Terug naar startpagina             Alle artikels               Deze tekst in PDF-formaat             Reageer


 Goed nieuws: de slimste mens ter wereld

 is een Vlaming

 

 Omtrent BV-cultuur, ver-woestijnvissing, en een verdoemde generatie vijftigers

 Johan Sanctorum

  1/3/2007

 

“Het  mediatieke IQ-exhibitionisme van Torfs en Reynebeau. Lang heb ik gedacht dat ze het voor de grap deden, of voor het geld, of voor de vrouwen (als televisiegezicht wordt zelfs de lelijkste gruwel een oestrogenenmagneet); maar neen, niets van dit alles: het gaat om een trage, pathetische vorm van vrijwillige hersendood in een samenleving waar spits, eigenzinnig verstand alleen maar hindert. Een publieke breinamputatie dus, veel zieliger nog dan de alcoholist die zich doodzuipt, maar ook veel theatraler, door het hilarisch-grotesk karakter van het TV-format waarin ze hun doodstrijd etaleren.”

 

foto van het rethorica-jaar in  Sint-Victor-TURNHOUT 1962-63De kwaliteit van het Vlaamse onderwijs werd de voorbij maanden gedetailleerd onder de loep genomen. De Standaard, die beslag kon leggen op inspectie- en evaluatiedossiers van het ministerie, creëerde er een heuse hype rond, zoals die krant wel meer doet als er geen nieuws te rapen valt. En wat bleek? Met dat onderwijs is alles dik in orde, we staan aan de wereldtop,- zegt ook de OESO, een internationale studiedienst die vooral denkt in termen van economische rendabiliteit. Het kruim van onze adolescenten behoren volgens de doorlichting tot de slimsten van deze planeet. Natuurlijk spijbelen de achterblijvers enthoesiast, en worden er onder dat restafval dodelijke vetes uitgevochten voor een MP3-speler of een sigaret, waarna de anderen stille wandelingen houden ‘tegen zinloos geweld’, maar voor het overige kloppen de pedagogen zich op de borst: we zijn goed bezig. Of toch niet? Het is maar hoe je het bekijkt. Moet het onderwijssysteem techneuten en hersengymnasten klaarstomen, die snel en soepel de hen voorbehouden plaatsen innemen in het economisch raderwerk? Wordt ‘slim’ op een zeker punt ook ‘slaafs’? Welke prijs wordt er betaald voor dat IQ-festival? En…welke rol speelt de BV-cultuur’, in de marge van deze brain-drain?

 

Flanders’ Future

Het verstand van Vlaanderen,- zo heet de jeugdkwis voor 11-jarigen opVTM, om het nu eens niet altijd over de publieke zender te hebben. Best een leuk programma, ware het niet dat het in een sfeer baadt van politieke correctheid, toegepast op prepubers: het ideale kind profileert zich bij voorkeur als een wandelende encyclopedie die ’s morgens keurig zijn tanden poetst, overdag de juiste vragen stelt, de antwoorden van buiten leert, en ’s avonds na zijn huiswerk het bed inkruipt om nog even te dromen over zijn toekomst als handelsingenieur. Er is zelfs een reklamespot die dat parafraseert: een dreumes die al uitgemaakt heeft waar hij zijn villa met zwembad gaat neerpoten, eens het diploma binnengehaald. De VTM-kwis draagt hetzelfde levensmotto uit: er is maar één juist antwoord, en de tijd om het te geven is beperkt. Overal, op het examen, tijdens het sollicitatiegesprek, bij het invullen van formulieren, in al onze verhoudingen met de hiërarchie, komt het erop aan ‘correct’ te antwoorden. Men mag hier dan ook eerder over een ‘mis-verstand van Vlaanderen’ spreken: wij verwarren degelijk onderwijs met een reflextraining, waardoor de slimsten van de klas het nooit verder brengen dan de status van klerk, of, om het iets oneerbiediger te zeggen: een sul met een pak hersenen waar alleen de antwoorden op Trivial-Pursuit in zitten,- de moderne versie van de catechismusvragen.

De brave, hardwerkende Vlaming, waar al onze politici zo euforisch over doen, is dus een fervent kwisser, zoals Frankie Loosveld in de serie ‘Het Eiland’. Leep en geborneerd tegelijk. Ik sla er de TV-gids op na: weinige Europese zenders bieden zoveel vraag-en-antwoord-spelletjes aan als de Vlaamse. Een format waarin intelligentie, kennis, alertheid en zelfdiscipline zijn gecomprimeerd tot de essentie van het Pavloviaans prikkel/reflex-mechanisme. Altijd met de nodige luchtigheid en humor natuurlijk. Met dat soort algoritmische ingesteldheid, gebaseerd op routine en herkenbaarheid, kom je het snelst vooruit, althans in een systeem met duidelijke rollen en vaste spelregels.

Wij, Vlamingen, verwarren 'degelijk onderwijs' met een intellectuele reflextraining, waardoor de slimsten van de klas het nooit verder brengen dan de status van klerk, of, om het iets oneerbiediger te zeggen: een sul met een pak hersenen waar alleen de antwoorden op kwisvragen in zitten...

Een traag-knarsend, problematiserend brein als dat van de jonge Einstein zou hier geen enkele kans maken. Die training om snel en gepast te reageren maakt ons dan weer tot flexibele pionnen in het economisch circuit: de Vlaamse werknemer wordt in patronale middens wereldwijd geprezen als een modelwerknemer. De pedagogische eindnormen stellen zich daarop af: ze worden steeds meer pragmatisch en utilitair, gericht op een juiste beroepskeuze en een snelle integratie in de arbeidsmarkt. Het publieke opleidingssysteem, van kleuterklas tot univ, wordt op die manier zelf een productieproces: de school levert gevulde hersenpannen af voor de zgn. ‘kenniseconomie’, ze is zelf een fabriek. Advertentiebladen als Job-at en Vacature, bijlagen van de zgn. ‘kwaliteitskranten’ liegen er niet om: al wie een IQ van meer dan 100 heeft, is gedoemd om zich snel in te voegen en op te branden in het grote carrièrespel, waar hem elke dag ‘uitdagingen’ te wachten staan, maar waar ook achter elk beschot een concurrent wacht die zijn plaats wil innemen.

Vlaanderen, kwisland: het kan niet anders of de historische handicap van de Belgische underdog en de Europese voetveeg speelt ons hier weer parten. Zit de onderdanigheid in onze genen? Geven we daarom zo graag en snel het juiste antwoord? De Vlaamse bollebozen lijken van die braafheid doordrongen,- ze bereiken nooit het stadium van de verlichte rebellie. Ze worden ‘creatieve’ puzzle-solvers die in hun jonge tijd wel eens fratsen uithaalden of een jointje rookten, zonder dat ze ook maar één moment de essentie van het verhaal uit het oog verloren, namelijk het diploma halen.

Minister Fientje Moerman, de ongekroonde vorstin van de Vlaamse kennismaatschappij, weet dan ook perfect waar ze met de slimmeriken naar toe wil. Onder het motto ‘onze enige grondstof zijn onze hersencellen’, worden kinderen, scholieren en studenten geprepareerd voor een vlotte inschakeling in het postindustrieel productieproces. En ze priemt daarbij haar wijsvinger recht in onze borstkas: “Om alle Vlamingen te sensibiliseren en te overtuigen van het belang van deze initiatieven worden alle beleidsopties en acties rond economie, wetenschap en innovatie onder één noemer gebracht: Jij bent Flanders’ Future!”

Die Fien is er me eentje. De affiche van de sensibiliseringscampagne rond ‘creatieve economie’ is in retrostijl en verwijst, niet zonder enige zelfironie, naar de wervingsacties voor de jeugdbeweging uit de jaren ’30, of naar de belerende Boerinnenbondrethoriek uit de jaren ’50. Een verspreking van formaat: Fientjes’ appèl aan de Vlaamse hersencellen is inderdaad een oproep tot dienstbaarheid. En om de middenmoot, met een IQ van rond de 100, te overtuigen om toch mee te stappen in deze optocht naar verre horizonten, wordt het begrip ‘innovatie’ zeer breed genomen: ook een postbode die zijn fietsketting met slaolie smeert, is ‘creatief’ bezig. Nu zijn wij de laatsten om te beweren dat creativiteit een loze aangelegenheid zou zijn, absoluut integendeel. Toch ontkomt men niet aan de indruk dat ook hier het Verhofstadt-virus heeft toegeslagen, en dat de zgn. ‘kenniseconomie’ vooral vonken van eigenzinnigheid opzuigt en recupereert, voor dat ze de kans krijgen om een strovuur aan te steken. Intellectueel instinct is namelijk iets dubbelzinnig: het is innoverend, maar ook non-conformistisch en zelfs subversief. Het verbreekt spelregels, ook de sociale. En daar kan het gemeenschapsonderwijs niet mee om: het is per definitie vlak en maatschappelijk-utilitair. Hoe pragmatischer, hoe sterker ‘op de praktijk’ afgestemd dat onderwijs is, des te sneller verfletst instinct tot ‘talent’. En zo bewijst zich dat, wat we de Moerman-paradox of de Fientjesklem zouden kunnen noemen: Hoe meer we met ons verstand te koop lopen, hoe dommer we worden. De kennismaatschappij als nuttigheidscultuur: elke kwisser blijkt een leeglopend vat,- als de vragen op zijn, is ook het verstand opgebruikt.

 

Lof der Lankmoedigheid

Dat brengt ons naadloos bij het VRT-programma dat die paradox op weergaloze wijze demonstreert: ‘De slimste mens ter wereld’, hét kijkcijferkanon van de voorbije winter. In deze ludieke BV-kwis schitterden de twee Vlaamse bollebozen van het ogenblik, Marc Reynebeau en Rik Torfs (ik laat de toevallige winnaar, Woestijnvisser Steven Van Herreweghe, even buiten beschouwing). Een historicus en een kerkjurist die zich recycleerden tot televisiegenie en beroepskwisser: een voorbeeld van creativiteit op z’n Fientjes, zo lijkt het. En toch. Twee top-intellectuelen, die zich gedragen als gekroonde narren, hoe kan dat? Hebben ze niets beters te doen met hun verstand? Waarom eindigt hun mars-door-de-instellingen in het Woestijnvismoeras?

Lang heb ik gedacht dat ze het voor de grap deden, of voor het geld, of voor de vrouwen (als televisiegezicht wordt zelfs de lelijkste gruwel een oestrogenenmagneet); maar neen, niets van dit alles: het gaat om een trage, pathetische vorm van vrijwillige hersendood in een samenleving waar spits, eigenzinnig verstand alleen maar hindert. Een publieke breinamputatie dus, veel zieliger nog dan de alcoholist die zich doodzuipt, maar ook veel theatraler en grotesker, door het hilarisch-exhibitionistisch karakter van het TV-format waarin ze hun doodstrijd etaleren. Beide heren stellen, in de overgang der jaren, namelijk vast dat hun intellect de bakens van onze maatschappij geen millimeter heeft verzet. Sterker nog: het vak waarin ze uitblinken bestaat amper nog in deze vertechniseerde samenleving. Dus kozen ze voor de vlucht vooruit, in het entertainment.  Hun televisie-apotheose is dus maar schijn. Ik heb eerder de indruk dat het om een Danteske afdaling in de onderwereld gaat, dat wat kwismaster Erik Van Looy - zelf ooit een beloftevol filmregisseur, en nu de zoveelste Woestijnvisclown- ‘de kelders van het lichte amusement’ noemde (Gazet Van Antwerpen, 12/2/07). Een blik op hun curriculum geeft het hoe en waarom van deze bitterzoete afgang aan.

Laat ik beginnen met het grappige lodderoog dat heel vrouwelijk TV-kijkend Vlaanderen wist te charmeren. Het parcours van de licentiaat geschiedenis Marc Reynebeau (°1956) leest als een zelfhulpcursus hersenamputatie. Na een jaartje broekverslijten aan de cultuurdienst van de stad Gent, werd hij Knack-redacteur en medewerker aan de Rotterdamse Erasmus-univ. Zijn eerste boek ‘Apollo's klacht. Over cultuur in Vlaanderen en elders’ (1988)  is een striemend rekwisitoor tegen de vervlakking van de leescultuur, het nieuw analfabetisme, de mediatisering en verpopularisering van al wat uniek, moeilijk, weerbarstig oogt of enige hersenactiviteit vraagt. Maar langzamerhand onderging Reynebeau de wetmatigheid die hij zelf geconstateerd had. Zijn boeken werden steeds gladder en leesbaarder, zijn intellectueel instinct werd ‘talent’; voor hij het wist presenteerde hij het Canvas-programma ‘Trommels en trompetten’, en dook in alle mogelijke kwissen en talkshows op. Uiteindelijk vond men het welletjes bij Knack en stelde men hem voor de keuze: kwaliteitsjournalistiek of de paljas uithangen op TV. Marc koos voor het laatste,- Vlaanderen was een BV rijker en een scherpe geest armer. De Standaard, dé etalage van de mufruikende Vlaamse saloncultuur, viste hem op en covert enthoesiast zijn strapatsen als ‘slimste mens’. Een aandachtig kijker kon nochtans zien, hoe de grappen van Reynebeau een intellectuele frustratie probeerden weg te lachen: de geschiedenis is afgelopen,- Apollo’s klacht was veranderd in één grote televisiegimmick. Omtrent de zinloosheid van het historisch onderzoek en de recuperatie van de geschiedenis tot verzameling nuttige weetjes, heeft Reynebeau zelf onthullende dingen gezegd in zijn laatste boek ‘Het nut van het verleden’ (2006). Exit de eigenzinnige historicus. Het BV-schap als terminaal stadium van ontnuchtering: ik schat dat momenteel nog 1% van zijn brein actief is, nodig om de lachband of applausmachine in gang te houden. De rest is verdampt vanonder zijn grote, dikke brilleglazen.

Torfs en Reynebeau stellen, in volle midlife-crisis, vast dat hun intellect de bakens van onze maatschappij geen millimeter heeft verzet. Sterker nog: het vak waarin ze uitblinken bestaat amper nog in deze vertechniseerde samenleving. Dus kozen ze voor de vlucht vooruit, in het televisie-entertainment,- een subtiele vorm van trage hersendood

De carrière van Rik Torfs (merkwaardig genoeg in hetzelfde ongeluksjaar 1956 als Reynebeau geboren) is academisch wat meer gestoffeerd, maar vertoont eenzelfde neerwaartse, autodestructieve curve. Ook hij was goed begonnen, als jonge hond in de porseleinenwinkel van het kerkelijk recht, en stelde zich van meet af aan zeer kritisch op tegenover het pausschap, het kerkelijk gezag, de ondergeschikte rol van de vrouw, het institutioneel karakter van het katholicisme tout-court, met als schietschijf… de aartsconservatieve en latere paus kardinaal Ratzinger. Zijn kantelmoment was de dood van Johannes-Paulus II in 2005, waarbij hij door de VRT werd opgevist als Vaticaanexpert. Heel Vlaanderen snotterde toen, de openbare zender putte zich uit in prevelende heiligverklaringen: emotainment, sinds de dood van koning Boudewijn  niet meer gezien. Torfs becommentarieert en omlijst vakkundig het publieke lamento.Vanaf dan gaat het snel en kiest hij resoluut voor de televisieroem, via De Laatste Show, Terzake, Nachtwacht en uiteraard De Slimste Mens. Rik etaleert een zelden geziene welbespraakheid, die steeds meer het karakter krijgt van mediatiek behang. In de columnreeks met de voorbestemde naam ‘Het hellend vlak’, weer in dezelfde Standaard, roetsjt onze intellectuele dandy zich vrolijk een weg naar de eindeloze vlakte. In 2006 neemt hij het peterschap op zich van Joke Verhaeren, kandidate Miss Belgian Beauty. Om, in hetzelfde jaar als Reynebeau’s hogervermelde zwanezang, te besluiten met het tractaat ‘Lof der Lankmoedigheid’,- een beschouwing over de onmacht van het intellect en het voordeel van daarin te berusten. ‘Lankmoedigheid’: een woord dat Rik uit het 19de-eeuws Nederlands haalde, om zijn duik in de banaliteit een schijn van schoonheid te geven. Torfs had een vooruitstrevend, voor Leuvense begrippen zelfs revolutionair rector kunnen worden, maar toen was hij al teveel vercanvast. Exit de rebellerende academicus.

Dit dubbel verhaal van een aangekondigde hersendood illustreert hoe, in een benepen kruidenierscultuur als de onze, de slimsten-van-de-klas zich onschadelijk laten maken via het BV-schap en de televisieroem. Verspild intellect, doodjammer. Vlaanderen kan niet om met geestigheid, en herleidt ze tot grappigheid. Slimme Vlamingen kunnen ook niet overweg met hun eigen hersenen, en verzuipen ze in een orgie van het futiele. Een soort rituele zelfmoord dus van een overbodige kerkjurist en een nutteloze historicus, deels uit zelfverachting, deels uit wraak op de maatschappij, vermengd met een dosis cynisme en lafheid, typisch voor intellectuelen in hun midlife-crisis.

En zo komt het dat de twee verbleekte genieën, via hun ludieke IQ-demonstratie, de brave, sullige Vlaming in ons herbevestigen: taalknobbels en vierkantswortels, die liever vragen juist beantwoorden dan er zelf ongepaste te stellen. Ze hadden ook een nieuw leven kunnen beginnen als outlaw, monstre sacré, luis in de pels, weet-ik-veel. Of beoefenaar van intellectuele terreur, hetzij met een vitrioolpen zoals Johan Anthierens zaliger, hetzij met ordeverstorende performances en inbraakpogingen zoals The Yes Man (het journalistieke undercoverduo Andy Bichlbaum en Mike Bonanno). Bonanno werd de laan uitgestuurd als ontwerper van het computerspel Simcity, toen hij stiekum een politiek-incorrecte piraatversie op de markt bracht. Waarna hij een nieuwe loopbaan begon als politiek activist en undercover-performer. Dat noem ik pas creativiteit en innovatie, beste Fien. Hersenen moeten doen waarvoor ze niet gemaakt zijn: de boel op stelten zetten, pseudo-waarheden doen kantelen. Flanders Future. Waar is de punkbeweging, met haar strijdkreet No Future?

 

De vermaledijde vijftigers

Bij nader toezien bestaat een groot deel van het Vlaamse cultuurlandschap uit een BV-cultuur van semi-intellectuelen en mediatieke gabbers, die heel hun publieke geloofwaardigheid hebben uitbesteed aan de televisie. Hun obsessie om permanent zichtbaar te blijven, leidt tot een virtueel monopolie van fijne lui die niet meer zonder het warme schijnwerperlicht kunnen, en die zich ook geen enkele kritische afstandelijkheid meer kunnen permitteren tegenover het medium, zijn communicatielogica, of de achterliggende politieke, sociale, en economische netwerken. Ze zijn het medium, ze praten en gedragen zich volgens zijn draaiboek, ze vormen een establishment in het establishment. Herman Brusselmans (°1957), Kamagurka (°1956), Bart Peeters (°1959), Kristien Hemmerechts (°1955), Jan Leyers (°1958),- ik citeer er maar enkelen uit een groot reservoir van TV-figuren die hun reële kritische potentie voor mediatieke glitter hebben ingeruild. Luc Zeebroek alias Kamagurka, in de jaren ’80 een licht-absurdistische sarcast die ooit recensent Georges Adé tijdens een tv-praatje letterlijk van zijn stoel lichtte en op het vasttapijt van de studio deed belanden, is dankzij nivellerende massamedia als Humo helemaal onschadelijk gemaakt. Nu trekt hij voor Woestijnvis in ‘Man bijt hond’ met een kalkwagentje rond België, om de grens van het vaderland af te bakenen. Bij wijze van boetedoening?

