
Terug naar startpagina Alle artikels Deze tekst in PDF-formaat Reageer

Vijf
goede redenen om Nee te stemmen
Een politieke analyse aan de vooravond van 10 juni
Johan Sanctorum
1/6/2007
In
‘The naked Ape’, een ontluisterend boek over menselijke gedragingen en
sociale rituelen, beschrijft Desmond Morris haarfijn hoe politiek in elkaar zit:
mannetjesdieren doen aan machtsvertoon en bepalen een hiërarchie, met als inzet
het aantal wijfjes dat te bespringen valt. Hij toont aan hoe, bij de meest
uiteenlopende diersoorten, territoriale en hiërarchische conflicten
op-leven-en-dood evolueerden tot ‘rituele schijngevechten’ onder de mannelijke
exemplaren: imponerende houdingen, bluf, dreigementen, terrein afbakenen, zonder
dat echt tot de aanval wordt overgegaan.
Het is opmerkelijk hoe deze zoölogische theorie van het ‘veel-drukte-om-niets’
aansluit op het electorale schouwspel dat we weer mogen meemaken: politiek is
doordrongen van mannelijke pronkzucht en machtsvertoon. Enige verkramptheid en
verlies van werkelijkheidszin is niet vreemd aan deze ‘decadente’, om zichzelf
draaiende theatraliteit van het politieke beest. Kikkers die zich opblazen om de
tegenstander af te schrikken, tot ze ei-zo-na ontploffen: wie het VLD-spektakel
van de laatste maanden geobserveerd heeft, beseft hoe dicht blufpoker en
belachelijkheid bij elkaar liggen.
Politiek is de karikatuur van het territoriumgevecht en de strategie van het
absurde, en wie daaraan nog twijfelt, heeft de fameuze show van Debbie en
Nancy niet gezien.
‘Wederzijds soigneren’
Desmond Morris toont ook aan, hoe schijnbaar domme en onnozele acts als een soort afleidingsmanoeuver gaan fungeren om de rivaal op het verkeerde been te zetten. Ze houden het midden tussen een grap en een truc. De onschuld spelen, in je neus peuteren en doen alsof het je niet interesseert: zie de ‘metacampagne’ van Leterme, ook in het apenkot van de Antwerpse zoo doorlopend te bezichtigen.
Sex is en blijft de absolute energiebron van het politieke bedrijf. Het ‘algemeen belang’ is maar een alibi, dat individuele driften en persoonlijke ambities verbergt. De lichaamstaal van de doorsnee-politicus spreekt boekdelen: hij stelt zich op als een bull die zoveel mogelijk wijfjes wil behagen en een electorale harem wil uitbouwen waarin elke kiezer een virtuele minnares voorstelt. Zijdelings probeert hij nog wel concurrenten uit te schakelen, maar het verleiden van het kiesvee, daar komt het op aan: verkiezingen zijn baltsrituelen.
Tenslotte
wijst Morris erop dat bij mensapen het afblazen van de rivalenstrijd eindigt in
het ‘wederzijds soigneren’. Er ontstaat een soort overeenkomst die veel later de
naam van ‘sociaal contract’ zal krijgen, en waaruit de verzorgingsstaat
is voortgevloeid: in ruil voor status, macht en voldoende orgasmes schenkt de
overwinnaar bescherming aan zijn clan, aan de verliezers, en bij uitbreiding
heel de gemeenschap. Bill Clinton mocht zich door Monika laten bedienen,
het heeft zijn populariteit zelfs deugd gedaan.
We dulden de strapatsen van het dominante mannetjesdier, omdat hij ons tegen de
jungle van het leven moet beschermen. Doet hij dat niet, dàn kan hij onze
gewilligheid verliezen: democratie is wederzijdse chantage, zoals het huwelijk.
Politiek is dierlijk, theatraal en infantiel. Niet te verwonderen dat filosofen als Plato een afkeer hadden van de apenstreek die ‘democratie’ heet: de huichelarij, de travestieën, de clowneske charades, de beloften, het gesjacher,… het zijn geen marginale nevenverschijnselen maar integendeel de hoofdzaak van het politieke spel. Excentriek en on-politiek stemmen is haast een plicht in dit universum van de waan. U twijfelt nog? Een kleine rondgang in de apenkooi van de Vlaamse politiek moet zelfs de grootste Ja-knikker overtuigen.
VLD: “De toekomst telt, niet de afkomst…”
Daar kunnen Mathias De
Clercq, Willem Frederik Schiltz, Katia della Faille
de Limburg Stirum en Jean-Jacques De Gucht van meespreken.
Deze blagen, die alles aan hun naam en afkomst te danken hebben, lacht een
stralende toekomst toe. ‘Ik voel me niet zozeer Vlaming of Belg, maar
wereldburger’, zo stuntelt de veelbelovende Gentse pamperschepen Mathias De
Clercq van het ene cliché naar het andere. Met nog een slechtgemikt
Finkielkraut-citaat erbovenop (dat eeuwig snoeven met belezenheid, een vorm van
intellectuele terreur waarin Verhofstadt pionierswerk heeft geleverd...) besluit
deze
kleinzoon-van
dat de serieuze politici België moeten samenhouden. ‘Niet met tromgeroffel,
maar met een open en constructieve dialoog tussen volwassenen’. Terug naar
de kleutertuin, Mathias. Ik heb nooit méér tromgeroffel gehoord dan in die zes
maanden Open-VLD-campagne met groots geregisseerde partijmeetings, congressen,
manifesten, gratis boekjes bij de krantenboer, die alleen maar tot doel hadden
om aan zet te blijven op mediatiek terrein, zonder dat er inhoudelijk wat te
beleven viel. Wat de partij niet belette om, in het kader van deze
overcommunicatie, ook nog eens het begrip ‘inhoud’ zelf heruit te vinden.
Ach, die VLD met dat huichelachtig ‘Open’-voorzetsel. Eén keer heb ik ervoor gestemd, in 1999, toen we stonden te dringen om de tsjeven na 50 jaar machtspolitiek eindelijk eens een oppositiekuur te gunnen. Sindsdien is het loden gewicht van de loge elke dag groter geworden: de netwerken regeren, connecties beslissen, afkomst bepaalt. Ongeveer alles waar het liberalisme voor staat, werd sinds de eerste dag van Verhofstadt-I in toenemende mate verloochent. Ondanks alle praatjes heeft België na Denemarken en Zweden de hoogste belastingsdruk van Europa, bescheiden arbeidsinkomens retourneren zelfs 60% aan de schatkist: het perfecte argument om géén job te zoeken. De vrijgemaakte energiemarkt leidde niet tot een prijsdaling, integendeel: het quasi-monopolie van Electrabel (door Verhofstadt via een geheim protocol beveiligd, zo bleek uit een Terzake-reportage van 3/6/07) blijft onaangeroerd; internetten is in ons land zowat het duurste van heel Europa.
De VLD is sinds vier jaar vooral met zichzelf bezig geweest. Achter het failliet van de ‘open-debat-cultuur’ en het aandoenlijk gestotter van Bart Somers voltrok zich een ideologische implosie zonder weerga, waaruit een ‘progressieve centrumpartij’ opdampte die geen enkele substantie meer had, behalve de verzamelde ambities van zweterige mannetjesdieren.
Dankzij Noël Slangen, die het ritselen tot kunst verhief en zijn foorkramerslogica als ‘partijstrategie’ wist te verkopen, is de VLD op sterven na dood en is er niét op stemmen een ultiem gebaar van mededogen.
SP.A – Spirit: het socialisme zal gezellig zijn of…
Toen mini
ster
Vande Lanotte soapacteur Gène Bervoets tot raadgever benoemde,
wist ik het zeker: deze partij wil overleven zoals een TV-soap die nooit
eindigt,- om de simpele redenen dat er geen verhaal is, alleen personnages die
komen en gaan. De tijd dat er in Vlaanderen eens een Segolène Royal opstaat, is
duidelijk nog veraf. Het vrouwelijke boegbeeld Freya is alleszins alles wat
la Royale niét is: een dom, immatuur product van het partij-apparaat, én
omhoog gekatapulteerd dankzij de juiste familienaam. Onder de softe
kameleonrethoriek, waarmee Patrick Janssens de verkiezingen won, schuilt
nochtans een demagogisch opportunisme dat zo uit het notebook van Machiavelli
schijnt te komen.
De manier
hoe rood groen kannibaliseert, is gewoon weerzinwekkend, en voedt het beeld van
de politiek als puur machtsspel zonder ethisch élan.
Na de kaping van ‘huisvrouw’ Margartha Guidone vervolgde Bruno Tobback
zijn piratentocht langs St. Amandsberg, waar hij, in aanwezigheid van de
verzamelde pers uiteraard, de 8-jarige Astrid op school ging stalken omdat ze
hem een brief over het milieu had geschreven. ‘Oude Barreel (de naam van
het schooltje) lokt minister’, blokletterde De Standaard. Euh…wie lokt
hier wie? Dit lijkt meer iets voor de speciale onderzoekscel pedofilie, maar de
kranten smullen van dit
soort electoraal kindermisbruik. Sans gêne schudt SP.A de smet van 8 jaar
liberaal non-beleid van zich af, inclusief fiscale amnestie en frauduleuze
pogingen om de staatsrekening te doen kloppen, door lachend en grappend
van de ene hype naar de
andere te paraderen, en de mensen aan te zetten om het onvoorwaardelijke en
algehele Ja!-woord te geven. Hierin geholpen door Spirit-boegbeeld
Bert Anciaux, de man die aan het woord ‘verkleutering’ een nieuwe dimensie
toevoegde.
De cijfers brengen een ander verhaal. In december 2005 bracht het "Jaarboek over armoede en sociale uitsluiting" van de Universiteit Antwerpen uit dat maar liefst 15 procent van de Belgische bevolking , ofwel méér dan anderhalf miljoen mensen, onder de armoedegrens leven. Fiscaal blijken de laagste inkomens het meest te moeten afdokken. Waar hebben de verdedigers van de kleine man zich gedurende 8 jaar mee bezig gehouden? ‘Het socialisme zal gezellig zijn, of het zal niet zijn’, was een van Steve Stevaert’s gevleugelde woorden.
Het zal dus niét zijn, vrees ik, Steve.
CD&V – NVA: respect voor respect
Dat uitdager Yves Leterme met de voeten rammelt van een doodnerveuze Verhofstadt, daar kunnen we alleen maar geamuseerd naar kijken. Op oorverdovend lawaai reageer je inderdaad niet met nóg meer lawaai, maar met lakonieke stilte. Slangen schaakmat. Wat ons natuurlijk niet belet om te gluren naar wat CD&V echt in de korf heeft zitten. En dat is toch wel een revelatie, die aantoont hoe gelaagd en gesofistikeerd hun communicatie in elkaar zit.
Het
mandje wordt vanboven netjes afgedekt met een geruit doekje uit de linnenkast
van mama Leterme. De kopman verslikt zich niet in grote uitspraken maar
hermodelleert alle karikaturale eigenschappen die de Vlaming sinds jaar en dag
worden toegedicht (goedmoedig, sloom, honkvast) tot het profiel van de perfecte
premier. Rond hem hangt het aureool van ‘goed bestuur’ ,- geïnspireerd op
de spreuk die mama Leterme op haar schoorsteen heeft hangen: ‘Doet wel en
ziet niet om’. ‘Goed bestuur’ is letten op de winkel, niets meer. Een
eeuwigdurende politiek van lopende zaken. CD&V
bespeelt de angst voor verandering bij een belangrijke onderstroom in de
samenleving, en projecteert zich op een bij voorkeur landelijke achtergrond van
het idyllische Vlaanderen uit de Ernest Claes-romans.
In de coulissen van Letermes boerencarnaval –dat is dan de tweede linie- timmeren ondertussen de huisideologen à la Wouter Beke (KUL) en Mark Van de Voorde, (‘Kerk en Leven’) naarstig aan de nieuwe versie van het personalisme,- een uitermate vage ideologie die, als ik het goed begrepen heb, ‘respect en verbondenheid tussen mensen in een warme samenleving centraal stelt’. Het betuttelend vingertje van de dorpspastoor is nooit ver weg in Beke’s verhaal. Koestert CD&V heimwee naar het Vlaanderen van de kerktorens, ook al zit er in de kerk zelf geen kat meer? De alles- en nietszeggende containerbegrippen (dixit Jos Gheysels) tieren welig. Er wordt voortdurend over ‘samenhorigheid’ georakeld, zonder dat iemand te weten komt waarrond… tenzij rond samenhorigheid. De partij heeft de mond vol van ‘respect’, maar respect,- in godsnaam (pardon) voor wie of wat? Ook voor Bush en zijn Irak-kruistocht bijvoorbeeld? (CD&V/NVA weigerde in 2005 een platformtekst tegen de oorlog te ondertekenen). Respect voor respect dus.
Helemaal op de bodem van de mand blijkt waar het echt om draait: hier wachten oude krokodillen zoals Herman Van Rompuy, Hugo Vandenberghe en Wilfried Martens (niet op de lijst, wel actief in de lobbyclub 'B-plus') hun tijd af, om de oude CVP-staat en dito tsjevencultuur te restaureren. Neen, bedankt. Een weinig benijdenswaardig gezelschap voor de NVA overigens, die uit puur opportunisme deze kermiskoers meerijdt, tot ze zullen merken dat ze in de verkeerde ploeg zitten.
Vlaams Belang: de levensverzekering voor de monarchie
Om te begrijpen wat zich momenteel in deze partij afspeelt, is het boek van Geert Van Cleemput, ‘Vlaams Geblokkeerd’, leerzame lectuur.
In
het kort komt zijn analyse erop neer dat het VB zichzelf veroordeelt tot een
steriele oppositie door de straatvechtersstijl van Dewinter, en dat het politiek
isolement van de partij de zittende bonzen eigenlijk goed uitkomt.
Het Vlaams Belang kan zich electoraal
behoorlijk handhaven, maar ondergaat een soort zelfvergiftigingsproces door een
gebrek aan instroom, vooral van kritische massa: daardoor moet de partij steeds
sloganesker de onderste regionen van de samenleving bewerken.
De grote verliezer is het flamingantisme zelf: het VB is de beste levensverzekering voor het Belgique-de-papa, waarbij de reguliere pers al haar pijlen verschiet op de gedoodverfde zondebok. Binnenskamers wordt elke discussie afgeblokt, vrije meningsuiting is er een taboe. De rebellerende anti-establishment-attitude van de partij staat haaks op de zwijgcultuur en de angstvalligheid waarmee heikele onderwerpen (zoals abortus of het migrantenstandpunt) onbespreekbaar worden gehouden. De afkeer die het VB uit van de traditionele politieke cultuur (waaraan ze een groot deel van de proteststemmen te danken heeft), is moeilijk te rijmen met het gebrek aan niveau dat ze zelf etaleert, op hier en daar een witte raaf na. Deze intellectuele armoede is een merkeigenschap geworden en drijft de partij in een inflatoire scheldcultuur die alleen nog randdebielen kan bekoren.
Ondertussen botst het harde migrantenstandpunt met de menselijke werkelijkheid, en moeten ‘slappelingen’ zoals Guido Tastenhoye (die opkwam voor een gezin van asielzoekers uit Kazachstan) tot de orde worden geroepen. “Ik heb mijn lesje geleerd. Dit zal me nooit meer overkomen", verklaarde Tastenhoye aan de pers. Hij hield woord en benam zich een jaar later het leven.
Groen!: vegetariërs op vierwielaandrijving
Dat ze Al Gore niet konden uitspelen en Margareta Guidone lieten wegglippen, zijn strategische foutjes die bewijzen dat dit clubje van vrouwen en mietjes het politieke spel niet machtig is. Sympathiek amateurisme. Maar dat ze, terwijl we onze adem moeten inhouden voor de smog, nog niet in staat zijn om mensen te overtuigen dat het beleid faalt, wijst op iets anders: de Groenen lijden aan een terminale vorm van reglementitis en verkeren in de waan dat je dingen van bovenuit moet veranderen. Heel het regelnichtgedrag van deze partij richt zich bij voorkeur op de zondigende burger die teveel eet, teveel ademt, teveel vervuilt, kortom: er een eind aan maken is de enige oplossing, we zijn er gewoon teveel.
“We
willen zeker geen betuttelend vingertjes opsteken”,
peroreert Euro-parlementslid Bart Staes. Om dan vervolgens zijn
‘ecologisch voedselplan’ voor te stellen waarin tomatensoep met balletjes ten
strengste wordt afgekeurd, donderdag tot vegetarische dag wordt uitgeroepen, en
4x4-rijders (tot voor kort nog verbanvloekt wegens hun CO2-uitstoot) de
absolutie krijgen, mits ze van vleesconsumptie afzien. Heeft het gezin Staes
zelf een stevige Landrover op stal, en zochten ze een politiek-correcte smoes?
Nadat Vlaanderen komaf heeft gemaakt met de
Christelijke schuldcultuur, maakt Groen! van het culpabiliseren van de burger
een hoofdthema. Sorry Bart, als de vleesballetjes teveel kilometers
hebben afgelegd, dan tik je de producenten op de vinger, niet de man of vrouw
met het winkelkarretje. Maar daarvoor ontbreekt het Groen! dan weer aan…
ballen.
Daarbovenop trekt Groen! volop de Belgicistische kaart en mist ook nog eens aansluiting met het Vlaamse burgerprotest dat zich tegen de monarchie en het oude Belgische establishment keert. Kleinschaligheid, transparantie en zelfbeheer, bij uitstek ‘groene’ thema’s, worden niet doorvertaald als het om Vlaams zelfbeheer gaat. Groen! is ontworteld en mist een natuurlijk buikgevoel,- het ergste wat een milieupartij kan overkomen. Geen optie dus voor iemand met onderbuikkriebels.
Het ware alternatief: 40.000 échte blowjobs
Conclusie: dit soort democratie verdient onze deelname niet. Alleen een echt, volwaardig fuck-you is het juiste antwoord op de baard van Vande Lanotte en Leterme, of het gedaas van Verhofstadt.
Blanco stemmen? Ach, dat is zo kleurloos. Een tip, althans voor wie in Antwerpen woont, hét politiek laboratorium van dit land: de ‘nee’-partij met als boegbeeld Tania Derveaux, die opkomt voor de senaat maar géén stemmen wil, en niét zal plaatsnemen in het halfrond als ze die toch haalt: ze gaat voor een lege zetel, een gaping waar de achtbare senatoren met afschuw naar zullen kijken.
In
de plaats daarvan geeft ze zomaar 40.000 échte blowjobs weg
(‘pijpbeurten’, voor de niet-rokers onder U) die ze, mits strenge protocolaire
voorwaarden en na het invullen van een formulier, zal verstrekken bij gewone
burgers zoals U en ik. Hierdoor zal ze sowieso geen tijd hebben om haar mandaat
op te nemen, want ze heeft voorgerekend dat ze, à rato van 80 beurten per dag,
zo’n 500 dagen zoet zal zijn,- en dat is langer dan de komende regering het zal
uitzingen, zo wordt verwacht.
Deze vorm van buitenparlementaire oppositie –waartegen Mahatma Ghandi maar een schriele garnaal was- moet en zal de meest apathische burger doen rechtveren. En wat meer is: hier schuilt een doordenkertje achter, dat ons mannelijk politiek brein compleet tilt doet slaan.
De ‘Nee’-partij steunt namelijk op een duizelingwekkende paradox waar Zeno een punt kan aan zuigen. Stemt U er niet voor, dan bent U er allicht tegen; stemt U er wel voor, dat bent U er ook tegen, want haar enige programmapunt is… zo weinig mogelijk stemmen behalen. Haalt de partij nul stemmen, dan is ze de grote winnaar, en is haar programma al op de zondagavond van de verkiezingen compleet uitgevoerd. Haalt de partij alle stemmen, dan wint ze ook en heft ze vervolgens zichzelf op, en meteen ook het parlement. Tania wint dus altijd, omdat ze niet meespeelt. Vermits ze haar sukses afmeet aan haar verlies, is hier geen enkele peiling of politieke analyse van tel, deze vrouwelijke logica is de dodelijke bug in de stemmachine. Het zal U dan ook niet verbazen dat op Tania’s kandidatuur een enorm perstaboe rust, dat we bij deze willen overtreden.
Voor het volk is zij een bron van genot, voor de politieke klasse een permanente nachtmerrie. Door zich sexueel aan te bieden, keert ze de politieke logica om, en krijgt de burger de macht, wat toch de kwintessens is van de democratie...
Antropologisch en sexueel zit het al even subtiel in elkaar. Zou Tania Desmond Morris bestudeerd hebben? Het corrupte ‘wederzijds soigneren’ tussen alfadier (politicus) en underdog (kiezer) wordt via de grote mond van Tania Derveaux, die zich als slavin aan het volk presenteert, helemaal ontrafeld en herleid tot een omgekeerde machtsverhouding. Dat alles speelt zich af buiten het parlementair halfrond, via een oraal distributiesysteem van de mondige maar apolitieke sex-koningin.
De cultuurhistorische raakpunten met de anti-politieke teef Tania zijn veelvuldig: de sacrale prostitutie in de klassieke oudheid, het sex-universum van de anarchistische filosoof Fourrier, de hoerenopstand in het Antwerpse Schipperskwartier met de beruchte Bordello-happening van 2002 (Antwerpen heeft altijd iets met het oudste beroep ter wereld gehad), en uiteraard de anti-politieke pornosterren zoals Cicciolina en Mary Carey.
Voor
het volk is zij een bron van genot, voor de politieke klasse een permanente
nachtmerrie. Het klassieke dienstbetoon voor het clientèle wordt vervangen door
een metapolitieke gangbang zonder weerga. Door zich kosteloos en aan iedereen te
presenteren, keert onze non-senatrice de politieke logica om, en krijgt de
burger de macht, wat toch de kwintessens is van de democratie.
Niet gedelegeerd of representatief, maar écht en fysiek, en zonder
tegenprestatie. Daarbij belooft ze zelfs een ferme knauw aan al wie door de
opwinding tijdens de fellatio zou zuchten dat ze op zijn stem kan
rekenen. Want dat wil ze nu net niét. Echte aanhangers verliezen bijgevolg hun
lidmaatschap zonder pardon, hetgeen het nulbestand van de partij op peil houdt.
Simpel en geniaal.
Toen ik, vermomd als journalist, deze Vlaamse Cicciolina vroeg of ik even om mijn broek mocht laten zakken in ruil voor een positief artikel, kan U het antwoord raden: een onverbiddelijk Nee was mijn deel. En zo wist ik ook zeker dat dit geen SP.A-truc was: er waren al 30.000 wachtenden vóór mij, Tania speelt het spel bikkelhard en duldt geen favoritisme.
Nee is het mooiste en meest eerlijke woord dat onze taal rijk is. Te mooi alleszins voor de politiek. ■