
Terug naar startpagina Alle artikels Deze tekst in PDF-formaat Reageer via het Webforum

Natascha, ou la nouvelle Justine
Het sadistisch universum van onderwijs en welzijnsindustrie
Johan Sanctorum
20/09/2006
Hoe zou het ondertussen met Natascha Kampusch zijn? Het is natuurlijk een
schrale troost: een dikgespekte bankrekening overhouden aan een paar interviews,
in ruil voor acht jaar eenzaamheid onder de garage van een gestoorde eenzaat. Al
kan men zich afvragen of heel het sensatiecirkus, volgend op de ontsnapping,
geen minstens even grote schande is. Of misschien wel meer schade veroorzaakt
heeft, dan het ongewilde conclaaf met Wolfgang Priklopil zelf.
De public relations rond dit fenomeen waren alleszins ronduit ranzig. In het
begin begreep ik niet waarom de jonge vrouw na acht jaar sekreet met een deken
over haar hoofd moest rondlopen. Weldra werd dat duidelijk: voor de beeldrechten
op het ‘begehrteste Gesicht Weltweit’ was een gigantisch opbod tussen de media
aan de gang.
Zeer snel werd communi
catie
een doel op zich. Iemand had haar een ‘woordvoerder’ aangepraat, een zekere
Dietmar Ecker die een reclamebureau uitbaat en gespecialiseerd is in ‘Öffentlichkeitsarbeit’
(“overheidscommunicatie’,-
gaat er bij de lezer ergens een lichtje branden?) en deze gratis service
verzilverd zag met een enorme media-aandacht voor zijn business.
Hij maakte ook de deals met de Oostenrijke openbare omroep (radio- en tv-rechten), de Neue Kronen Zeitung en het weekblad News … die op hun beurt per opbod de rechten wereldwijd doorverkochten. Business as usual.
In een paar dagen tijd, vooral na de publicatie van haar ‘open brief aan de wereldgemeenschap’ (op 28 augustus 2006), voltrok zich een complete usurpatie op haar persoon: door de Heer Ecker die zich een monopoliepositie had verschaft inzake communicatie (hoewel Natascha in die brief al had gezegd dat ze zelf ging beslissen wanneer, met wie en waarover ze zou spreken); door de media die elkaar vertrappelden voor de primeur van het interview; door een meute advocaten die niet zozeer om Natascha bekommerd waren, dan wel om een graantje mee te pikken in allerlei schadeclaims en procedures rond uitzendrechten etc; en, misschien nog het ergste van al: door het legertje specialisten, artsen, psychiaters, psychologen, sociologen, criminologen, welzijnswerkers allerhande, die haar uitspraken relativeerden en pathologiseerden.
Ik ben dan ook zo vrij, alleen Natascha’s eerste open 'Brief an die Welöffentlichkeit’, geschreven een paar dagen na haar ontsnapping, als authentiek en niet-gemanipuleerd te beschouwen, en er een soort close-reading op toe te passen. Het is een openhartige verklaring die verdient geciteerd te worden in deze analyse. En die haar omgeving zelf perplex deed staan.
Natascha als modern wolfskind
“Alle
wollen immer intime Fragen stellen, die gehen niemanden etwas an. Vielleicht
erzähle ich das einmal einer Therapeutin oder dann jemanden, wenn ich das
Bedürfnis habe oder aber auch vielleicht niemals. Die Intimität gehört mir
alleine.”
(“Iedereen stelt zomaar intieme vragen, die niemand wat aangaan. Misschien vertel ik het wel eens aan een terapeute, als ik er behoefte aan heb, of misschien ook nooit. De intimiteit hoort alleen mij toe.”).
Met deze woorden zet de 18-jarige Natascha Kampusch al meteen het nieuwe cordon sanitaire van witte schorten op zijn plaats. Haar zelfstandig, taalvaardig, snugger en ook emotioneel-intelligent optreden betekende een schok voor alle begeleiders en adviseurs die rond haar zwermen. Vanaf dan ging het wetenschappelijk establishment in de verdediging en pathologiseerde haar uitspraken. In de stad van Siegmund Freud is het uiteraard ondenkbaar dat iemand met zo’n verleden géén psychische letsels zou vertonen. Hoe kan een getraumatiseerde patiënt nu zoiets als intimiteit en recht op privacy claimen? Op de sofa ermee, willen of niet. Maar Natascha drijft subtiel de spot met heel de medische en paramedische reutemeteut die aan beroepsmisvorming lijdt:
“Ich lasse sie auch herzlich grüßen, aber ein wenig neugierig waren sie schon. Das ist allerdings ihr Beruf.” (“Doe ze mijn groeten, al waren ze tamelijk nieuwsgierig, maar dat is nu eenmaal hun beroep”).
