Terug naar startpagina             Alle artikels               Deze tekst in PDF-formaat             Reageer via het Webforum


 Het broeikas-effect is een politiek probleem
 

 Over het groene gelijk en de onmogelijkheid om het te krijgen

 Johan Sanctorum

  1/11/2006

Deze dagen trekt Al Gore, 8 jaar vice-president onder Clinton en in 2000 nipt verslagen door Georges Bush na een memorabele verkiezingschaos, van hot naar her met zijn film ‘An Inconvenient Truth’. Het is een docudrama over de opwarming van de aarde en de katastrofale gevolgen daarvan in de nabije toekomst. Een indrukwekkend werkstuk. Niet alleen omdat deze alarmerende boodschap vol zelfkritiek van een toppoliticus komt (ik zie het onze paarse strebers, die blijven volhouden dat we in de beste der mogelijke werelden leven, nog niet doen), maar vooral omdat de film wetenschappelijk perfect onderbouwd is. Al Gore, ooit de Yves Leterme van de VS, die grijsheid en een gebrek aan charisma werd verweten, blijkt uitgegroeid tot een begenadigd spreker met het briljante intellect van Abraham Lincoln, de charme van Bill Clinton, en het moreel-politieke serieux van Ted Roosevelt. Beter laat dan nooit,- een lichtend voorbeeld voor de groenen, en het bewijs dat men niet alleen met peptalk maar ook met slecht nieuws en échte argumenten mensen kan overtuigen. Gore’s campagne nodigt evenwel uit tot een complothypothese met verreikende consequenties…

Het voorspel: ‘Katrina’

De theorie is gekend: door de enorme CO2-uitstoot van industrie en autoverkeer wordt er een soort superdampkring ontwikkeld die zonnestralen doorlaat maar veel minder terugkaatst, wat een globale opwarming veroorzaakt en massa’s poolijs doet smelten. Gevolg: een zeespiegel die tientallen meter hoger wordt (so what), grote delen van de Amerikaanse West- en Oostkust lopen onder (eigen schuld, dikke bult), Nederland verdwijnt van de kaart (een zorg minder voor de Rode Duivels), de kustlijn schuift bij ons op zo ongeveer tot aan Wetteren (kunnen we lekker van Brussel naar het strand fietsen). De echte ramp is echter klimatologisch: de oceanen gaan zich totaal anders gedragen en creëren een nieuwe klimaatkaart. Door het verdwijnen van o.m. de moessonregens, het afsmelten van de Noordpoolkap en het stilvallen van de Golfstroom zullen grote delen van de aarde tot Sahara of permanente modderpoelen herleid worden.

Een hallucinant perspectief, waarbij men zich kan afvragen, waarom zelfs een intellectuele minus als Georges Bush en zijn ‘neocons’ niet merken wat er gaande is. Wat hebben de VS aan een planeet die ofwel verdronken ofwel uitgedroogd is? Waarom wilde Bush van Kyoto niet weten?Het zijn de beelden rond de orkaan Katrina in Augustus 2005 die voor het eerst een tipje van de sluier hebben opgelicht. Herinner U de chaos in New Orleans, het geklungel van de reddingsoperaties en de flagrante onverschilligheid van de president (die er niet eens zijn vacantie voor onderbrak). De meeste slachtoffers waren berooide zwarten die, bij gebrek aan eigen vervoer, niet tijdig waren weggeraakt. Niemand minder dan Bill Clinton en oud-minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell gewaagden toen al over opzettelijke nonchalance en zelfs voorbedachte weigering van hulp: New Orleans behoort tot de armste delen van de VS en misschien was dit wel het voorspel tot een drastische Endlösung voor het armoede- en criminaliteitsprobleem.

Dat zou een totaal nieuw perspectief bieden op de milieuproblematiek. Algemeen wordt het toenemend aantal cyclonen immers gezien als een rechtstreeks gevolg van de opwarming. Een stoutmoedige maar plausibele complothypothese stelt, dat die global warming niet zomaar een vervelend nevenverschijnsel van de industrialisering is, maar een geostrategisch wapen om het armere deel van deze planeet, dat alleen maar geld kost en een broeihaard is van revolte en terrorisme, te likwideren; waarna er een grootscheepse herkolonisatie tot stand kan komen van het Zuiden en het Oosten, onder de absolute hegemonie van de VS. Enige collateral damage is dan uiteraard onvermijdelijk: dit wordt de meest omvangrijke genocide ooit,- de holocaust is daarbij vergeleken een niemendal.

