Startpagina "Visionair België"                                                 Reageren via forum                                               E-mail

 

Het geheim van de vunzige Krapunzel
Hulderede voor Erwin Vanmol, ex-chocolatier, cartoonist en fucking genius

Vrijzinnig Vilvoorde vzw - Bibliotheek Vilvoorde – 5 november 2010
 

Beste vrienden

Ik zou de tekenaar Erwin Vanmol onrecht aandoen, mocht ik hem hier inleiden via reguliere lofzangen en obligate gelukwensen. Kan men een spotter, criticus en aanhanger van extreem-niks, zoals hij zichzelf noemt, zomaar aaien en te kijk stellen als een goed mens, een nuttig element in de samenleving, een schitterende ster aan het Vlaamse culturele firmament? Ik denk het niet.

Veeleer leek het me een goed idee, om, in de geest van zijn cartoons, de buitengrens van het politiek-correcte af te tasten, en u een paar doordenkers te serveren die de goed geordende laden van ons brein wat door elkaar halen. Ik haal daarbij mijn inspiratie precies daar waar Erwin ze haalt: uit de dagelijkse actualiteit. Het nieuws, de kranten, ze vormen een onuitputtelijke bron van verbazing en ergernis. Ergernis en woede, die dan weerom uitbarst in Homerisch gelach. Het Nederlandse woord “spotprent” dekt in dat opzicht veel beter de lading dan het woord “cartoon”: het gaat om lachen, de machthebbers uitlachen, soms om niet te moeten wenen, of de boel kort en klein te slaan.

Elke vorm van literatuur of wollige esthetiek is misplaatst in dit carnaval. We weigeren in dat opzicht zelfs het predikaat “kunstenaar”. We hoeven geen verhalen te verzinnen, ons niets te verbeelden, of te vluchten in een privé-mythologie. De werkelijkheid is zo hilarisch, dat enig gezond opmerkingsvermogen, een dosis kinderlijke verwondering, een scheut kwaadaardigheid, en uiteraard ook een vaste hand, volstaan om een hallucinant universum te schilderen. Uitvergroot, overdreven, én gruwelijk realistisch. Niets is er verzonnen. Hoogstens staan een paar holle en bolle spiegels strategisch opgesteld, om het pervers karakter van de zogezegde normaliteit te benadrukken. 

Zo heb ik ook voor deze introductie een paar faits-divers uit de recente actualiteit geselecteerd, en verpakt in drie tamelijk onwelvoeglijke stellingen, die zichzelf toch weer au serieux nemen zonder dat ook van u te willen eisen. Het zijn drie stadia in de weg naar beneden, de absolute bodem, het oord van de ontluistering, waar Erwin Vanmol thuis is, en waar we hem vandaag met grote vreugde gezelschap houden. Beschouw het dus als een opwarmingsoefening voor een afdaling in de onderwereld. De eerste stelling is geïnspireerd op de prent die de affiche voor deze tentoonstelling siert, de vier aapjes in soutane. “Horen, zien, zwijgen, en poten thuis” heet de spotprent. Ik ben zo vrij er een eigen interpretatie aan te geven.
 

Stelling I. De vrijzinnigen zijn de strafste katholieken, en omgekeerd

Half Oktober stond heel weldenkend België op zijn kop, omdat aartsbisschop Léonard de AIDS-ziekte een vorm van immanente gerechtigheid had genoemd,- in een boek dat eigenlijk al vier jaar oud is maar nu pas in het Nederlands verscheen. Letterlijk staat er: “Het is géén straf van God,- hoogstens een soort immanente rechtvaardigheid”, te vergelijken met milieurampen die zich voordoen als we onze rotzooi niet binnen de perken houden. Voor sp.a-senatrice Marleen Temmerman, al geruime tijd technisch werkloos wegens het ontbreken van een regering, was deze passage een dankbare aanleiding om uit het politieke grijs te treden en een soort virtuele boekenverbranding toe te passen, zeggende dat dit soort geschriften recht naar de papierversnipperaar hoort te gaan.