Ook de aasgieren van de verzamelde wereldpers krijgen een veeg uit de pan, omwille van hun
‘…ewigen Verleumdungen meiner selbst, die Fehlinterpretationen, die Besserwisserei und der mangelnde Respekt mir gegenüber’ (“eeuwige roddels, verkeerde interpretaties, betweterij en gebrek aan respect”).
Haar zelfstandig, taalvaardig, snugger en ook emotioneel-intelligent optreden betekende een schok voor alle begeleiders en adviseurs die rond haar zwermen. Vanaf dan ging het wetenschappelijk establishment in de verdediging, pathologiseerde haar uitspraken en annuleerde haar 'contract met mijn toekomstig Ik'.
Opmerkelijk kritisch vermogen voor wie haar puberteit tussen vier muren heeft doorgebracht. Maar nog opmerkelijker is de conclusie van Dr. Max Friedrich, hoofd van het tienkoppig psychiatrisch team: ‘Dit meisje verkeert in euforie en gaat een depressie tegemoet’. En bovendien, vervolgt hij, wijst haar ‘gedateerd taalgebruik’ op een diepgaande invloed van haar ontvoerder. Wie ze nog alle vijf heeft, wat archaïsch spreekt of schrijft, en eventueel te kritisch uit de hoek komt, moet dus opletten: U bent gehypnotiseerd. De verrassing over de vrije wereld die ze zopas betrad moet groot geweest zijn. Wilkommen zuhause, Natascha.
In Vlaanderen was de stemming onder de zieleknijpers, vooral bezorgd om hun eigen beroepsstatus, even unaniem: deze jonge vrouw wijst haar begeleiders af omdat ze aan een posttraumatische apathie lijdt. Ze onderdrukt haar emoties en verdringt het verleden (twee stigma’s die door de open brief zelf glansrijk weerlegd worden),- hier gaan we nog jaren werk aan hebben. Leve de zachte sector.
Aansluitend namen alle Vlaamse kranten het betuttelend taalgebruik van de specialisten klakkeloos over. Vooral De Standaard speelde het grof (kop van 8/11: ‘Natascha Kampusch zal verschillende jaren psychotherapie nodig hebben’, letterlijk de zin waarmee psychiater Dr. Ernst Berger zijn winkel promootte), en liet de mediageile kinderpsycholoog Peter Adriaenssens verklaren dat Natascha ‘gebrainwashed’ zou zijn, m.n. bezeten door haar dode ontvoerder (“Ze spreekt de taal van de ontvoerder, heeft als het ware zijn persoonlijkheid overgenomen”). Voor Dr. Adriaenssens –in wiens deskundige handen ik geen enkel kind wens- is ze een soort modern wolfskind dat weliswaar goed praat, maar niet weet wat ze zegt,- ze produceert het geratel van een hysterica die weldra zal instorten. En bovendien heeft deze zombie zomaar beslist om haar ouders voorlopig niet te ontmoeten,- stout kindje, dat moeten we even remediëren.
Voor meer zinnige, kritische commentaren moest men dan ook de buitenlandse kranten lezen. Dominic Lawson hekelde in The Independent de onderliggende maakbaarheidsmythe: in de moderne welzijnsdictatuur waar iedereen terapie nodig heeft, is het ondenkbaar dat mensen zichzelf maken, zeker in zo’n extreme omstandigheden. Natascha’s evenwichtigheid -inbegrepen de weigering om haar ontvoerder te demoniseren- is een anomalie voor het wetenschappelijk establishment, dat dan maar ingebeelde ziektes verzint zoals het ‘Stockholm-syndroom’ (genoemd naar een overval op een Zweedse bank in 1973, waarbij twee vrouwen verliefd werden op hun gijzelnemers).