Katrina brengt ons op het idee, dat die 'global warming 'niet zomaar een vervelend nevenverschijnsel van de industrialisering is, maar een geostrategisch wapen om het armere deel van deze planeet, dat alleen maar geld kost en een broeihaard is van revolte en terrorisme, te likwideren; waarna er een grootscheepse herkolonisatie tot stand kan komen van het Zuiden en het Oosten, onder de absolute hegemonie van de VS.

Het zijn dus de vervuilers die zullen winnen: men kan hier rustig van kannibalisme spreken. Een opmerkelijk effect van het wereldwijd broeikasverhaal is inderdaad, dat volgens studies van de Wereldgezondheids-organisatie de meeste slachtoffers in het onderontwikkelde Zuiden en in Centraal-Azië zullen vallen… waar er nauwelijks sprake is van CO2-uitstoot. Oorzaken: hitte, infectieziekten, ondervoeding door mislukte oogsten.

De Amerikaanse politicologe Susan George heeft het allemaal haarfijn uitgelegd in haar fictief-hallucinant scenario ‘Het Lugano-Rapport’ (1999), waar wetenschappers in ’t grootste geheim een totaal-oplossing uitdokteren voor het bevolkingsoverschot, namelijk het armere deel van deze planeet laten omkomen van honger, AIDS, epidemies, oorlogen. En dus ook uitgelokte ‘natuurrampen’. Uiteraard met de vrijemarkteconomie als hulpmiddel (bv. geneesmiddelen en geavanceerde behandelingen duur genoeg maken). In de V.S. is volgens recente cijfers zowat een op tien burgers ondervoed, vooral zwarten en latino’s, die nauwelijks nog toegang hebben tot gezondheidszorg, brol eten met een verstreken versheidsdatum (liefdadigheid van de supermarkten), en bij ‘natuurrampen’ niet meer worden geëvacueerd maar gewoon in sportstadia worden opgesloten (de beruchte Superdome in New Orleans).

Logische slotvraag: is Bush, eerder dan een geborneerd aanhangsel van de olie- en wapenindustrie, een drijvende kracht achter een metapolitiek eliminatieproces? Was Katrina maar een opwarmoefening, ook al om in te schatten hoe groot de kritiek zou zijn? Is heel de oliebusiness, als wereldwijde economische kracht achter de CO2-uitstoot, een verborgen motor van de genocide? Is de mondiale pollutie met bijhorende katastrofen het ultieme middel tot een sociologische en demografische grote schoonmaak op deze planeet? Is het daarom dat die ‘schone auto’ maar niet van de grond komt? Worden de Amerikanen aangemoedigd om met grote, energieverslindende wagens te rijden, enorme bergen vlees te eten (waar veel landbouwland voor nodig is), en zijn ze de grootste waterverkwisters ter wereld, opdat het ecosysteem sneller zou kantelen in het voordeel van de bezittende klasse? Laten we alvast even dichter bij huis gaan kijken: hoe zit het met onze welvaartstaat?

 

De donkerblauwe dieselnimf

De Belg is traditioneel een autofanaat, getuige daarvan de tweejaarlijkse kermis van het kleinburgerlijk individualisme die Autosalon wordt genoemd. De VLD geeft daarin, hoe kan het anders, de toon aan,- de socialisten lopen gedwee mee en vijlen hier en daar de scherpe kantjes af. Sinds het aantreden van paars, na de ‘dioxineverkiezingen’ van 1999, stelt men een enorme ontplooiing van het wegverkeer vast, vooral in de categorie van de zwaarvervuilende vrachtwagens. De tijdelijke regeringsdeelname van het toenmalige Agalev heeft daar niets aan veranderd, tenzij meer milieuheffingen die voor de staat een nieuwe bron van inkomsten betekenen. Het dumpen van de ‘groene hoer’ (bijnaam voor Vera Dua, gescandeerd in een memorabele betoging dd. 11 mei 2003, waar VLD-coryfeeën als Jaak Gabriëls in meeliepen) was dan ook niet meer dan logisch.

Voor paars is milieu geen issue, hoogstens een alibi. Zo draagt ook de recente federale heffing op verpakking (oktober 2006) vrijwel niets bij tot het halen van de Kyoto-norm,- ze is de zoveelste begrotingstruc, door Verhofstadt deskundig verpakt via een gesprek met, jawel,… Al Gore. De oppositie spreekt vanaf dan over de Al Gore-belasting. Terecht: Verhofstadt degradeerde het ecologisch probleem tot melkkoe. Tegelijk wordt de milieubeweging dan weer wat gesust,- zie het tevreden geknor van de Bond Beter Leefmilieu.

