Vrij Nederland, Maart  2005                               

 

 Reageren            Terug naar archief                Terug naar startpagina

 

 

 

Na de moord op Theo Van Gogh November 2004, en in de marge van de nieuwe gemeenplaats het Hollands Poldermodel bankroet, is misschien het moment gekomen om wat achteruit te gaan staan en een paar grote krijtlijnen trekken; zodat heel het verhaal van de cultuurclash tussen islam en moderniteit, de bedreiging van de zgn. ‘vrije meningsuiting’ en het probleem van de integratie binnen een ruimere context kan worden geplaatst. Wat ik in de polemiek rond ‘integratie’ overigens dikwijls mis, is het historisch perspectief omtrent grote cultuurtrends en lange-termijn-curves; noem het een soort ‘dieptezicht’ dat de actualiteit overstijgt. Wat me ook dikwijls in zo’n discussie frappeert, is het ontbreken van een intellectueel instinct om ‘terug naar het origineel’ te gaan, waardoor er tweede- en derdehandsmeningen ontstaan. Als filosoof en vrijdenker vond ik het daarom nuttig om bv. de Koran zelf te bestuderen,- in het Nederlands weliswaar. Tot mijn eigen multiculturele consternatie bleek dit boek een aantal expliciete Endlösungs-instructies te bevatten aangaande andersgezinden.

Of wat te denken van een zinsnede zoals deze:

“En als gij de ongelovigen ontmoet: de hoofden eraf, tot gij een slachting onder hen hebt

aangericht.”

(47 soerat moehammad/4).

Het is geen alleenstaand citaat, ik heb er zo een aantal bijeengesprokkeld; de passage doet sterk denken aan wat momenteel in Irak gaande is (ook het gijzelen wordt in diezelfde Koran-tekst uitdrukkelijk aangeprezen). Uiteraard is een discours-der-uitverkorenen kenmerkend voor vele religieuze geschriften; en ik wil dit niet op de muur spijkeren als ‘ultiem bewijs’ van onverdraagzaamheid; maar een islam-theoloog zou me toch eens moeten uitleggen wat onder die ‘slachting’ verstaan wordt. Onnauwkeurige vertaling uit het Arabisch? Archaisch taalgebruik uit de tijd van Mohammed? Niet zo nauw te nemen ‘poëtische’ beeldspraak voor ongeletterden, zoals de moderne bijbelexegeten hun Heilig Boek interpreteren? Of staat er toch gewoon wat er staat? Kan de gemiddelde Moslim zich hierin vinden? Wordt daarover van mening gewisseld, zijn er controverses binnen de islam? Is dit het soort literatuur dat de moordenaar van Theo Van Gogh inspireerde? Alleszins verbleekt het verguisde aloude 70-punten-programma er toch wel bij,- benieuwd wat het Centrum voor Racismebestrijding hiervan denkt.

Dit gezegd zijnde, borrelen een aantal overwegingen naar boven, die de grote clash tussen de levensbeschouwingen toch enigszins relativeren, en die ons tot enige bescheidenheid moeten aanzetten. Ik formuleer er drie, maar de zelfkritische gedachtengang over onze cultuur en waarden kan verder gezet worden.

 

·        1ste stelling: Er bestaat niet zoiets als een ‘Westerse cultuur’ die moet verdedigd worden

Nog steeds wordt ‘onze Europese cultuur’ door weldenkende lieden voorgesteld als een met hand en tand te verdedigen planetair patrimonium van de hoogste orde, en niet alleen vanuit de politieke rechterzijde. Men vergeet dan eigenlijk dat die Westerse beschaving als een spons allerlei substanties heeft opgenomen: een Indo-Germaanse bron, een oud-Griekse traditie met Oosterse invloeden, een Romeinse, een Joods-Christelijke, en, jawel, ook een Arabische component, zoals vele woorden in het Nederlands met voorvoegsel Al- nog doen vermoeden. Ze is dus het resultaat van osmose en absorptie, niet van bescherming en afscherming. Het behoort overigens tot de ironie van de geschiedenis dat de Arabisch-islamitische literatuur eerst een belangrijke voedingsbron is geweest van onze eigen renaissance, met Bagdad (!) als wereldcentrum, om dan vanaf de 14de eeuw te verstarren en stil te vallen. Aan historici om het hoe en waarom ervan uit te zoeken, het kan relevant zijn in de huidige context.