Kijk, dat doet mij echt deugd: socialistische vrijdenkers, waardige telgen van het Verlichtingstijdperk, ethisch bewogen politici die een banvloek uitspreken over het onzindelijk gedachtegoed, opwalmend uit de verwierookte hersenpannen van perverse prelaten. “Misselijk makend, weerzinwekkend, degoutant, onaanvaardbaar,…”: de morele verontwaardiging klonk van links tot rechts unisono. Lang geleden dat de politieke klasse nog zo eendrachtig het anathema had uitgesproken,- het moet geleden zijn van 1989, toen het Vlaams Blok collectief werd gebrandmerkt en verjaagd uit het democratische Hof van Eden.

Zei ik “banvloek”? Sprak ik over “brandmerken”? Inderdaad: het valt steeds weer op, hoe religieuze denkpatronen en exorcistische rituelen het politiek-correcte denken binnensluipen, en aanleiding geven tot bedekte censuur of zelfcensuur. En dikwijls zijn het vooral de zogenaamde “vrijdenkers” die in iemand anders’ plaats proberen te denken. Achter de façade van de spektakeldemocratie blijkt het publiek discours nog steeds in het keurslijf geprangd te zitten van een pensée unique, de kleinburgerlijke weldenkendheid, die op gezette tijden uitdijt tot een eenheidsmoraal van de Gutmensch, om tenslotte te kristalliseren in een Orwelliaans Instituut van de Waarheid.  

Vrijheid is vandaag, zoals George Orwell het uitdrukte, vooral de vrijheid om te zeggen dat 2x2 vier is. Wie daarvan afwijkt, heeft een probleem. Onze vrijheid-van-mening is triviaal, consensusgericht en mediatiek gemanipuleerd. Achter zijn edelmoedig, wereldverbeterend uithangbord ontpopt een overheids-vzw  als het “Centrum voor Gelijke Kansen en Anti-Racisme” zich steeds weer als een soort pauselijke Curie, om niet te zeggen een inquisitieraad, die moet beslissen welke ideeën mogen uitgesproken en vooral welke woorden mogen neergeschreven worden. Het mag ons dus niet verbazen dat ook die brave mijnheer Léonard een klacht bij dat Centrum aan zijn been kreeg, dankzij advocaat Jean Marie de Meester, S.PA-politicus (sorry dat ik hier zoveel reclame maak voor die partij) én vrijmetselaar. De omgekeerde wereld? Zijn de vrijzinnigen de strafste katholieken?

Hét probleem is overigens, dat niemand nog schijnt te weten wat het woord “immanent” betekent, anders had men beseft dat de aartsbisschop hier letterlijk vloekt in de kerk. De God van het Jodendom, het Christendom én de Islam is namelijk van transcendenten huize: hij staat als schepper en almacht buiten de wereld, de kosmos, de natuur, de moraal, de logica, de ratio. Hongersnood, droogte, oorlog, Haïti, Auschwitz, AIDS, en alle gesels die op ons neerkomen-  we hoeven/kunnen ze niet te begrijpen, want Gods wegen zijn ondoorgrondelijk,- zo wil het de monotheïstische theologie.

Met die “immanente rechtvaardigheid” haalt de aartsbisschop echter een paard van Troje binnen. Want als het in de aard der dingen zelf zit, is er geen externe autoriteit meer, geen oervader, geen absolute monarch, maar eerder een redelijkheid die eigen is aan het universum. Wie toch nog van het woord “God” houdt, gelieve hem overal te ontdekken als de ziel van het heelal, aanwezig in alle dingen en wezens, hier onder ons, in deze tafel, deze plant, in het AIDS-virus, en, jawel, zélfs in de tekeningen van Erwin Vanmol.

"Ik begrijp dan ook de verontwaardiging niet bij de zogenaamde vrijdenkers, over de uitlatingen van Monseigneur Léonard. Ofwel kunnen ze hem begroeten als een eenzame held van de vrijemeningsuiting, ofwel halen ze hun schouders op voor die pastoorspraat..."
 