Ook intern, binnen rijke en geïndustrialiseerde landen als België, zal een schifting worden doorgevoerd. Er zal m.n. een gezondheidszorg met twee snelheden ontstaan,- een goedkope volksgeneeskunde met veel zelfbediening die oplapt, en een dure medische spitstechnologie die écht remedieert en levenskwaliteit verhoogt. Het geïntoxiceerde ‘milieu’ creëert de ziektes, nodig om deze schifting door te voeren..  

Zijdelings zou men zo kunnen constateren dat Gore op die manier zelfs neoliberale, milieu-ongevoelige regimes en regeringen steunt en lippendienst verleent. Blair heeft Al Gore zelfs als ‘adviseur’ in dienst genomen, kwestie van hem wat naar zijn hand te kunnen zetten en de groenen wat wind uit de zeilen te nemen. Het schoon volk van de Wetstraat, dat op 31 october 2006 naar ‘An Inconvenient Truth’ gingen kijken, na veel gezeur en lastige brieven van een huismoeder uit Kapellen, zijn eveneens eigenlijk alleen maar met hun externe communicatie bezig en beducht voor een echte groene golf onder hun kiespubliek.

België dus. Volgens een recent OESO-rapport is de luchtkwaliteit in ons land ronduit rampzalig, vooral door het fijn dieselstof, uitgebraakt door het nationale en internationale vrachtverkeer dat over onze wegen dendert. Elke dag knalt er wel ergens een vrachtwagen tegen een stilstaande file. Maar we moeten en zullen het ‘logistiek centrum van Europa’ worden, hoezeer dat ook ten koste gaat van onze gezondheid en levenskwaliteit. De manier hoe Febeltra, de vakvereniging van wegtransporteurs (die niet wou investeren in een simpele dodehoek-spiegel om kinderlevens te redden, maar anderzijds ook de levensgevaarlijke cruise-control niet uit de vrachtwagencabines weert) door VLD-politici geknuffeld wordt, is ronduit genant. ‘Vooruitgang’ wordt door hen op een 19de eeuwse manier afgemeten aan het aantal wegmastodonten en het decibelvolume: de stralende vertes in de voorruit en de stinkpijp vanachter. Vooral de BMW-liberaal Jean-Marie De Decker en de donkerblauwe dieselnimf Annick de Ridder ijveren voor meer wegen, meer autoverkeer en meer stank, want dat ruikt naar beweging, drukte en groei. Alternatieven zoals spoor- en watertransport zijn nauwelijks een optie. Meer algemeen blijft de auto hét fetisj van de traditionele Belgische chaotische ego-cultuur. Door een fout fiscaal regime, pas onlangs rechtgezet, wemelt het hier bovendien van de luxe-terreinwagens (‘voor de fiscus is dit een lichte vrachtwagen’): niet alleen zwaar vervuilende en veel ruimte innemende vehikels, maar ook typische exponenten van de postmoderne elk-voor-zich-cultuur onder het motto: ‘maak plaats voor mij’.

En dat brengt ons weer tot de ideologische essentie van heel het broeikasgebeuren: op een of andere manier zijn de autocultuur en de milieuvervuiling in het neoliberale systeem een ‘objectief’ middel om de sterken van de zwakken te onderscheiden. Het verkeer is de moderne jungle, een eliminatiespel, en een afspiegeling van de genadeloze carrière-maatschappij. Maar de echte selectie gebeurt op lange termijn, door intoxicatie. Als U kanker krijgt door fijn dieselstof, is er binnenkort stervensbegeleiding ofwel genterapie,- het hangt van Uw inkomen af. Ter informatie: naar schatting 15% van de Belgen leeft onder de armoedegrens.  Katrina heeft ons geleerd dat ook intern, binnen de rijke landen, een schifting zal worden doorgevoerd. Er zal m.n. een gezondheidszorg met twee snelheden ontstaan,- een goedkope volksgeneeskunde met veel zelfbediening die oplapt, en een dure medische spitstechnologie die écht remedieert en levenskwaliteit verhoogt. Het geïntoxiceerde ‘milieu’ creëert de ziektes, nodig om deze schifting door te voeren..  