De vijftigers zijn om zeep, soit. Onze enige hoop is, dat de jeugd haar Oedipaal instinct herontdekt. Het moment waarop ze haar testosteron- en oestrogeenproductie aanspreekt om ongepaste vragen te stellen en het systeem te destabiliseren, alvorens ze als ‘talent’ wordt opgeslokt door Woestijnvis of een ander zwart gat. Het psychodrama van de generatiekloof is het echte alternatief voor het zogenaamde ‘zinloos geweld’: scholen moeten weer broeihaarden van verzet worden, het gezin een plek van de symbolische vadermoord. Even leeg als de door de VLD gebezigde stoplap ‘open’, is daarom het bekakte Leterme-alternatief ‘respect’, door Karel Anthierens terecht ‘het nieuwe laffe ordewoord’ genoemd. Moeten jongeren meer ‘respect’ betonen? Neen, het Vlaams onderwijs moet vooral voedsel geven aan een nieuwe, kritische generatie die weer het woord ‘neen!’ en ‘stop!’ ontdekt. Liefst mét uitroepteken. Jongeren die ons, vermaledijde vijftigers, de rotzooi voor de voeten gooien waar we hen mee opzadelden. Geen stille marsen tegen zinloos geweld, maar zinvol geweld tegen structureel onrecht, tegen het gesmoezel van oude mannen in achterkamertjes, de dictatuur van het politiek-correcte, het hedonisme van de generatie die nu aan de macht is en in glitterige poses de ondraaglijke lichtheid van haar bestaan verbergt,- de lachende babyboom-generatie dus van Torfs & Reynebeau.

 Moeten jongeren meer ‘respect’ betonen? Neen, het Vlaams onderwijs moet vooral voedsel geven aan een nieuwe, kritische generatie die weer het woord ‘neen!’ en ‘stop!’ ontdekt. Liefst mét uitroepteken. Jongeren die ons, vermaledijde vijftigers, de rotzooi voor de voeten gooien waar we hen mee opzadelden.

Zijn de jonge stand-up-comedians uit een andere, hardere houtsoort gesneden? Zou kunnen. VRT staat alleszins klaar om hen op te vangen en onschadelijk te maken in alweer een ander entertainment-format (‘Comedy Casino’). Een ‘warmere samenleving’? Neen, dank U, ik word er koud van. Misschien valt het ‘zinloos geweld’ wel vanzelf stil, eens het de vorm van gefundeerd, radicaal protest aanneemt. Misschien is de huidige opvoedingsstijl wel te braaf, te progressief, te gedoogzaam, te laks, te lankmoedig, waardoor jongeren niet meer tot de vadermoord kunnen overgaan en zich aan elkaar vergrijpen. Deze zelfverwonding, waar iedereen nu van schrikt, is in de Vlaamse context geen achterbuurthooliganisme, maar neurotisch gedrag van een doodgeknuffelde jeugd, die bij gebrek aan autoriteit ook alle rebelse reflexen heeft verleerd.

Socioloog Hans Vermeersch stelde onlangs de mannelijke hormonen verantwoordelijk voor het jongerengeweld. Slim bekeken, maar onjuist: antropologisch is het testosteron de brandstof voor het vader-zoon-conflict. Het is een energiebom die de natuur in de jeugd heeft ingebouwd om banden te verbreken en de geschiedenis zich niet te laten herhalen. Het is een onmisbaar tegengewicht voor traditie. Via allerlei trucs, van wereldoorlogen, over de disco-extase, tot sportwedstrijden, hebben de vaders steeds getracht om het testosteron elders te laten verbranden, omdat het zich anders tegen hun eigen macht zou keren. Kijk naar de Islam: een macho-cultuur die de jeugd een heilige oorlog aanpraat, om te vermijden dat de jongeren de waarheden van de vaders in vraag stellen. In het moderne Westen doen we het subtieler, met een ‘zachte pedagogie’ van begrijpende leerkrachten, waardoor de schoolstrijd omgeleid wordt naar een steekspel onder de pubers.

Freud kan zo heerlijk simpel en juist zijn. De Oedipusmythe is misschien wel het belangrijkste erfstuk van onze beschaving. Ook al mislukken de revoluties, toch moeten ze plaats vinden, om de kwaliteit van het testosteron op peil te houden. De ruzie om de televisie is belangrijker dan de televisie zelf. Alleen al daarom hoort TV-kijken een gezinsgebeuren te zijn. Opdat de Vlamingen eindelijk de grote onvrede zouden ontdekken.

  

 Reageren op dit artikel

Terug naar boven