Maar dat is geen Christelijke theologie meer, beste ongelovigen, doch onversneden pantheïsme, de heidense natuurreligie die vanaf de 17de eeuw een belangrijke onderstroom werd van het Europese humanisme, met figuren als  Giordano Bruno (als ketter op de brandstapel geëindigd), en Baruch Spinoza, als godslasteraar uit de Joodse gemeenschap verbannen en op de index van verboden auteurs geplaatst in het o zo tolerante  Holland. Mooi gezelschap voor onze aartsbisschop.

Nog meer down-to-earth, kunnen we die  “immanente gerechtigheid” als een kuise omschrijving zien van de waarschijnlijkheidstheorie, beter bekend als de Wet van Murphy. Inderdaad is het de logica zelve dat, als u maar genoeg rollebolt in menig one-night-stand, het ultieme orgasme én AIDS gegarandeerd uw deel zullen zijn. Zo is waarschijnlijk zelfs het heelal ontstaan: als je maar lang genoeg wacht, gebeurt alles. Niks schepping dus. En hoe minder sex, hoe minder partners, hoe kleiner de kans op miserie, én op het ultieme orgasme.  Zo zit de wereld ineen, dat is zelfs elementaire statistiek, maar daar hebben we geen God voor nodig.

Ergo: André Léonard is een ketter, en verdient eigenlijk een prijs van het Vrije Woord, in plaats van de socialistische banvloek. De echte atheïsten vindt men onder de katholieken, de ontaarde Jezuïeten, alleen al daarom vind ik het goed voor de biodiversiteit dat ze nog een tijdje onder ons blijven. Tot kerstmis moet hij nu zwijgen, de arme man, gekneveld en gemuilkorfd door communicatiespecialisten. De communicatiewetenschap,- ik heb het altijd een klotebezigheid voor randdebielen gevonden, de naam “wetenschap” niet waardig. Eigenlijk moet de aartsbisschop alleen maar sorry zeggen, excuses, ja dat verwacht de goegemeente. “Sorry”,- het lelijkste en onbenulligste woord dat in de mensentaal bestaat, men zou het uit alle woordenboeken moeten schrappen. En nu is die woordvoerder ook nog gaan lopen, net nu het interessant werd: dat is als een pompier die er de brui aan geeft omdat hij teveel branden moet blussen.

Ik begrijp dan ook de verontwaardiging niet bij de zogenaamde vrijdenkers, over de uitlatingen van de Monseigneur. Ofwel kunnen ze hem begroeten als een eenzame held van de vrijemeningsuiting, ofwel halen ze hun schouders op voor die pastoorspraat. Voor echte heidenen is de Grote Crisis van de R.K. kerk sowieso van dezelfde orde als een crisis in een sekte, en voetbalploeg, een huwelijk, of een kaartersclub: een fait-divers dus, ruzie in ‘t kot, maar zeker geen staatszaak. En als het gaat over bepotelde kindjes is bij mijn weten alleen de seculiere rechtstaat bevoegd om te oordelen.

Voor de rest is de wereld inderdaad zo rot en zo corrupt, dat hij, in naam van de immanente rechtvaardigheid, best mag geteisterd worden door een aantal plagen, kwelgeesten, grote rampen voor de mensheid, zoals deze Léonard en, jawel, zoals Erwin Vanmol. Samen zullen zij allicht in de hel belanden, alwaar het, volgens sommige apocriefe evangelieën, veel aangenamer toeven is dan in de hemel, de saaie opslagplek van de geformoliseerde Gutmenschen.      

 

Stelling II. Veelvuldig knipogen kan tot blindheid leiden

Bij deze stelling liet ik me inspireren door de cartoon “Benno Barnard plots niet meer voor boerkaverbod.”  Men ziet een in boerka uitgedoste dame een Knack kopen,- niet toevallig het blad waarvoor de heer Barnard, de schrik der antisemieten, broodschrijft.

Het is bekend dat politici en journalisten op goede voet met elkaar staan. Dat moet ook: ze vullen elkaar aan zoals de krokodil en de krokodilwachter, de Pluvianus aegyptius,- het vogeltje dat de restjes van tussen de tanden oppikt en aldus het gebit van het reptiel proper houdt. In de documentaires van National Geographic is in close-up ook te zien dat de krokodil tijdens die tête-à-têtes af en toe knipoogt: dat is in de natuur een teken van verstandhouding, een ons-kent-ons gebaar. Straffer zelfs, bij nog meer inzoomen blijkt de vogel zowaar een knipoog terug te geven, in de redelijke veronderstelling dat de muil niet zal dichtklappen zolang de onderhoudswerkzaamheden aan de gang zijn.

Het Grote Knipogen doet zich bij uitstek ook voor in de mensenwereld, meerbepaald in moerassige biotopen zoals de Wetstraat en belendende percelen: we spreken dan over de wederkerigheid tussen politieke wereld en pers. Politici krijgen media-aandacht, journalisten worden voorzien van nieuwtjes en primeurs. Een perfecte symbiose. Een en ander wordt bezegeld in de betere restaurants van 1000 Brussel, waar het gezegde “breek me de bek niet open” totaal niet aan de orde is, gezien de vraatzuchtige krokodillen én de levende tandenstokers precies weten wat ze aan elkaar hebben.

Er is maar één nadeel aan dat systeem: als het knipogen zich te veelvuldig herhaalt, zouden de oogleden kunnen haperen, en wordt er definitief een oogje dicht gedaan. Er treedt dan een vorm van slechtziendheid op, die vooral de restjespikkers fataal kan worden: als het eten op is, slaat de muil nu eenmaal onherroepelijk toe. Wie niet weg is, is gezien. Vanaf dan krijgen wij, brave burgers, het onsmakelijke vervolg van de natuurfilm opgedist. Ik heb in het boek “Media en Journalistiek in Vlaanderen” een paar kostelijke anekdotes aangehaald, die jammer genoeg écht gebeurd zijn, en helemaal niet uitzonderlijk blijken. Verhalen van dichtklappende krokodillen en vogels-zonder-kop, ook wel blinde vinken genoemd, die ons maar heel toevallig bereiken, omdat er ergens wat pluimen zijn gelaten en gebitten begonnen te stinken. Verhalen van media en journalisten die zo close zijn met de politiek, dat ze er gewoon een verlengstuk van worden. Ik citeer er een paar, maar het gebeurt elke dag: in de natuur is alles herhaling.

Er is uiteraard de onvergetelijke, maar toch al weer vergeten tussenkomst bij de VRT vanwege het S.PA-hoofdkwartier in januari 2006. Toen Freya Vandenbossche compleet was afgegaan in een vooraf opgenomen Terzake-interview, kreeg huidig koninklijk bemiddelaar Johan Vande Lanotte de programmamakers zover dat Freya het interview mocht overdoen. 

"...Dit gebrek aan feeling voor gezelligheid maakt de onkoopbaarheid van de rebel uit. Bloemen noch kransen. Voor Erwin Vanmol is elke duik in de Wetstraatmatras uit den boze: een politiek cartoonist moet in wezen apolitiek en zelfs anti-politiek zijn. Dat onderscheidt hem van de eindejaarsconférencier, van wie alle politici hopen dat ze in zijn show een plaatsje krijgen..."
 

Of wat te denken van de anekdote over de dubbele Standaard. In juni 2009 verschenen er in Vlaanderen op een donderdagochtend twee versies van dat kwaliteitsblad. Een met een ongecensureerde kop, en een andere met een aangepaste voorpagina, na een tussenkomst van toenmalig VLD-voorzitter Bart Somers bij toenmalig hoofdredacteur Peter Vandermeersch, beter bekend als de marketeer.

Oude koeien, aftandse krokodillenverhalen, zult u zeggen. U hebt gelijk, er is beterschap in zicht. In het boek “Een tip van de sluier” vertelt Karin Heremans, van goede socialistische huize, haar wedervaren als directrice van het Antwerpse atheneum op het moment van de hoofddoekencrisis vorig jaar. Op een zeker ogenblik stond daar imam Nordine Taouil  een opruiende preek te houden  en koranverzen te citeren op de speelplaats (je zou denken: wat doet die mens op de speelplaats van een gemeenschapsschool, maar soit). Zijn preek sloeg aan bij de moslimjongeren, want dra was het kot te klein en zinderde het Allahu akhbar door heel het atheneum. De mond van de aanwezige pers viel open van verbazing, schrijft Heremans.

En dan staan daar zomaar die twee lakonieke zinnetjes: “Als ze deze beelden straks uitzenden, staat Vlaanderen op z'n kop, dacht ik. Het pleit voor de verantwoordelijkheidszin van de pers dat ze dat niet gedaan heeft.”  Ja hallo? Je vraagt je af wat wij nog allemaal niét te horen of niét te zien of niét te lezen krijgen, dankzij de media. Vlaanderen mag vooral niet op zijn kop staan, dat lijkt nog de enige doelstelling in dit theater van de Grote Knipoog.

Er moeten dus ergens, naar ik hoop, toch nog een paar belhamels zonder verantwoordelijkheidszin rondlopen, die Vlaanderen wél op zijn kop willen zetten. De democratie wordt niét gemaakt door vrienden onder elkaar, grote en kleine netwerken, mensen die goed met elkaar kunnen opschieten en elkaar steeds weer tegenkomen op recepties: het welbekende ons-kent-ons. Integendeel: sociale cohesie is op een zeker punt zelfs schadelijk en produceert corruptie, zoals uit het verhaal van de krokodil en de Pluvianus mag blijken. De echte, actieve democratie, ook wel contre-démocratie genoemd, wordt gemaakt door individualisten, atomisten, zoals Erwin –de kwalificatie komt van hemzelf, Einzelgängers die alles uiteenhalen, de opgediste verhalen deconstrueren, en aantonen dat de werkelijkheid zelf een karikatuur is. Daar maak je geen vrienden mee, maar dat hoeft ook niet. Niets is zo ongezond voor een criticus als een teveel aan sociale vaardigheden,- eigenschappen, die vandaag zo geroemd worden, omdat deze maatschappij nu eenmaal draait op smeerolie.

Dit gebrek aan feeling voor gezelligheid maakt de onkoopbaarheid van de rebel uit. Bloemen noch kransen. Voor Erwin Vanmol is elke duik in de Wetstraatmatras uit den boze: een politiek cartoonist moet in wezen apolitiek en zelfs anti-politiek zijn. Dat onderscheidt hem van de eindejaarsconférencier, van wie alle politici hopen dat ze in zijn show een plaatsje krijgen. Geen knipoogjes van de krokodillenvogel dus, maar wel de lastige luis in de pels, de zandkorrel in het raderwerk. Waar hij in mij een enthousiaste partner-in-crime heeft gevonden. Tenslotte leidt dit ook naar de anti-intellectualistische houding van de fucking genius (nog een van Erwins zelfbeschrijvingen), de vunzige Krapunzel die de sferen van platheid en vulgariteit opzoekt, als tegengif tegen de schone schijn. Het “veldwerk in de gegiste dranken”, zoals zijn facebook-bio vermeldt. En ook daar probeer ik hem te volgen. Ik zeg wel: proberen.

Die drie anti-tudes (asociaal, antipolitiek en anti-intellectualistisch) hangen organisch aan elkaar en ontmoeten zich in het unieke systeem Vanmol, bewoner en spreekbuis van de Vlaamse onderbuik.  Of waarom niet meteen nog iets lager, in de Balzak, het cartoonistencollectief dat hij oprichtte, met de duidelijke Danteske waarschuwing: “Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt”. We kennen onze klassieken, maar we miskennen ze vervolgens.  En zo beleeft deze afdaling in de onderwereld zijn laatste bocht naar de bodem:

 

 Stelling III. De beste cultuurminister is helemaal geen cultuurminister

Op 19 oktober j.l. verscheen in De Morgen een petitietekst van 200 Vlaamse “cultuurdragers”, ter verdediging van de Belgische eenheid, de solidariteit en de multiculturele samenleving. Het was vooral een stevige reprimande ten aanzien van al die Vlamingen die steeds maar weer voor de verkeerde partij stemmen. Weldenkend-linkse democraten passen de democratie bij voorkeur in één richting toe, met de kijvende vinger, om te beletten dat het gepeupel zich misdraagt. Het plebs mag zich namelijk niet verbeelden dat er zoiets als een “Vlaamse identiteit” bestaat. Zo’n identiteit is per definitie bruin, zuur, fout, onzindelijk, en leidt binnen de kortste keren naar Auschwitz en de genocide, zo orakelen deze “cultuurdragers”. België, anderzijds, is en blijft een lichtende baken van verdraagzaamheid, creativiteit, optimisme en cosmopolitisme. De Vlamingen moeten dus Belgen blijven, willen of niet, anders lopen ze in hun ongeluk, zo leert ons aartsengel Geert Van Istendael en 200 nevencherubijnen van de Goede Smaak en het Intellectueel Fatsoen.

