"Deng"-magazine, Februari 2005
Reageren
Terug naar archief
Terug naar startpagina


Op
2 Februari j.l. werd het Eindrapport van de Commissie Vermeersch over de
repatriëring van uitgeprocedeerde asielzoekers (officiële titel: “Bouwstenen
voor een humaan en effectief verwijderingsbeleid”, het eufemisme alleen al) aan
de bevoegde kamercomissie gepresenteerd. Het rapport is in een aantal opzichten
een mijlpaal in de politieke en sociale geschiedenis van dit land: een zogeheten
‘ethicus’ die haarfijn voorschrijft hoe sans-papiers aan de deur moeten
worden gezet, inclusief de suggestie om de sociale sector –hulpverleners
allerhande dus- mee in te schakelen in een heus opsporingssysteem: het is niet
niks.
Sinds de dood van Semira Adamu, verstikt in een kussen door twee rijkswachters, lag de gedwongen uitwijzing als eindstation van de Belgische asielpolitiek wat moeilijk. Stel u voor dat zoiets zich zou herhalen. Niet alle uitgeprocedeerden laten zich gewillig terugvoeren naar het land dat ze hadden ontvlucht - hoe zou u zelf zijn? Het was dus sluw van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael om zich achter het denk- en papierwerk van een gerenommeerd academicus te verschuilen. Alsof het ethisch probleem én het politiek probleem daarmee in één beweging van de baan waren.
Heel deze affaire toont aan hoe nieuw-rechts ook in Vlaanderen langzaam maar zeker gestalte krijgt, als een alliantie tussen politiek geritsel en academisch geschuifel nog wel. Wetenschappers lijken steeds gretiger hun maagdelijkheid op te geven. Zeker voor filosofen stelt zich dan onmiddellijk een integriteitsprobleem. Hoe dicht mag een filosoof/ethicus in de buurt komen van het staatsraison? Filosofen zijn van oudsher stoorzenders en luizen-in-de-pels, het is eigenlijk hun enige échte bestaansreden. Dat is al zo sinds Diogenes aan Alexander de Grote vroeg uit zijn zon te gaan staan. In de geschiedenis van de Westerse filosofie is het kritisch denken een hardnekkige constante: van Socrates over Kant, Voltaire en Nietzsche tot Sartre waren filosofie en ethiek vooral een kwestie van kritische reflectie over mens, samenleving en cultuur.
Soms
pamfletair, soms hermetisch en weinig toegankelijk, maar nooit aangepast of
systeembevestigend. Pas met de opkomst van de natuurwetenschappen en de uitbouw
van de universiteiten ontstond het type van de salonfähige filosoof, de
intellectuele collaborateur die zich tegen het establishment aanschurkt en zijn
nut voor de bestaande orde wil bewijzen, en die daar materieel profijt en
maatschappelijk aanzien voor in ruil krijgt. Peter Sloterdijk noemde dat proces
de ontluiking van het ‘cynische vernunft’ in de Westerse cultuur. Wetenschappers
gingen zich steeds meer gedragen als technici en steeds minder als critici: u
vraagt, wij draaien. Voor elke galg is een goede timmerman nodig. Het
universele genie Leonardo da Vinci schilderde niet alleen religieuze taferelen
maar ontwierp tussendoor ook marteltuigen. De gaskamers waren vanuit
ingenieursstandpunt zonder twijfel vernuftig werk, evenals de atoombom. En dan
is er natuurlijk nog de emminente nazi-filosoof Martin Heidegger, ooit in een
TV-programma posthuum door… Etienne Vermeersch aan de schandpaal gespijkerd.
Onze professor zal niet blij zijn om zelf in dit rijtje te worden weggezet. Toch
past wat hij gedaan heeft voor Dewael in wezen in dezelfde traditie van slimme
mensen die vreemde dingen gaan doen, eens ze in het zog geraken van succes,
invloed en macht. Een minister ethische adviezen geven over het aan de deur
zetten van ‘gelukzoekers’ (zo worden asielzoekers door extreemrechts genoemd,
alsof het zoeken van geluk een schande zou zijn) is onmiskenbaar een geval van
onkritische, intellectuele medeplichtigheid.
Er zijn ongetwijfeld tal van goede en minder goede juridische, economische en politieke redenen te vinden om uitgeprocedeerde asielzoekers op een vliegtuig te zetten, maar professor Vermeersch werd om een ethisch advies gevraagd. En toen werd het ronduit ranzig. Er zijn namelijk helemaal geen ethische argumenten om de deur voor bedelaars gesloten te houden. Die vind je niet in de humanistische filosofie, noch in het evangelie, en evenmin in het charter van de mensenrechten. Vanuit zuiver ethisch standpunt is het zoeken van geluk gewoon een recht, misschien wel een plicht.
De professor zou ook moeten weten dat het moreel instinct van de mens, doorgaans geweten genoemd, per definitie gemeengoed is, en nooit een zaak van specialisten kan zijn. Althans niet in een democratie die zichzelf respecteert. Het waarde-oordeel van mijn buurvrouw is met andere woorden net zo belangrijk als dat van Etienne Vermeersch. En om die twee met elkaar te confronteren dient het maatschappelijk debat.
Het Rapport Vermeersch is wat het is: een vuile klus die geklaard moest worden. De politiek heeft het Geweten van de Natie bereid gevonden haar een vrijgeleide te geven. Als een overijverige flik straks nog eens een illegaal om het hoekje helpt, weten we nu al met welk papier de Minister van Deportaties zal zwaaien. Vermeersch’ memorabele TV-uitspraak op 13 juni 2004 indachtig, toen bleek dat een miljoen Vlamingen voor het Vlaams Blok had gestemd, zouden we zeggen: ‘Professor, ge moest beschaamd zijn!’■Terug naar boven