Het planetair kannibalisme van de 21ste eeuw zal de biologische wetten van Darwin (‘the survival of the fittest’) politiek recupereren, dankzij een enorme pollutiegolf waarin alleen de sterksten (lees: de rijksten) overleven.  Dàt is de onderliggende reden van de neoliberale nonchalance tegenover milieuzorg: In dat opzicht is onze donkerblauwe dieselnimf waarlijk visionair: de toekomst straalt.

 

Vooruit, kameraden

Er is dus iets grondig mis met dat visionaire vooruitgangsdenken,- het is dé cement tussen blauw en rood in de Belgische en Europese politiek. Waarom moeten we eigenlijk persé ‘vooruit’? Wat ligt er vóór ons dat we nog moeten inlijven? In de renaissance –begin van het kolonialisme en de rush van de Europese koninkrijken naar goud om er hun oorlogen mee te financieren- heeft de mens zich herontdekt als modern roofdier, maar het moet al veel vroeger fout gelopen zijn, nl. toen de aapmens het oerwoud verliet, besloot om recht op te wandelen en er zoiets als een horizon en het geheim-achter-de-horizon ontstond,- inclusief de wedloop naar méér en beter.

 Deze door het kapitalisme opgefokte ( en door het socialisme herontdekte!) tomeloze begeerte, die achter de vernieuwingsdrift ligt, werd door Michel Houellebecq (door links voor ‘reactionair’ uitgemaakt) uitvoerig beschreven in zijn schandaalroman ‘Platform’ (2002). In dezelfde zin kan de technologie, die de verbruikseconomie in een versnelling bracht en het broeikaseffect produceerde, nu ontmaskerd worden als een postmodern massavernietigingswapen dat de begeerte kortsluit met de katastrofe.

No Future, de kreet van de punk-beweging, was daarom niét nihilistisch maar wel anti-futuristisch, anti-visionair en gericht tegen de progressieve mythe. De toekomst is geen ontvouwing van potentie zoals het liberalisme én het socialisme ons voorhouden; het is de dood, voor het merendeel van ons,- hooguit krijgen we nog wat respijt als werkslaven en orgaandonoren.

Het 'visionaire' vooruitgangsdenken, dat het paarse monsterverbond in België kenmerkt, cultiveert een zinledig toekomstdenken, een hysterisch optimisme, in de ban van een lethale technolgie. De door het kapitalisme opgefokte tomeloze begeerte naar meer en beter wordt een wedloop naar de afgrond...

De salonfähige groenen zijn daarin vandaag niets meer dan het blaadje sla in de grote vleespotten, want ook zij zijn ‘progressief’ en zoeken naar moderne remedies die de beschavingskwaal alleen maar verergeren. Kan de technologie het milieudeficit corrigeren? Neen, meestal is de remedie nog erger dan de kwaal. De voor nieuwe dieselwagens verplichte roetfilter is een goed voorbeeld. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de combinatie van ‘propere’, zwavelarme diesel met een roetfilter leidt tot een uitstoot van nóg kleinere roetdeeltjes die… nóg meer longschade veroorzaken dan het gewone roet.

Een ander voorbeeld, in dezelfde sfeer, is het vervangen van diesel door de zgn. bio-diesel, gewonnen uit koolzaad. Prachtig alternatief, zo lijkt het. Maar studies in gezaghebbende tijdschriften als Nature en Science hebben al voorgerekend dat een grootschalige toepassing in 3de wereld-landen (wijzelf hebben er de ruimte niet voor) zou leiden tot een nieuwe roofbouw op kwetsbare ecosystemen, concurrentie met lokale voedselproductie, en aantasting van biodiversiteit. Nieuwe vorm van kannibalisme dus: de rijke landen rijden met propere diesel, gekweekt in arme landen die hun mensen niet eens te eten kunnen geven. Zie ook het interessante boek Terra Incognita van Peter Tom Jones hierover.