Als voorbeeld van een goede Belg halen ze, ongelukkig genoeg, o.m. de communist Julien Lahaut aan, die “Vive la République” riep op de eedaflegging van Koning Boudewijn, en de week nadien werd geliquideerd, vermoedelijk door een koningsgezind ultranationalistisch commando. Echte goede Belgen dus. Het is in dezelfde kringen rond het koningshuis dat later, met behulp van de CIA, het plan zal rijpen om de eerste president van het onafhankelijke Congo, Patrice Lumumba, met kogels te doorzeven en op te lossen in zwavelzuur, omdat de man in zijn speech diezelfde Boudewijn de mantel had uitgeveegd en het koloniale terreurbewind aan de kaak had gesteld. Een slechte Belg, die neger. Zoals al die Vlaamse zwartstemmers: ze verdienen gewoon het stemrecht niet.

 “Cultuurdragers”, het woord alleen al. Je hebt lieden die manhaftig elke dag na het scheren hun rugzak met culturele bagage aangespen, om hem, tegen de stroom van de onverschillige massa in,  zoals de rotsblok van Sysiphus naar boven te torsen,- en je hebt mensen die erop staan te kijken, zoals u en ik. Of die schaamteloos de rug draaien. Of, erger nog, die er gewoon op gaan zitten en alleen dood gewicht vormen, om, eens boven, van het uitzicht te genieten bijvoorbeeld.

Het spreekt vanzelf dat die intellectuele lastezels door de gemeenschap financieel degelijk gehonoreerd moeten worden, om te vermijden dat wij in de totale barbarij zouden verzinken. Ja, het is onze verdomde plicht om hen in leven en welstand te houden. Onlangs was het kot in kunstenland dan ook te klein, toen er, zoals in alle domeinen, sprake was van de buikriem aan te halen. Ik durf er de kop van mijn overleden grootvader op verwedden dat het gros van de ondertekenaars van de petitie voor méér België, ook terug te vinden is bij de querulanten die meer Vlaams geld voor cultuur willen, en te keer gaan tegen de onwil en onkunde van de betrokken minister.

Ha, die Schauvlieghe! Al bij haar aanstelling werd ze als een ongeletterde troela weggelachen, en vroegen verontruste coryfeeën van de Vlaamse letterkunde, zoals Erwin Mortier en Tom Lanoye, zich af of deze dame wel “competent” was,- of ze met name wel genoeg boeken heeft gelezen, tentoonstellingen heeft bezocht, zich regelmatig heeft ondergedompeld in de grote existentiële emoties van het moderne theater. Een terechte verzuchting: ministers moeten hun “materie” beheersen en met het “veld” kunnen communiceren, zoals dat heet. Maar onder die bezorgdheid zit iets anders. Namelijk de vraag, of die rondborstige, gezond blozende boerin uit Ertvelde wel voldoende voeling heeft met de hogere riten van de artistieke sterrenwichelarij. Ertvelde, waar ook die andere analfabete volksjongen Eddy Wally thuis is. Begrijpt Joke wel het gewicht van die “cultuurdragende” elite voor onze maatschappij, de samenleving, de internationale uitstraling? Kan ze zo’n ronkende artistieke projectomschrijving wel lezen zonder moederlijk te glimlachen, of zonder een geeuw van verveling te kunnen onderdrukken, door het instinctief gevoel dat dit nergens over gaat?

"...Misschien hebben we echt wel eens nood aan zo’n “incompetente” cultuurminister, iemand die geen last heeft van teveel sectoriëel geroezemoes, en de heren en dames cultuurdragers op hun plaats durft te zetten, als een stel schreeuwerige dreumessen..."
 