Blijft
dan natuurlijk de in het post-Dutroux-tijdperk nogal vervelende vraag of
Natascha haar ontvoering misschien ook wel een beetje als een reddingsvlucht beschouwt.
Door de omstandigheden geforceerd, maar niet helemaal ongewild. En,- daarop
aansluitend de nog prangender vraag, of ze in haar ontvoerder iets zocht dat ze
tot dan in de buitenwereld niet gevonden had. En of haar net daardoor ook niet
een en ander bespaard is gebleven, hetgeen ze in de bekendste en meest
dissonante zin van haar brief uitdrukt:
‘Es stimmt natürlich, dass meine Jugend anders als die manch anderer ist, aber im Prinzip hab ich nicht das Gefühl, dass mir etwas entgangen ist. Ich hab mir so manches erspart, nicht mit Rauchen und Trinken zu beginnen und keine schlechten Freunde gehabt zu haben. (“Natuurlijk was mijn jeugd anders dan die van de meeste anderen, maar ik heb niet het gevoel dat ik iets gemist heb. Er is me zelfs veel gespaard gebleven, ik begon niet te roken of te drinken, ik heb geen slechte vrienden gehad.”)
Problemen, ditmaal voor Child Focus. Is het opvissen en terug uitleveren van een weggelopen kind aan de goegemeente wel altijd de beste zaak? Ouders die zich in deze situatie bevinden zullen het mij hopelijk vergeven,- maar wat voor een wereld was het, die ze toen achterliet? De waarheid is, dat Natascha in een versplinterd eenoudergezin opgroeide in een troosteloze woonkazerne aan de Weense stadsrand. En dat ze een redelijke kans had om in de nabije toekomst als heroinehoertje onder de Wiener Luft de advocaten en artsen te gaan pijpen die nu haar ‘professioneel begeleidingsteam’ vormen.
. Voor de professionele zieleknijpers –in wiens deskundige handen ik geen enkel kind wens- is ze een soort modern wolfskind dat weliswaar goed praat, maar niet weet wat ze zegt,- ze produceert het geratel van een hysterica die weldra zal instorten.
De waarheid is ook, dat ze met haar moeder, die het hoederecht uitoefende, een slechte of onbestaande band had, en net voor haar ontvoering nog een pak slaag had geïncasseerd toen ze zich overslapen had. Toén al was er geen vertrouwensband, laat staan affectie. Misschien was de achtjarige Natascha wel op zoek naar een figuur die ze echt kon idealiseren, een vertrouwenspersoon, een mentor, –die Priklopil niet kon zijn, daarvoor was hij te zwak, dat zegt ze ook met zoveel woorden.
Voor de gelegenheid, voor de camera’s, en misschien ook wel in het vooruitzicht van een royale schadevergoeding terug een stel, moet dat ouderpaar, mijnheer Ludwig Koch en mevrouw Brigitta Sirny, dringend de film eens terugspoelen. Het moet een kaakslag geweest zijn dat hun dochter meer bekommerd was om de moeder van Wolfgang P., die zich voor de trein had gegooid, dan om het gezin waaruit ze was gekidnapt. Dat ze bij diezelfde opgebaarde Wolfgang P. een intieme dodenwake met kaars had gehouden. En dat ze zelfs opnieuw in het huis wou gaan wonen waar ze acht jaar had doorgebracht.
Het wijst op een band met die ruimte en die persoon die niet uitsluitend in termen van trauma’s en gijzelaarssyndromen kan verklaard worden. Haar eis tot absoluut respect voor de intieme levenssfeer (waardoor de media geconfronteerd worden met een embargo op hun meest sensationele item: had ze sex met Priklopil?,- welke standjes, hoe vaak, wanneer, waar…) heeft als onderliggende boodschap dat er wel degelijk een relatie was. Welke? Tja, de meesten onder ons willen toch ook geen TV-camera’s in de slaapkamer. Opmerkelijk: politieagente Sabine Freudenberger, links op de foto van Natascha-met-het-deken, had in een TV-interview verteld dat Kampusch haar had toevertrouwd dat ze met Priklopil een vrijwillige sexuele relatie heeft onderhouden. Daar is heel veel heibel over geweest, een tijdje hebben politie-commandanten gesuggereerd dat Freudenberger iets fout geïnterpreteerd had, maar dat was onhoudbaar. Natascha begreep vanaf dat moment dat ze dit soort confessies aan niemand kwijt kon, en hulde zich in haar privacy.