Maar ondertussen wordt er door allerlei demagogen, van Silvio Berlusconi tot Patrick De Wael, heftig gezwaaid met die fameuze renaissance, Goethe, de Verlichting, en de Franse Revolutie. Waarbij men zich kan afvragen, in hoeverre die Westerse cultuur écht beleefd wordt als het kostbaar gemeengoed waar o.m. ook Munt-directeur Bernard Foccroulle in zijn Europa-manifest zo grootsprakerig over doet. Leeft er iets historisch en collectief in het achterhoofd van Jan Modaal? Fluistert Shakespeare in het broekje van mijn buurvrouw, of zindert Goethe ergens in de darmen van Filip Dewinter? Ik heb daar zo mijn twijfels over als ik Idool 2004 of de talloze reality-soaps bekijk. Neen dus: ‘onze’ Cultuur-met-grote-C is gespleten, fragmentair en on-collectief. Ze beheerst, in tegenstelling tot de ‘primitieve’ culturen, het dagelijkse leven niet, ze broeit in de marge en wordt voor de rest vooral misbruikt als stoplap.

Historisch moeten we daarbij tot onze schaamte vaststellen dat het hooggestemde, nobele Europa van Goethe nooit heeft bestaan. Haar geschiedenis is in bloed gedrenkt, van de kruistochten (door historici beschouwd als het begin van de clash tussen Christendom en islam) tot aan het kolonialisme (waarin het België van Leopold II zoals bekend zich niet onbetuigd liet), met twee gruwelijke wereldoorlogen als uitsmijter, en met het door de V.S. gecreëerde Moslim-fundamentalisme (de Taliban, de Koranscholen,…) als epiloog. Als Goethe tot ons collectief curriculum behoort, dan ook Auschwitz. Onwetendheid en obscurantisme behoren evenzeer tot onze wereld. De evolutieleer staat in neo-conservatieve kringen van de V.S. weer op de helling. In de vrijmetselaarsloges knettert nog altijd de pseudo-mystieke geheimzinnigdoenerij uit de middeleeuwen. In 1992 heeft Paus Johannes-Paulus II de ketter Galileo Galilei (de man die zei dat de aarde rond de zon draait) schoorvoetend in eer hersteld. 350 jaar na datum. De islam een  achterlijke godsdienst?

 

En de Verlichting dan? Tja, Rousseau, Voltaire, Diderot, Maupertuis,… men vergeet dat ze stuk voor stuk toch maar rare kwibussen, dissidenten en marginalen waren, ondanks hun historische recuperatie. Hét kenmerk van onze cultuur is nu juist dat ze elke samenhang opnieuw doorbreekt via het optreden van lucide, maar tegendraadse middelpuntvliedende krachten. Er bestaat dus niet zoiets als een ‘Europese’ cultuurscène, hooguit gaat het om een cirkus van intellectuele narren die hun hoofd dikwijls verder uitstaken dan gezond voor hen was. Alleen controverse, permanente zelfkritiek en zelfironie maken onze culturele traditie écht groot. Er is geen “Westerse beschaving” die moet ‘verdedigd’ worden, omdat ze zich het best verdedigt door zich permanent op te heffen. Sterker nog: humor, de karikatuur, spot en zelfspot behoren tot het hoogste menselijke goed, en men kan alleen maar hopen dat de Arabische cultuur de ironie op een zekere dag ook (her-) ontdekt. Wat Ian Buruma en Avishai Margalit in hun boek “Occidentalism: The West in the Eyes of Its Enemies” hebben omschreven als de Westerse masochistische neiging tot permanente zelfkritiek, genaamd ‘occidentalisme’, is de enige zinnige omgang met de traditie voor dat Westen. Onze attitude is per definitie ‘multicultureel’, op een informele en spontane manier, omdat, zoals Nietzsche het stelde, onze cultuur in voortdurende staat van zelf-ontbinding verkeert. We hebben weinig om fier over te zijn, maar het rationele proces van de kritiek en de positieve emotie van de relativering kan niemand ons afnemen. Want we kunnen er ook nog om lachen. Diogenes, Ovidius, Cervantes, the Simpsons, All Bundy, Woody Allan, Kamagurka: goddelijk gewoon.

 

·        2de stelling: Meningen worden pas interessant als ze niet vrij zijn

En dan is er natuurlijk het onvergetelijk citaat van verlichtingsfilosoof Voltaire: Ik verafschuw Uw mening, maar ik zou mijn leven geven om het U mogelijk te maken, ze te uiten.’  Er bestaan een aantal versies van de quote en het auteurschap wordt betwist, maar dat is hier de discussie niet. Het citaat kentekent een tijdsgeest. Het ging in het Verlichtingsdenken wel degelijk om een lente in het intellectueel leven van het 18de-eeuwse Europa: de wens van schrijvers, kunstenaars, filosofen om van onder de censuur van het Ancien Régime weg te geraken,- de begeerte ook van de vroegburgerlijke samenleving om ideeën te laten circuleren, het recht op kritiek, contestatie en polemiek, dikwijls ook gekoppeld aan een economisch laissez-faire liberalisme, godsdienstvrijheid of het compleet loochenen van alle goddelijk en wereldlijk gezag (ni dieu, ni maÎtre).  