Neen dus: mevrouw de minister heeft hooguit Leentje van ’t Hemelrijk gespeeld in het parochiehuis, en is wel degelijk een culturele barbara, waardoor ze ook immuun is voor heel de postmoderne vaagtaal van het kunstenwereldje, het hermetische gefrasel van Narcistische charlatans. Ze ziet de gesubsideerde kunstensector als een kleutertuin vol zeurende dreumessen die in hun eigen stront spelen, en gelijk heeft ze. Ik ga hier niet nóg eens de fantastische kakmachine van Wim Delvoye als prototype nemen,- of ja, ik doe het toch nog een keer, omdat het contrast tussen deze goedverpakte nonsens van een edelBelg, en de down-to-earth mentaliteit van een Vlaamse huisvrouw, niet groter kan zijn, zelfs al is ze door het lot op een ministerstoel beland. Want zeg nu zelf: kan een luierverversende huismoeder zich iets onnozeler inbeelden dan een machine die enkel kak produceert? Moesten het nu nog echte boerenworsten zijn, maar… ordinaire kak?

De aanstelling van Joke Schauvliege was, behalve het resultaat van de normale koehandel en het reguliere postjesgeschuif, dus ook een cultuurschok. En dat is het échte probleem van ons schouwvliegje, zoals Mortier haar denigrerend-kinderachtig noemt: ze is maagdelijk, ongekunsteld, een onbeschreven blad. De cultuurdragers kijken op haar neer, maar ze staat torenhoog boven dat cirkus. Of ze staat er gewoon buiten, en ook dat is goed, want buitenstaanders zien veel meer dan insiders. De echte vrees in het kunstenwereldje is er een voor de ontmaskering,- de vrees voor het kind dat ziet dat de keizer geen kleren aan heeft.  Misschien hebben we dus echt wel eens nood aan zo’n “incompetente” cultuurminister, iemand die geen last heeft van teveel sectoriëel geroezemoes, en de heren en dames cultuurdragers op hun plaats durft te zetten. Verder gaand, zou ik me zelfs de vraag stellen, of cultuur wel een minister nodig heeft, en of creativiteit niet wegkwijnt in een sfeer van overmanagement en bureaucratie. En tenslotte: of kunst niet beter bloeit als wilde expressie, hardnekkig onkruid, dissonantie, undergroundgebeuren, in plaats van een overschotjes-souperend verlengstuk van het systeem.

Laat ik met deze bedenking besluiten: echte cultuur, zoals de tekeningen en strips van Erwin Vanmol, noemt zich niet eens cultuur, maar komt uit het leven zelf voort, als brutale articulatie van dat leven zelf. Als teken van zin en weerzin.  Als weerbarstigheid tegen de macht, de netwerken, de conventies. De kracht om een genetische achterstand én geval van kansarmoede, namelijk geboren zijn in Aalst, om te zetten in een opportuniteit.

Het curriculum van Erwin leest dan ook als één lange roetsjbaan door de instellingen: gebuisd aan de Gentse academie, dan achtereenvolgens beroepsmilitair, restaurateur, interieurschilder, marmerschilder, vergulder van sierlijsten en chocolatier. En nu dus cartoonist. Een eindstation? Heeft de rebel zijn vaste stek gevonden? Of misschien is het wel de ultieme kick van het gevaarlijke leven, want sinds de fameuze Mohammed-cartoons in 2005 in een Deens dagblad verschenen, weten we dat dit een fundamenteel ongezond beroep is.

Ik hoop met u, beste vrienden, dat onze fucking genius nog lange tijd tussen alle mazen van alle netten glipt. Het net van Al Quaeda, van de CIA, de loge, Opus Dei, van het Paleis, het net van de Belgische politieke correctheid, de dhimmitude, de chocolaterieën, de journalistieke middelmatigheid in Vlaanderen, het culturele establishment, de beroepsfederaties, de banken, de vakbonden,- en excuses als ik er nog vele vergeet.  

Allen hebben ze wel een reden om Vanmol niét graag te zien. En laat dat een reden zijn voor mij, voor ons allen, om hem te koesteren.

Ik dank u.

Terug naar boven