Er war ein Teil meines Lebens. Deswegen trauere ich in einer gewissen Weise um ihn. Ich möchte Ihnen im Voraus jedoch versichern, dass ich keinerlei Fragen über intime oder persönliche Details beantworten will und werde. (‘Hij was een deel van mijn leven. Daarom treur ik in zekere zin om hem. Ik wil U nochtans bij voorbaat verzekeren dat ik geen vragen over intieme of persoonlijke details zal beantwoorden’).
Meer en meer blijkt het klassieke Blauwbaardverhaal doorkruist te worden door andere lijnen die niet passen in het stereotiepe plaatje, en die aantonen dat het hier nog om iets anders gaat dan een Alpijnse versie van de Dutroux-story: Wolfgang en Natascha gingen samen winkelen, eten, op vriendenbezoek, en naar het schijnt zelfs skieën. De hulpverleners en de media moeten uiteindelijk het onthutsende feit onder ogen zien dat Natascha haar isolement heeft opgeheven omdat ze vond dat ze daar zelf aan toe was. Tragisch afscheid van een ontvoerder, die ergens een opvoeder en misschien zelfs een geliefde was? Tijd voor een kleine cultuurfilosofische excursie.
Ontboezemingen
Het verhaal van Priklopil –dat eigenlijk het verhaal is van de prepuber Natascha, op zoek naar een onvindbare mannelijke ideaalfiguur- stelt de problematiek van de opvoeding in onze maatschappij op scherp. Haar affectie voor haar ontvoerder valt niet te begrijpen zonder een fenomeen uit onze Westerse culturele traditie dat alle institutionele paden doorkruist: het privé-onderwijs,- de mysterieuze interactie tussen een nieuwsgierige discipel en een mature mentor. Geen opvoeding via eenheidsworst, maar een doorleefde initiatie met erotische onderstromen. Niet zomaar om spelletjes te spelen, maar om in te wijden en ingewijd te worden in grote en kleine geheimen. Filosofen als Abélard en J.J. Rousseau spelen er een hoofdrol in, maar ook de onvermijdelijke Marquis de Sade. Heel dit universum van de sexualiteit, wetenschap, macht en kennisoverdracht is uitvoerig geanalyseerd door de hedendaagse Franse denker Michel Foucault, vooral in zijn ‘Histoire de la sexualité’ (1984).
Opvoeding is verbonden met persoonlijke fixaties. Vanaf een jaar of zes willen kinderen antwoorden op vragen, maar niet van iedereen om ’t even waar, en vooral niet in de openbaarheid. Gaandeweg convergeert het sexueel ontluiken met een zoektocht naar de geheimen van deze wereld, en wordt de opvoeder vertrouwenspersoon en geliefde. Deze 'Griekse' één-één-relatie tussen pedagoog (m/v) en leerling(e) is per definitie intiem en privé. In de Griekse oudheid zou Socrates al een relatie gehad hebben met zijn uitverkoren leerling Alcibiades,- de tekeningen op de vazen liegen er niet om: de pedagoog onderwijst de discipel tijdens het liefdesspel. Dichter bij huis is de homosexuele relatie bekend van priester-dichter-leraar Guide Gezelle en zijn leerling Eugeen van Oye. Overigens gingen Griekse jongemannen de fijne kneepjes leren bij een courtisane, iets wat hun latere echtgenote zeker zal geapprecieerd hebben.
In
de libertijnse Franse 18de eeuw wordt dat erotisch conclaaf van
leerling(e) en meester(es) de rode draad van een echte levenskunst, althans in
de aristocratische middens die we vandaag vooral kennen uit verfilmde
zedenromans als ‘Les liaisons dangereuses’ (1782)van Choderlos de Laclos.
