten koste van diegenen die wel consumeren en het geld laten rollen. Tegen dat parasitisme zijn drastische maatregelen nodig zoals het Europees en mondiaal liberalisme die voorstellen: vitale sectoren zoals bv. drinkwatervoorziening privatiseren, kraan dicht voor wie niet betaalt, armoede bestrijden door de armen te likwideren, simpel toch. De natuur kan daarbij altijd een handje toesteken. De naar schatting 15000 Franse slachtoffers van de hittegolf in 2003 (door de Chirac-regering als alibi aangegrepen om te trachten een verlofdag af te schaffen, zogezegd om een ‘solidariteitsfonds’ te spijzen) waren voor het merendeel verpauperde stadsbewoners zonder airco, vereenzaamde bejaarden en marginalen. Velen werden dagen of zelfs weken na het overlijden ‘bij toeval’ gevonden, wellicht door de stank. We zijn ondertussen met zes miljard, en daar moet de helft af, liefst de onderkant die alleen maar plaats inneemt en ons zicht bederft. Het is wellicht om die reden dat Europa zijn zuivelindustrie zwaar subsidieert (dat soort concurrentievervalsing kan dan weer wél), om in de winkelrekken van Kinsasja de locale productie weg te concurreren en zo de Congolese boeren hun schamel inkomen te ontnemen. Al deze subtiele vormen van planetair kannibalisme zitten onder de valse bodem van de neo-liberale toverhoed die Bolkestein ons wil verkopen. De Amerikaanse politicologe Susan George heeft het allemaal haarfijn uitgelegd in haar fictief-hallucinant scenario ‘Het Lugano-Rapport’, waar wetenschappers in ’t grootste geheim een Endlösung uitdokteren voor het bevolkingsoverschot, namelijk het armere deel van deze planeet laten omkomen van honger, AIDS, epidemies, oorlogen. Uiteraard met de vrijemarkteconomie als hulpmiddel (bv. geneesmiddelen duur genoeg maken). In het Amerika van Bush, dat al een eind verder staat in de sociale afbouw, is volgens recente cijfers zowat een op tien burgers ondervoed, vooral zwarten en latino’s. Ondertussen worden bij ons in Antwerpen en Brussel de BTW-bedrijfscontroles zelfs niet meer uitgevoerd ‘wegens personeelsgebrek’,- men legt de publieke financiën dus letterlijk droog om nadien te kunnen zeggen dat er geen geld meer is voor wie uit de boot valt.
Conclusie: Eenheidsworst of lappendeken?
Ondanks
het wishfull thinking van de Eurocratie ging het op 29 Mei en 1 Juni dus
niet om een versplinterde of inpertinente neen-stem van malcontenten,
maar om een solidair en diffuus onbehagen rond een fundamenteel fout
maatschappijmodel. Dat
het protestdiscours rond twee spillen draait (‘sociale solidariteit’ vanuit
links, ‘culturele identiteit’ vanuit rechts) heeft dan gewoon met de aard
van het beestje te maken en zijn dubbele afbraakstrategie.
Het waanidee dat Europa één moet zijn is volstrekt irrationeel, om niet te moeten zeggen, totalitair, Napoleontisch op zijn best, of in het ergste geval Hitleriaans. Van het wereldbeeld van laatstgenoemde staat de Lugano-logica niet ver af: het wereldkapitalisme heeft wel degelijk een genocide in petto, niet van een ras of volk, maar van al wie in het consumptieparadijs ronddrentelt zonder cash.
Sociaalcritisch ‘links’ was in deze kwestie meester van de analyse, cultuurcritisch ‘rechts’ detecteerde de buikgevoelens. Feit is dat beide, vanuit ethisch-politiek standpunt, gelijk hebben en elkaar zelfs perfect aanvullen, en dat de conclusies vernietigend zijn voor het neoliberale nihilisme dat het ‘project’ van de Europese eenmaking beheerst.
Maar de conclusie is ook, misschien verrassend, dat cultuur weer een echte uitdaging kan worden. ‘Cultuur’, niet alleen als een door de media en reclame opgedrongen verzameling tics, of een snobistisch-elitair tijdverdrijf om status te etaleren, of kampioenschap artistiek navelstaren, of een manier voor biologisch mislukte exemplaren om zich voort te planten. Maar ‘cultuur’, als subversieve attitude van individuen, cellen, bellen, identiteiten die de dingen problematiseren, die er een aantal eigenaardige gewoontes op nahouden, en die smaken, emoties, waarden, levensvisies niet als koopwaar te zien maar als iets dat tussen mensen of generaties doorgegeven wordt. Beethoven’s derde dus, verontrustend én intrigerend, ‘cultuur’ als schuurpapier, niet als glijmiddel. Niet dat het alle wereldproblemen zal oplossen, maar het bouwt wel immuniteit op tegen de geserveerde eenheidsworst en de alles overspoelende consumptiedwang met zijn perverse uitsluitingseffecten. Vanuit die optiek kan er ook weer nagedacht worden over levenskwaliteit, natuurlijk evenwicht en de planetaire opgave om de sociale en ecologische smeerboel op te ruimen.
Het lappendeken Europa kan van die subversieve tegenstroom eveneens een aspect vormen, misschien mogen er zelfs hier en daar wat méér grenzen komen als symbool van onderscheid, critische afstand en groepsidentiteit,- het maakt het oversteken van grenzen ook weer spannend. Eindelijk weer dat buitenland-gevoel hebben en kunnen thuiskomen. Dat de marktstrategen er haaruitval van krijgen zal ons een zorg zijn. Of om de genocide-logica eens andersom toe te passen: laat De Gucht en Balkenende maar eens in de clinch gaan, wie weet meppen ze elkaar niet naar de andere wereld.■
Interessante links: