Startpagina "Visionair België" Reageren op deze tekst
Op
zaterdag 30 januari 2010 vond in "De Schelp" van het Vlaams Parlement het colloquium
"O2- Zuurstof voor Vlaanderen" plaats. Het ging over Belgische
splitsingsscenario's en voorwaarden voor "ordelijke opdeling", maar ook over
gistende processen, onvoorzienbare gebeurtenissen en kantelmomenten. Over
Belgisch "flou artistique" en Vlaamse identiteit, maar ook over democratie en
sociale rechtvaardigheid. Over scenario's voor een ordelijke opdeling, maar ook
over onvoorspelbare Zwarte Zwanen, het revolutionaire breekmoment en de zin van
chaos. En uiteraard over de mogelijkheid van een
strategische alliantie tussen de drie V-partijen.
Dit door het Vlaams Belang georganiseerd colloquium werd ruim bijgewoond door
andere partijen, politieke analisten en de pers. Gastsprekers waren
Julien
Borremans, Frans Crols en Johan Sanctorum, wiens
tekst u hieronder kan lezen.
"Zuurstof of springstof?"
Het republikeins breekmoment, het cultureel klimaat en de psychologie van de
verandering
Johan Sanctorum
Geachte dames en heren, beste vrienden,
Sta me toe vooreerst de initiatiefnemers van dit colloquium te feliciteren.
Samen met de begeleidende publicatie, het O2-document, zie ik het als een
mijlpaal in het Vl
aamse onafhankelijkheidsproces. De wegbereiding van de Vlaamse
republiek is immers een zaak van intens debat, een democratisch kwaliteitsmoment
waarin de mening van elke burger telt. Ik zie deze samenkomst vandaag dan ook
niet als het zoveelste “congres”, maar eerder als een volksassemblée, een
meeting die, wie weet, ooit wel in de geschiedenisboeken zal vermeld staan, als
“een van de doorbraakmomenten”.
Ik ben geen
jurist of expert in institutionele aangelegenheden. Ik ben integendeel een
filosoof van het gezond verstand, die enorm gelooft in het verhaal van de kleren
van de keizer: het zijn dikwijls net de “eenvoudige” mensen die een goede neus
hebben voor onzin. Het absurde omringt ons overal, de onzin is alomtegenwoordig
en camoufleert zich dikwijls als iets ingewikkeld, complex, gesofistikeerd,-
iets waar een leek geen zaken mee heeft.
Eind december klokte het Belgisch Staatsblad af op 83.000 bladzijden, haast
zoveel als het jaar ervoor. We leven in een maatschappij die door juristen en
specialisten gedomineerd wordt. Zelfs voor een belastingaangifte heb je
tegenwoordig een fiscalist nodig. Als ik even een beroepenonderzoek doe bij alle
senatoren en kamerleden van dit land, dat steekt de advocatuur er met kop en
schouders uit: de wetgevende macht is geen zaak van het volk, maar van
techneuten. Deze terreur van de kleine lettertjes houdt een gevaar in
voor de democratie. BHV, de belangenconflicten, heel de politiek-juridische
spitstechnologie rond de staatshervorming…, het geeft de gewone Vlaming het
gevoel dat het allemaal ver van zijn bed is. En ik vermoed dat zo’n effect
misschien ook wel de bedoeling is van de spitstechnologen: het bevestigt hen in
hun macht, en maakt van de burger een machteloze, apathische toeschouwer.
Dat, vrienden, wil ik vandaag even recht zetten: eigenlijk is het allemaal heel
simpel, maar “men” maakt het ingewikkeld. Zo ingewikkeld, dat niemand nog zin
heeft om de knoop te ontwarren. Dus blijft het kluwen bestaan, erger nog, het
plant zich voort in zijn absurde complexiteit. Dat, en niets anders, is de reden
waarom in België niets werkt, maar waarom de constructie toch overeind blijft.
U kent wellicht allemaal het verhaal over de niet los te maken Gordiaanse
knoop die men aan Alexander de Grote had voorgelegd: een orakel had gezegd
dat, wie deze knoop kon losmaken, over de wereld zou regeren. "OK, maar over
de manier van losmaken heeft het orakel niets gezegd", opperde Alexander, en
met één slag van zijn zwaard hakte hij de knoop middendoor.
De legende is sindsdien exemplarisch gebleven voor een situatie waarin men zich
NIET mag laten verleiden door de valstrik van de complexiteit. Systemen worden
veerkrachtig en immuun voor aanvallen van buiten uit, juist omdat ze zo
ondoorzichtig zijn, in een flou artistique baden. En die sluiers moeten
wij genadeloos lichten.
De auteurs van het O2-document verwoorden het zelf heel treffend:
"België verdraagt alles; het is zo ontworpen. Het wil uitdrukkelijk álles
verdragen uitzweten, recupereren, noyauteren en corrumperen. Breken met het
Belgische politieke bedrijf kan slechts door staatkundig te breken met België
via een onafhankelijk Vlaanderen."
Inderdaad, België, als paradigma van de halfslachtigheid. Reden ook waarom
het Belgische regime zo met het surrealisme dweept, als een politieke esthetica
van het absurde. Het toont aan dat wij het
Vlaamse onafhankelijkheidsproces niet mogen vertechniseren of bureaucratiseren
–zoals de Vlaamse regering nu doet- tot de zoveelste Belgische, of voor mijn
part post-Belgische kunstgreep. Een Vlaanderen dat ahw uit een dij van België is
geboren, is gedoemd om genetisch met dezelfde kanker besmet te zijn. Het
Belgische compromismodel is zo corrupt, maar ook zo absorberend, dat het zelfs
“het einde van België” kan verteren tot een soort simulacre, een gerucht.
Daaruit concludeer ik zonder meer dat een perfect-“ordelijke” opdeling, gezien
als resultaat van een overleg, te vergelijken met een echtscheidingsprocedure,
altijd in ons nadeel zal uitvallen. Vlaanderen zal altijd verliezen in
België, alleen al omdat onze taal en denkwijze incompatibel is met het
surrealistische denkkader waarbinnen dit land functioneert.
Het is zoals de pioniers in het Amerikaanse wilde westen lappen grond,
zo groot als heel Vlaanderen, “kochten” van de Indianen, voor een paar kratten
whisky. Terwijl het kopen van grond in de Indianencultuur gewoon onbestaande is,
ze hebben er niet eens een woord voor. Ik wil toch even op die culturele
discrepantie wijzen, als ik hoor spreken over “onderhandelde oplossingen”. En ik
schaar me hier graag aan de kant van de primitieven, de zogenaamde barbaren, de
natuurvolken.
Ik geloof dus in de logica van de Gordiaanse knoop. Buiten het kluwen gaan
staan, en het ding bekijken als onding, iets vreemd, abstract, onecht. Met de
verwondering van een kind. Negociatie is niet altijd zinvol, en het tegendeel
van negociatie is ook niet altijd de impasse of het geweld. We moeten uit het
Belgische paradigma treden, uit de semantiek van de dubbelzinnigheid, uit de
surrealistische logica van de dubbele bodem. We moeten in essentie “onze eigen
taal spreken”, ons geen vreemde syntax laten opdringen.
En dan gaat het over nieuwe vormen van actie, communicatie, bewustwording binnen
de Vlaamse cultuursfeer. Want laat één ding duidelijk zijn: het breekmoment,
waar we in dit colloquium over praten, zal zich eerst en vooral in onze hoofden
moeten voltrekken. Daarna volgen de instellingen en structuren wel. En Europa
zal wel bijdraaien. Onze interne zwakte, onze underdogattitude, dat is voor mij
het hoofdprobleem.
Het O2-document waagt zich omtrent de Vlaamse onafhankelijkheid aan een
interessante SWOTT-analyse (sterktes-zwaktes-kansen-bedreigingen). Ik
vrees echter dat het lijstje van de zwaktes (weaknesses) lang niet
compleet is. We zitten bv. ook opgescheept met een Vlaamse pers en een
cultuursector die het onafhankelijkheidsverhaal hardnekkig afblokken.
Vandaag wil ik een paar denkpistes aanreiken, die deze zwaktes kunnen ombuigen
in sterktes. Men moet het breekpunt zien als een kans, een opportuniteit,- niet
als een catastrofe. Deze positieve psychologie van de verandering (“change”) zie
ik in drie te activeren sporen:
1) De bewustzijnsverruimende rol van de media
2) Het culturele veld als revolutionaire actor
3) Het actiemodel van een buitenparlementaire oppositie
1) De rol van de media
Volgens de recentste peilingen zou zo’n 40% van de Vlamingen voor een van de
drie “V-partijen” stemmen. Dat is bemoedigend, maar niet genoeg, zeker als men
weet dat zelfs in bepaalde V-partijen het omfloerste Belgicisme suddert. Men wil
wel, men wil niet, men wil een beetje,… en vooral: het mag niet te snel gaan. De
pleinvrees, zoals het O2-document dat uitdrukt, is enorm. Hetgeen bepaalde
politici doet besluiten dat er in de Vlaamse publieke opinie nu eenmaal geen
meerderheid is te vinden voor een onafhankelijkheidsproces. Een
onafhankelijkheidsreferendum zou nooit een ja-meerderheid opleveren, zo luidt
het. Dus: afblazen maar, en de kat uit de boom kijken zoals professor Maddens
het aanbeveelt.
Kijk, dat vind ik een zware vorm van politiek defaitisme.
Democratie bestaat niet alleen uit peilingen en verkiezingen. Democratie is ook
en vooral: het publiek debat op gang brengen, een visie onderbouwen en naar
buiten brengen, mensen goesting doen krijgen. Politiek en democratie gaan niet
alleen over het tellen van koppen. Het gaat ook om overtuigen, mensen een klik
laten maken, vastgeroeste denkbeelden op losse schroeven zetten, een doorbraak
forceren.
De zgn. “publieke opinie” is niet zomaar een wolk van meningen die in de lucht
hangt. Ze wordt vandaag vooral gemaakt door de media. De massamedia schrijven
wat u wil lezen, maar fluisteren u ook in wat u mag denken en niét mag denken.
De zeer trage groei van het onafhankelijkheidsbewustzijn heeft dus te maken met
remmende factoren die vanuit de Vlaamse perswereld komen. Vlaamse staatsvorming
wordt in die wereld namelijk als vrijwel onbespreekbaar beschouwd. Wie de
tricolore gelegenheidsedities van de Standaard kent, weet wat ik bedoel. Dat
heeft te maken met het verpulpingsproces dat ik in het boek “Media en
Journalistiek in Vlaanderen” beschrijf: sinds de ontzuiling hebben de
managers het van de redacteurs overgenomen, en richt alles zich op winstcijfers,
waarbij systeemvijandige geluiden de pret vooral niet mogen bederven.
De eindeloos onbenullige weekendbijlagen, de spelletjescultuur, de verkleutering,
de verwoestijnvissing, de nieuwe vrolijkheid: ook de politiek wordt opgezogen in
de ondraaglijke lichtheid van de entertainmentjournalistiek. Politici worden
vedetten die op de cover van P-magazine een Miss België knuffelen. Ze fungeren
als het orkest op de Titanic. Het is een decadent soort fin-de-siècle-sfeer,
wellicht zelfs een fin-de-régime-sfeer, die wel de verrotting
constateert, maar nooit de extreme conclusies trekt. De post-‘68 media zijn dus
niet in staat om zich extern-kritisch op te stellen tegenover de Belgische
constructie: ze leven ervan, het is hun uniek referentiekader. De Vlaamse media
teren op de Belgische kwaal.