Centraal staat hier de ontmaagding van de jongeman door een oudere vrouw, die
niet alleen zijn lichamelijke ontwikkeling maar ook heel zijn geestesleven
beheert (vandaar oorspronkelijk de naam ‘maîtresse’). Deze domina koos
haar discipel, nooit omgekeerd. Ze had met wat geluk haar biologisch-familiale
taak vervuld, namelijk het baren van mannelijke erfgenamen, kon sociaal en
materieel afstand nemen van haar echtgenoot, en verleidde een nieuwsgierige,
onervaren puber tot een zoektocht naar de G-spot maar ook naar de geheimen des
levens, naast boldriehoek
smeetkunde
en dies meer. Het is de relatie tussen Cherubino en de gravin in Beaumarchais’
‘Les noces de Figaro’. Behoedzaam
gidsen, liefdevolle kastijding, verkennend Fingerspitzengefühl, je tong
leren gebruiken, ‘éducation’ dus, in de volle betekenis van het woord:
het vrouwelijk lichaam was een metafoor voor de kosmos.
Het is echter de filosoof J.J. Rousseau (zelf als 16-jarige puber ingewijd door de rijpe Mme de Warens) die dit aristocratisch-wuft boudoirgegeven zal verbreden tot een filosofie van de opvoeding, gebaseerd op retraite, intimiteit en persoonlijke inwijding. Zowel in ‘Julie ou la Nouvelle Héloïse’ (verschenen in 1761, verwijzend naar de liefdesrelatie van de monnik Abélard met een jonge novice, genaamd Heloise), als in het nog extremere (en onmiddellijk verboden) "Émile ou de l’éducation" (1762), gaat Rousseau een toer op die hem vandaag achter de tralies zou brengen. Jongens moet het leren bij oudere vrouwen, anders worden het gefrustreerde, levenslang-domme Oidipussen. En liefde smaakt naar meer en beter. En of hij gelijk had.
Gaandeweg convergeert het sexueel ontluiken met een zoektocht naar de geheimen van deze wereld, en wordt de opvoeder vertrouwenspersoon en geliefde. Deze 'Griekse' één-één-relatie tussen pedagoog (m/v) en leerling(e) is per definitie intiem en privé.
Hoe sterk erotiek werkt als smaakmaker en intellectuele stimulans in de kennisoverdracht, heb ik zelf mogen beleven in het voorlaatste jaar van het middelbaar, toen ik verliefd werd op de wiskundelerares en op slag binnengeraakte in een wereld die voor mij tot dan hermetisch gesloten was gebleven. Haar boezem was mijn horizon, haar kruis het imaginaire punt omega waar alle rechten elkaar ontmoeten. U vindt het misschien grappig, maar dat is het niet: ik haalde, vanuit het niets als een nul in cijfers, écht die tienen, in een ‘exact’ vak dat niets aan interpretatie of willekeur overliet. In deze relatie van blozen en zuchten –die door de dame in kwestie werd beantwoord maar ook zorgvuldig Platonisch en discreet gehouden werd- waren wetenschap en erotiek volkomen één. De kennis van de wereld was de kennis van haar genereuze persoon: absoluut particulier én universeel tegelijk. Haar boudoir heb ik echter nooit gehaald: het systeem liet het niet toe, onze verhouding zat ingekapseld in de onnoemelijke tirannie van een opvoedingskamp en institutionele diplomafabriek, ‘school’ genoemd. Daarna ben ik filosofie gaan studeren.
Ach ja, die Rousseau. Volgens een (waargebleken) roddel van Voltaire stuurde hij zijn vijf kinderen naar het weeshuis, om in alle rust zijn tractaten over opvoeding te kunnen schrijven. Blijkbaar staat er in onze cultuur tegenover vrouwelijke generositeit enkel mannelijk egoisme. En die verfijnde aristocratie van het Ancien Régime hanteerde uiteindelijk evenzeer een dubbele moraal: de jongemannen mochten zich laten inwijden door een rijpe maîtresse, maar de meisjes moesten maagd blijven tot aan hun huwelijk. Om nog te zwijgen van het ‘ius primae noctis’, het feodale recht van de kasteelheer om het maagdelijk huispersoneel te bespringen.
In het Kampusch-verhaal vormen mannen daarom een volstrekt negatief gegeven. Niet alleen de zwakkeling Priklopil zelf, maar heel de gang van advocaten, hulpverleners, journalisten en communicatiespecialisten die allemaal bezit wilden nemen van het curiosum, onder voorwendsel van zich verdienstelijk te willen maken: dit is de zoveelste transformatie van het Sade-universum.
Het erotisch-intimistisch
opvoedingsmodel is dus uitermate broos: onze cultuur wordt nog steeds door de
fallus geregeerd, alle ritsprincipes ten
spijt.
Privé-relaties moet wijken voor globale schablonen, socialisatie en competitie.
De ironie is dus, dat de Franse Revolutie de principes van J.J. Rousseau heeft
overgenomen, om ze vervolgens de nek om te wringen. Alle kennis moet openbaar,
toegankelijk en algemeen zijn. Een collectivistische ont-erotisering die,
opmerkelijk genoeg, haast enkel in een pornografische metafoor kan gevat worden.
Niemand heeft dat op zo’n schokkende wijze duidelijk gemaakt als Marquis de
Sade (1740-1814): de moderne beheersingsstrategie van het staatsapparaat
ensceneert de samenleving als een partouze, een seksfuif waarin totale
vrijheid samengaat met totale zichtbaarheid en de afwezigheid van elke
intimiteit. Zo worden lustoord, bordeel, kazerne, gevangenis, strafkamp, school,
zothuis en inferno compleet gelijkvormig en verwisselbaar. Sade is niet zomaar
een pornograaf,- hij ontleedt genadeloos de leegte van de moderniteit, waarin
democratie en pluralisme de façades van de macht zijn, en over onbenulligheden
gaan zoals het uitkiezen van standjes. En waarin empathie vervangen is door de
dwang om te communiceren en te mediatiseren. De gang-bang, met tien tegelijk
erop.
Zo zijn we weer bij Priklopil, Natascha en haar entourage. De griezelige overeenkomst tussen wat Natascha ondergaat sinds haar ‘bevrijding’, en bepaalde orgie-scènes uit Sades ‘Justine, ou les Malheurs de la vertu’, legt het obscene en totalitaire karakter bloot van onze welzijnsindustrie: alles is mededeelbaar, niemand ontsnapt aan de plicht tot deelname.
In het Kampusch-verhaal vormen mannen daarom een volstrekt negatief gegeven. Niet alleen de zwakkeling Priklopil zelf, maar heel de gang van advocaten, hulpverleners, journalisten en communicatiespecialisten die allemaal bezit wilden nemen van het curiosum, onder voorwendsel van zich verdienstelijk te willen maken: dit is de zoveelste transformatie van het Sade-universum.
De anti-spijbelchip
In
NRC-Handelsblad komt columnist Michiel Hegener tenslotte tot de clou:
niet alleen de psychiatrie en het wetenschappelijk establishment hebben zich
belachelijk gemaakt; ook ons modern onderwijssysteem, gebaseerd op collectieve
kennisoverdracht en individualistische prestatiedrang, komt hier gehavend uit.
Dit is het nulpunt van de pedagogie: Natascha Kampusch heeft gewoon zichzelf
opgevoed, zonder examens, schooldressuur of meekijkende ouderverenigingen.‘Met
honderden miljoenen wereldwijd kijken we ademloos naar het resultaat,- om bij de
eerstvolgende journaaluitzending weer een politicus te horen zeggen dat we
zoveel miljard meer aan onderwijs moeten uitgeven’, aldus Hegener.
Zelf noemt ze haar mentaal groeiproces bij Wolfgang P. ‘een contract met mijn toekomstige Ik’,- een schitterende definitie van zelfopvoeding in de geest van Rousseau.
Maar zoiets druist in tegen de principes van het sociaal-pedagogisch instituut: als individuen zelf het leren gaan beheren, dan is het systeem zijn greep op de toekomst kwijt. Het politiek-wetenschappelijk establishment heeft een blauwdruk van het ideale individu, en grijpt het opvoedingsproces aan om dat schabloon te universaliseren. De staat kan zijn burgers nauwelijks nog controleren, ook niet via de media; het schoolsysteem is het enige socialisatiemechanisme dat nog overeind blijft. De poging van het ‘team’ om Natascha te exorciseren (‘de geest van je ontvoerder zit nog in je hoofd’) diende dan ook enkel om plaats te maken voor het politiek-correcte mainstreamdenken dat er bij iedereen wordt ingeramd.Voor de moderne macht is het daarom van cruciaal belang dat de diversiteit binnen de populatie behouden blijft: alleen zo wordt vermeden dat groepen of enkelingen zich afscheuren, eigen regels en codes gaan opstellen, en een subcultuur gaan ontwikkelen, die eindigt in een eigen kennissysteem en dito pedagogie.