De polemiek werd soms zeer bitsig en agressief gevoerd, Voltaire blonk erin uit,- hij zocht a.h.w. de confrontatie en het punt waarop zijn mening hinderlijk begon te worden, als wou hij grenzen aftasten en verleggen. U begrijpt al dat, wanneer politici en machthebbers van allerlei signatuur Voltaire gaan citeren, er iets niet klopt, want…de auteur van de ‘Traité sur la tolérance’ heeft zelf de helft van zijn leven achter de tralies doorgebracht en de andere helft in ballingschap. Dat is nog wat anders dan establishment-filosofen à la Etienne Vermeersch, die vanuit hun luie zetel hand- en spandiensten leveren als overheidsconsultant.

 

Echte onrecupereerbare enfant terribles die zich buiten het politiek-correcte denken durven bewegen zijn dus hard nodig. Het optreden van Voltaire bevat net daardoor een paradox van de vrije meningsuiting, waarvan hij zich wellicht heel goed bewust was, vandaar het voortdurend provoceren: hij zocht de vervolging omdat meningen enkel gedijen in een gespannen sfeer van halve vrijheden en lichte terreur. Met de dood van Theo Van Gogh is deze paradox terug actueel. Is er angst nodig om te beletten dat elke windhaan een ‘mening’ rondstrooit? Is een zekere intolerantie nuttig voor de kwaliteit van de democratie, zodat het intellect in scherpe vorm blijft? De filosoof Herbert Marcuse. constateerde het al in zijn “One-Dimensional Man”: teveel ‘Verlichting’ werkt averechts en eindigt in de horizontale kakelcultuur van een ondraaglijk-lichte, gemediatiseerde samenleving waar iedereen wel voortdurend aan het woord is, maar niemand nog wat te zeggen heeft. Of, zoals Andy Warhol het uitdrukte: ‘Leve de televisie, nu is iedereen vijf minuten beroemd’. De paradox van de vrije meningsuiting is, dat ze onbelangrijk wordt indien ze volledig vrij is, en pas essentieel is als ze beknot wordt. Een schifting dringt zich dus op,- en zie: de eerste angsthazen gaven er de brui al aan; de Leidse hoogleraar Paul Cliteur heeft publiekelijk laten weten, in het huidig gespannen klimaat niet meer te willen publiceren. Mooi zo, het wordt dus een afvallingswedstrijd die, wie-weet, enkele nieuwbakken Voltaires oplevert. Liefst aan beide kanten. De cultuur van het woord kan er alleen maar bij winnen…

 

·        3de stelling: Liever 'desintegratie' dan integratie

Pas nu, met het afvoeren van de ‘multiculturele samenleving’, komt aan het licht wat voor een spookbegrip het daaraan complementaire idee van ‘integratie’ wel is. Het suggereert namelijk dat er ‘iets’ is waaraan men zich kan of moet aanpassen, maar dat bleek al in onze 1ste stelling hoogst twijfelachtig. Het geeft ook aanleiding tot het misverstand als zou het ‘eigen volk’ wél gesocialiseerd en geïntegreerd zijn, als zou het dus wél deelnemen aan een solidaire samenleving, in een mate die het individu haast doet oplossen, en dat is een fictie.

Ik begin met mezelf, en stel vast dat ik als Vlaming ook maar heel betrekkelijk “geïntegreerd” ben in de gemeente waar ik woon; ik spreek het dialect niet, ik mijd de middenstand en haar ‘gezellige’ winkelstraten met de opgepepte kerstsfeer, ik krijg hoofdpijn van de streekwijn. Toch voel ik de behoefte niet om wie dan ook een mes in de rug te steken, en hopelijk geldt dit vice-versa. Meer nog: ik voel me hier, als niet-geïntegreerde burger, perfect thuis.

De Joodse gemeenschap in Antwerpen is ook niet “geïntegreerd”; het is een uitermate gesloten enclave met eigen tradities, taal, gebruiken. Het feit dat dit vrijwillig ghetto getolereerd wordt, als een wezenlijk aspect van het Antwerpse stadsbeeld, bewijst dat onze cultuur wel degelijk met subculturen kan leven, en dat niet zozeer ‘integratie’, dan wel segregatie ons wereldbeeld kenmerkt,- het afsplitsen van groepen, groepjes en individuen die samen zoiets als ‘diversiteit’ vormen.