Alleen, vraag ik me af: waarom is er sinds de jaren ’70 nooit een échte Vlaamse
krant of een weekblad à la Knack opgestart, met Vlaams kapitaal? Als ik naar de
denkgroep “In de Warande” kijk, opsteller van het nu al vijf jaar oude
“Manifest voor een zelfstandig Vlaanderen in Europa”, dan vind ik daar toch
de crème-de-la-crème in van het Vlaamse zakenleven. Waarom is er daar nooit eens
met de klak rond gegaan om een autonomistisch medium, een krant, een volwaardig
weekblad, of wie-weet, zelfs een TV-zender op te richten?
Ik ken het antwoord niet, maar ik weet wel dat zo’n medium cruciaal is in de
publieke opinievorming, die ons over het 50%-kantelpunt moet tillen en een
succesrijk referendum kan opleveren. Met het Journaal van Mark Grammens,
hoe boeiend en verhelderend ook, het Pallieterke, en een paar dozijn
Vlaamsgezinde blogs op het internet zullen we er niet komen. En ook niet met het
opgefriste ledenblad van de Vlaamse Volksbeweging.
Wat we nodig hebben is een kapitaalkrachtige persconcentratie die echt een
tegengewicht kan vormen voor de unitaristische toonzetting van onze massamedia,
met hun subtiele mix van entertainment, desinformatie en wollig
status-quo-denken. Daar moet met de grote middelen iets tegenover gesteld
worden. Iets dat klasse en intelligentie uitstraalt, maar dat ook voldoende
volks, jeugdig, stout en rebels oogt. Het is in die nieuwe media ook dat de
grondwettelijke discussie – het debat over welk soort samenleving de Vlamingen
eigenlijk willen- aan bod kan komen.
We hebben het geld, we hebben het talent. Wie breng die twee samen?
2) Het culturele veld als revolutionaire actor
Ik zei: “we hebben het talent”. Jazeker, maar ik zeg dat onder voorbehoud.
Overal waar men de dynamiek van revoluties bestudeert (en laat ik nu even dat
woord gebruiken, om het idee van breekmoment aan te duiden), hetzij als
secessie, hetzij als omwenteling, wordt die gedragen door een culturele elite.
De Franse, de Russische Revolutie., maar, recenter ook de Ierse vrijheidsstrijd,
de Praagse Lente, de Portugese Anjerrevolutie, de Tibetaanse
onafhankelijkheidsstrijd,…: het zijn kunstenaars, schrijvers, academici,
journalisten, zelfs soms religieuze leiders, die het voortouw nemen. Niet alleen
puur pamfletair, met slogans, maar ook filosofisch of artistiek of literair. Hun
werk staat in het teken van de verandering, en vormt een bindteken tussen de
salons en de barrikaden, de theorie en de straat.
Een politiek-maatschappelijk breekpunt zonder culturele voorhoede, bestaat niet.
De bekend gebleven boutade van Louis XVI, dat het eigenlijk de subversieve
geschriften van Voltaire, Rousseau, Montesquieu, de encyclopedisten, en C° waren
die hem genekt hebben, moet men niet onderschatten: het proza van de manifesten,
de essays en de satires beet als vitriool doorheen de geledingen van het
toenmalige Ancien Régime.
Wat is nu de specifieke en perverse situatie in Vlaanderen? Dat het
cultureel-intellectuele middenveld, waarin de meeste kritische massa zou moeten
aanwezig zijn, door het Belgische establishment compleet wordt geüsurpeerd. We
hebben culturele autonomie, maar de culturele bovenbouw is in wezen on-Vlaams,
Belgofiel en zelfs monarchistisch.
“We zijn een volk zonder bovenlaag”, staat in het O2-document te lezen,
waar het de in 2007 overleden Joost Ballegeer citeert. Correctie: we hébben een
bovenlaag, maar dan wel een die de onderlaag verstikt. Dat heeft een mix van
oorzaken, ook daar heb ik in publicaties al op gewezen:
- Ten eerste een slecht begrepen cosmopolitisme dat Vlaamse onafhankelijkheid
ziet als een terugkeer naar de kerktoren, en België identificeert met Europa, de
wereld, het vrij verkeer van mensen en ideeën;
- Ten tweede: een compleet achterhaald maar nog steeds voortwoekerend stigma op
de Vlaamse beweging, als “rechts”, ondemocratisch, fascistisch, racistisch, enz.
, het welbekende verhaal van de witten en de zwarten dat al meer dan 60 jaar
meegaat.
- Ten derde, en zo is de cirkel rond: de collusie tussen de Belgicistische media
en het Vlaamse cultuurcircuit, dat op die media helemaal is aangewezen om zijn
stem te laten horen. Kunstenaars zijn als de dood voor uitsluiting en omerta.
Wie kan het hen kwalijk nemen.
Maar iemand moet die cirkel doorbreken. Het Vlaamse onafhankelijkheidsstreven
gaat over rsociale echtvaardigheid (zoals Julien Borremans daarnet stelde),
emancipatie en méér democratie. Het gaat over een opstand tegen verkalkte
instellingen, bureaucratische bedilzucht en Jacobijnse arrogantie van de macht.
Elke Vlaams kunstenaar, schrijver, denker, intellectueel zou tot in zijn
laatste vezel een separatist moeten zijn.
En het curieuze is: we hébben een literair-filosofische traditie van de
subversiviteit. Eric Defoort opperde nog niet zolang geleden dat we veel te
weinig met de figuur van Reinaert de Vos doen, het middeleeuwse
dierenepos van de sluwe rebel. Tijl Uilenspiegel, de evenknie van de
Zwitserse Willem Tell, wordt eveneens in Vlaanderen onderbelicht, wellicht omdat
hij als geus niet katholiek genoeg was. Maar het opdelven en afstoffen van oude
verhalen, hoe waardevol ook, is niet genoeg. We gaan heel het Vlaamse cultureel
universum, de Lanoyes, de Fabres, de Tuymansen, uit hun unitaristische sluimer
moeten halen: alle kunstenaars, intellectuelen, academici… die voor vrijheid,
democratie en sociale rechtvaardigheid zijn, horen naar de inhoud en de essentie
thuis op een Vlaams-autonomistisch platform.
Men heeft onze kritische massa afgepakt en ingepamperd, in slaap gewiegd,
wij moeten ze terugwinnen. Dat is dus de tweede opgave (de tweede zwakte
die in een sterkte moet omgebogen worden): de herpolitisering van de Vlaamse
literatuur en kunst, in de richting van een anti-Belgische beweging, die
uiteraard een republikeinse beweging zal zijn, in de volle betekenis van het
woord. Daarvoor is een nieuwe klasse van cultuurmanagers nodig, uitgevers,
organisatoren van festivals, uitdenkers van thematische evenementen,
alternatieve podia. Het gaat niet alleen om organisatie en logistiek: er moeten
nieuwe inhoudelijke ‘formats’ uitgedacht worden, concepten, een
paradigmaverschuiving, waardoor iemand als Jan Fabre ophoudt met het koninklijk
paleis te decoreren, en bijvoorbeeld meewerkt aan een artistieke happening rond
de opstand, de ondergang, de ontbinding, de aardverschuiving, de tirannenmoord,
het verhaal van de vadsige koningen…. allemaal zaken die perfect binnen zijn
universum liggen, maar die vandaag bewust afgeleid worden naar een apolitieke,
surrealistische beeldcultuur.
Heel het socio-culturele middenveld –cultuurpodia, verenigingen, actiegroepen,
onderwijs,…- zou van daaruit het élan van de breuk, de verandering, kunnen
overnemen. De splitsing van België wordt dan een hype, in plaats van een
taboe. De straat en de publieke ruimte worden op dat moment de plekken waar de
verandering gecultiveerd wordt, en zelfs een theatrale dimensie krijgt. En dan
spreek ik over beweging, acties, evenementen. Hetgeen ons naar de laatste zwakte
leidt, die zou moeten omgebogen worden: de Vlaamse beweging beweegt niet.
Dringend gezocht dus: nieuwe actiemodellen, nieuwe bewegingsvormen, op naar de
straat!
3. Buitenparlementaire oppositie en actionisme
VMO, TAK, Voorpost: het zijn namen die onverbrekelijk verbonden zijn met de
buitenparlementaire straatpolitiek die in Vlaanderen sinds het einde van de IIde
wereldoorlog actief is. Vandaag worden deze “stoottroepen” door nette Vlamingen
als een uit te bannen anachronisme beschouwd. Ik zou daar toch een paar
kanttekeningen willen bij maken.
Ten eerste is Vlaanderen wereldwijd de regio met het grootste aantal fanfares
per vierkante kilometer. Wij zijn een volk van straatperformers, het salon is
niet ons biotoop. Het gekke is nu echter dat hedendaagse kunstenaars van de
jongste generatie, zoals de Antwerpenaar Benjamin Verdonck, die straatkunst
herontdekt hebben, en wel als een kruising van pure artistieke spielerei
en een radicale anti-establishment-cultuur.
Soms bouwt hij een vogelnest, opgehangen aan een flatgebouw, en gaat daar in
wonen zoals Diogenes in een ton leefde. Men weet nooit of hij zal gearresteerd
worden. Verdonck verwondert, choqueert, speelt met de grenzen van de
wettelijkheid. Maar Flor Grammens zaliger, die met zijn verfborstel Franstalige
opschriften in Vlaanderen overschilderde, was ook zo’n semi-illegale
performer, een straatkunstenaar, die een kat-en-muis-spel speelde met het
gezag en de ordediensten. De context verandert, de inhoud is eigenlijk dezelfde.
U ziet waar ik naar toe wil: op een bepaald punt zou de
Tijl-Uilenspiegel-legende, die altijd de basis heeft gevormd van onze Vlaamse
anti-establishmentcultuur, een conjunctie kunnen maken met hedendaagse vormen
van burgerlijke ongehoorzaamheid, én met het artistiek bezetten van de openbare
ruimte. Straattheater dus, dat veel verder gaan dan wat in het Vlaamse parlement
voor bon ton geldt.
Heel het Antwerpse verzet tegen de Lange Wapper, als gehaat symbool van de
Vlaams-Belgische voogdij, is een autonomistisch geïnspireerd straatverzet.
Vergeten we zeker ook niet het kunstdorp Doel, waar een cultureel project
samenvloeit met een politieke bezettingsactie.
Dat alles sterkt me in de mening dat er een kruisbevruchting kan plaatsgrijpen
tussen het Vlaams-republikeins élan en de nieuwste cultureel-artistieke
actiemodellen. Van Uilenspiegel, over VMO, over Doel, naar Verdonck: het lijkt
een enorme afstand, maar het is het niet. En ook al zal Benjamin Verdonck in de
verste verte geen koppelriem dragen of “Vliegt den Blauwvoet” brullen,-
toch zie ik binnen afzienbare tijd nieuwe vormen van actionisme opduiken die
artistieke verbeelding en het politiek-maatschappelijke statement doen
versmelten tot één subversieve anti-Belgische strategie.
Misschien moet de nieuwe republikeinse beweging zich ook eens laten inspireren
door de ludieke stadsoorlog-taktiek, zoals Greenpeace die met succes
toepaste in december van vorig jaar n.a.v. de Brusselse EU-top. De groene
jongens-in-smoking verschalkten de veiligheidsdiensten, ontrolden hun spandoek,
en haalden de Europese media met hun boodschap.
Greenpeace, dat is ook een militantenorde, maar dan eentje van de 21ste eeuw:
een goed georganiseerd, intellectueel beslagen, én performant commando dat met
blitzacties het establishment te slim af is en sympathie afdwingt: de
erfenis van Tijl Uilenspiegel ligt in dat soort actiemodellen,- de Vlaamse
beweging heeft dringend een Greenpeace nodig. Geen terreur, geen ETA.
Wel, integendeel, een mediagenieke actiegroep met een grote ledenaanhang die de
kas spijst.
Hoe ver dat kan gaan, en hoe dat aansluit bij het breukmoment, wil ik, bij wijze
van slot, illustreren met het verhaal van de vervuilde Zenne en de niet-werkende
Brusselse zuiveringsinstallatie. U weet allemaal hoe het gegaan is: hoe de
Brusselse smurrie in onze rivieren liep, hoe de Vlaamse regering reageerde met
juridische stappen, en hoe de Vlaamse Groenen plat op hun buik gingen.
Aquiris dagvaarden in kortgeding, OK. Minister Huytebroeck tot de orde roepen,
zeer zeker. Een vrije tribune in de krant, waarom niet. Wat zijn we toch
ordelijke, nette mensen. Maar in dit soort urgente crisissituaties is veel meer
mogelijk: als het brandt, moet men blussen.
Stel u voor dat het Forza Flandria Commando (dat nog niet bestaat, ik
vind het nu even uit), het zuiveringsstation had ingenomen en de installaties
zelf terug in gang had gezet. Per SMS en via het internet worden sympathisanten
gemobiliseerd die hun tenten opslaan op het terrein. Het worden er zo’n 10.000.
Groenen, gelen, bruinen, roden, blauwen. Er wordt een mobiel radiostation
“Radio Vrij Vlaanderen” geïnstalleerd, allerlei BV’s maken hun opwachting.
Men organiseert concerten, happenings, politici komen op bezoek. Binnenlandse
Zaken aarzelt om op te treden. De kwestie dijt uit, de impasse is compleet, de
nationale en internationale pers is aanwezig. Er worden onderhandelingen
aangevat tussen de Vlaamse, de Brusselse, en de federale regering, die op niets
uitdraaien. Het Vlaams parlement komt in spoedzitting bijeen en roept een
voorlopige onafhankelijkheidsverklaring uit. Voilà, dat is mijn antwoord op het
“Bye, Bye Belgium”-verhaal.
Het is het verhaal van de zwarte zwaan die Frans Crols daarnet zag vliegen. Of,
als u wil, het verhaal van de sneeuwbal die gaat rollen, of van de vlinder die
in het Amazonewoud opstijgt en aan de overkant van de oceaan een wervelstorm
veroorzaakt: kleine oorzaken, grote gevolgen. Een uit de hand gelopen
operavoorstelling zoals in 1830, een verkeerde kraan die wordt opengedraaid, een
fatale drukfout in het Staatsblad,- wie zal het zeggen. Ik ben ervan overtuigd,
beste vrienden, dat de splitsing zal volgen uit zo’n crisissituatie, waarin een
algemene sense-of-urgence de normale loop der dingen opschort. De
“ordelijke opdeling” is een relatief begrip. Enige chaos is onvermijdelijk en
zelfs positief. De Berlijnse muur werd ook eerst door het volk gesloopt,
alvorens de politici aan tafel gingen zitten. Ondertussen moeten wij
blijven werken aan het bewustwordingsproces. Grote breekpunten en veranderingen
zijn het resultaat van opgebouwde spanningen, die via het juiste culturele
klimaat worden samengebald en op een haast onvoorspelbaar momentum tot ontlading
komen.
Zuurstof voor Vlaanderen is nuttig en noodzakelijk, maar misschien niet genoeg:
verbeelding is zeker welkom. En enige springstof is misschien ook wel wenselijk.
Ik dank u.