Van de Westvleterse Trappisten (‘The best beer in the world’,) tot de wiskundige Grisha Perelman die een wetenschappelijk mysterie oploste terwijl hij in Siberië paddestoelen aan het plukken was, wordt het van langsom duidelijk: kwaliteit wordt niet gebrouwen in grote collectieven volgens algemene recepten, maar aan zijwegen, uithoeken, in de beslotenheid van kleine cellen.
Wanneer
ik minister Frank Vandenbroucke –overigens een competent en intelligent man-
hoor zeggen dat zijn gemeenschapsonderwijs ‘kwaliteit wil halen door diversiteit
te creëren’, dan snuif ik door de chloor heen de geurtjes van Sade’s
riooluniversum op. En ga ik “Deschooling Society” van Ivan Illich
herlezen, met “Justine” in mijn achterhoofd. Hoe meer we naar de grote
eenheidsschool gaan en de tolerantie tot ons nemen, hoe conformistischer en
gewilliger we worden. Hoe meer de gelijkheid wordt gepredikt, des drastischer en
onmenselijker is de competiviteit, met afhaken en burn-out als gevolg.
Hoe sterker de democratie ons begraaft in een vaag amalgaam van meningen, des te
sneller zullen we berusten in de onmogelijkheid om iets ‘unieks’ te beleven,
iets apart, onherleidbaar, onmededeelbaar. Het pluralistisch
‘gemeenschapsonderwijs’ confronteert jongeren, onder het mom van
verdraagzaamheid, met de nietigheid van elke levensfilosofie, die slechts een
‘mening’ wordt. In die zin zijn kleine entiteiten als de Steinerscholen oases
van cultuur, ook al eten ze uit de hand van de overheid. In die zin is het zelfs
boeiend dat believers van het scheppingsverhaal (waar ik persoonlijk
overigens totaal niet in geloof) hun kosmologie stellen tegenover de
geautoriseerde Darwin-versie, en eisen dat hun waarheid óók mag onderwezen
worden.
Wanneer ik minister Frank Vandenbroucke hoor zeggen dat zijn gemeenschapsonderwijs ‘kwaliteit wil halen door diversiteit te creëren’, dan snuif ik door de chloor heen de geurtjes van Sade’s riooluniversum op. En ga ik “Deschooling Society” van Ivan Illich herlezen, met “Justine” in mijn achterhoofd.
Zo wordt het verhaal van Natascha op ’t einde
–en dan laat ik haar definitief gerust-
een pleidooi voor een drastische schaalverkleining van h
et
onderwijs, een de-globalisering van de kennis, en een herbronning van de
pedagogie. Er is niet één
wetenschap, maar duizenden, die elk een wereld vormen. Elke wetenschap is een
geloof, en ook ‘bijgeloof’ is een geloof,- sorry als die brave jongens en
meisjes van
Skepsis dat niet
snappen. Misschien zijn spijbelaars (in het Atheneum van Dendermonde moeten de
leerlingen zich nu elk uur ‘inscannen’ met een anti-spijbelchip…) wel meer op
zoek naar dat mysterieuze kwaliteitsmoment, dan naar nietsdoen of rondhangen, en
is heel het puberteitsproces een zoektocht naar het intieme en het unieke, weg
van de grootste gemene deler.
Van de Westvleterse Trappisten (‘The best beer in the world’,) tot de wiskundige Grisha Perelman die een wetenschappelijk mysterie oploste terwijl hij in Siberië paddestoelen aan het plukken was (weer die wiskunde…), wordt het van langsom duidelijk: kwaliteit wordt niet gebrouwen in grote collectieven volgens algemene recepten, maar aan zijwegen, uithoeken, in de beslotenheid van kleine cellen. U mag dit laatste zo letterlijk of zo figuurlijk nemen als U wil.
Natascha gaf zichzelf een voldoende, toen ze schreef: ‘Ich wuchs heran zu einer jungen Dame mit Interesse an Bildung und auch an menschlichen Bedürfnissen.’ Ik geef haar de grootste onderscheiding.■
Reageren op dit artikel? Bezoek ons webforum
Interessante links