Cultuur dient om zich te identificeren en zich te onderscheiden. De ‘sociale cohesie’, recent heruitgevonden omdat de politiek de golfslag van de maatschappelijke controverses compleet kwijt is, mag en moet spelen in solidariteitsmechanismen, maar is dodelijk wanneer ze het intellectuele proces bepaalt. In dat geval spreken we namelijk over monocultuur, samenhorigheidsideologie, of erger nog: fascisme. Want laten we wel wezen; het is niet omdat de ruziënde VLD een bekakt jaar achter de rug heeft, en Noël Slangen de premier dan maar de raad gaf om de “open-debat-cultuur” geruisloos op te doeken –waarmee men, gek genoeg, tegen de geest van de Verlichting weer ingaat-, dat de genererende kracht van confrontatie en polemiek ineens zou verdampt zijn. Enige onaangepastheid helpt altijd. Voltaire, om hem nog maar eens te vernoemen, was een niet-geïntegreerde, zelfs asociale rebel met een ongelooflijk talent om zich in nesten te werken. Hij had geen bondgenoten, ook niet zichzelf. Zonder die gespletenheid en weigering om ‘ergens’ toe te behoren, was Voltaire nooit de verlichtingsfilosoof geweest zoals we hem kennen.

Onze ingebakken hang naar onderscheid valt dan ook niet te rijmen met het mythische ‘integratie’-beginsel. Ik spreek dan nog niet over de talloze subculturen in onze samenleving, van leren-jekker-motards, over punk-zwervers met grote honden, tot de logebroeders met hun geheime ceremonietjes, of de E.U.-buitenlanders met hun aparte, sjieke ‘Europese Scholen’,- allemaal fracties die zich nadrukkelijk onderscheiden in houding, taal, rituelen, wereldbeeld en zich dus niet integreren in het grote geheel. Sterker nog: ook deze fracties blijken bij nader toezien uiteen te vallen in individuele menselijke atomen, die allemaal iets anders zien, lezen, horen, denken. Hetgeen de confrontatie juist zinvol maakt.

Waarom is “inburgering” (het woord alleen al) van Moslim-allochtonen dan wél een maatschappelijk issue, tot op het belachelijke af (drie streekrecepten kunnen opnoemen, enz…)? Omdat ze niet gepercipieerd worden als onderdeel van de diversiteit, maar als bedreiging voor die diversiteit. Het Wahabietische Koran-fanatisme, samen met heel het internationale terreurklimaat, versterken dat gevoel.

 

Besluit: help hen even om de lichtschakelaar te zoeken...

 

Oplossingen dan? Meerdere strategieën stellen zich, op uiteenlopende schalen en verschillend naargelang de situatie. De islam is als wereldgodsdienst flink op weg om alle emancipatiebewegingen te absorberen. Het is de religie van de armoede, die de armoede niet meer als probleem ziet maar als onvervreemdbaar kenteken van authenticiteit. Zoiets moest gebeuren,- het ideologiseren en zelfs sacraliseren van een frustratie. Wereldwijd wordt de islam in snel tempo het referentiekader van een revolterende derde wereld, met de Palestijnse kwestie als paradigma. Zolang Palestina geen autonome staat is, kunnen we het wel schudden. En als dat mocht lukken volgt nog de grootste mondiale uitdaging: de kloof tussen arm en rijk dichten.

Ondertussen stellen zich dichter bij huis andere opgaves. Integratie is niet aan de orde, wel desintegratie van het fundamentalisme, door een waaier van subculturen binnen dat universum te laten openbloeien. Een sterk wapen tegen dat fundamentalistisch blok bestaat er dan misschien in, om elites te creëren binnen de islamgemeenschap. Elites die in scholen van topniveau worden gevormd, waar een modernisering van de islam wél aan de orde is. Afwijking is bij ons de norm en verbreekt de gelederen; en ja, in een patriarchale cultuur zoals de islam moet de doorbraak misschien wel komen van heksen zoals de Moslima’s. Deze fragmentatie is van vitaal belang, om getalenteerde individuen uit dat groepsdenken los te weken, die zelfkritiek en ironie kunnen hanteren binnen een eigen discours van de verlichting binnen hun eigen cultuur. Want daar zitten natuurlijk ook knappe koppen, die zich misschien eerder zouden willen spiegelen aan de briljante, geestige, en door het Grieks-Hellenisme beïnvloede Arabische intellectuelen van rond het jaar 1000, dan aan een struikrover zoals Bin Laden. Een “Arabische Academie voor Wetenschap” bijvoorbeeld –géén “Koranschool”-, waar de individuatie in een haast organisch proces ontstaat, en waar onvermijdelijk, op een dag, ook dissidentie en contestatie aan de orde zijn. Niet alleen tegenover de anderen, maar ook tegenover het eigen wereldbeeld. De Westerse “decadentie” dus, maar dan als terapie. Het zou mooi zijn, een Voltaire in de moskee…Terug naar boven

 

Links:

http://theo-van-gogh.pagina.nl.

http://www.yilli.be/columns/overdedoodvantheovangogh.html