De technologie kiest intuïtief voor de slechtste oplossing, elke ‘milieuvriendelijke’ maatregel leidt tot nog meer troep. Het is alsof het wetenschappelijk ecologisme maar een gemaskerde vorm is van het planetair kannibalisme, dat drastisch komaf maakt met armoede en overbevolking . Er bestaat geen positieve technologie: elke technische oplossing voor een probleem is een subtielere vorm van degradatie en ontmenselijking. Door wetenschappelijke correcties voor te stellen aan de klimatologische ontwrichting, helpt Al Gore -een voorstander van kernenergie…- dus wellicht mee aan de katastrofe. Maar ook brave seuten zoals Vera Dua en Mieke Vogels voeren, onder het motto dat het beste nog moet komen, de destructieve strategie uit van een plutocratie met een verborgen agenda. George Bush is dus allerminst ‘conservatief’, maar een ietwat karikaturaal ogende exponent van het moderne roofdier. Iemand met ‘visie’…

 

De bruin-groene alliantie

 De vraag is tenslotte, welke vorm de dissidentie tegen heel dit visionair-progressistisch complot zou kunnen aannemen, en hier waag ik me weer aan een politiek-incorrecte hypothese. Het staat in de sterren geschreven dat groen en bruin (de twee aardekleuren, van symboliek gesproken…) ooit op zoek zullen moeten gaan naar wat hen bindt, eerder dan naar wat hen scheidt. Inderdaad, naarmate het milieu naar de haaien gaat en het broeikascomplot een globalistische strategie blijkt, ondersteund door het vooruitgangsdenken van blauwe en rode signatuur, zullen zich krachten ontwikkelen die de redeloze vlucht-voorwaarts van de consumptie- en prestatiemaatschappij afvallen. Het woord ‘behoud’ krijgt dan een totaal andere, ‘vrouwelijke’ gevoelswaarde, iets van heling, levensbeaming en herbronning: het opgeven van kwantiteit, ten voordele van kwaliteit. Niet seutig en soft, maar cru en mystiek. Partijen als het Vlaams Belang, die op ‘veiligheid’ hameren, zullen ooit moeten inzien dat veiligheid meer is dan wat Marokkaanse schoelies naar huis sturen, en dat conservatisme nog iets anders betekent dan het handhaven van een status-quo.

De terugkeer naar de aarde is religieus-politiek en fundamentalistisch. Het woord ‘behoud’ krijgt dan een totaal andere, ‘vrouwelijke’ gevoelswaarde, iets van heling, levensbeaming en herbronning: het opgeven van kwantiteit, ten voordele van kwaliteit  Misschien kunnen 'groen' en 'bruin' elkaar wel ooit ontmoeten rond deze natuurmystieke involutie...

Partijen als Groen! zouden anderzijds moeten beseffen dat ze met hun naïef geloof in maakbaarheid, correcties en reglementen op een dood spoor zitten. De ‘groene paradox’ draait hierrond: als de mens deel uitmaakt van het natuurlijk evolutieproces, dan is zijn status van roofdier en nestbevuiler onaantastbaar, gewoon behorend tot de interne evolutie van dat ecosysteem, ook als daar soorten voor moeten verdwijnen; roofdieren zijn nu eenmaal destructief, dus is ook het broeikaseffect een ‘natuurlijk fenomeen’, tot en met het einde van de menselijke soort. Gevolg: het modern-groene gedachtengoed is een contradictie, als het tegelijk steunt op progressie en behoud. Dat is een doordenker van formaat voor de Groen!-ideologen: ze zijn gedoemd om terug te keren in de tijd, of om een enorm vertragingsproces op gang te brengen, een ‘involutie’. Dat ze dat dan ook met zoveel woorden zeggen, waarom nog heulen met vakbonden, consumentenorganisaties en allerlei transmissiekamers van de vooruitgangsmachine. De Groenen, die nooit een vuist kunnen maken, en zelfs in het Al Gore-verhaal zich de politieke kaas van hun boterhammen laten eten door Verhofstadt: dat ze eindelijk wakker worden en het stringente, dwingende, fundamentele en orthodoxe karakter van hun eigen boodschap inzien.

De terugkeer naar de aarde is religieus-politiek en fundamentalistisch. Er valt dus nog serieus wat denkwerk te verrichten, om de waarheid te vinden vanuit een kruisbevruchting tussen ecologisme, fundamentalisme, retrograde anti-establishmentpartijen en zelfs Gothische undergroundculturen. Een hele traditie ligt achter ons. Vroeg-christelijke sekten als de Essenen (uitgeroeid), middeleeuwse bewegingen als de Catharen (het echte voorwerp van de inquisitie), allerlei gnostisch-mystieke en esoterische stromingen, dikwijls met een erotiserend-vrouwelijke inslag (begijnen, heksen), naast hedendaagse subversieve organisaties zoals Animal Liberation Front en de vervolgde activiste Anja Hermans, kunnen de weg wijzen naar deze herbronning. Groen en bruin in één beweging,…, het idee alleen al. En toch. Misschien een diepere, verborgen betekenis van de titel van Al Gore’s film ‘An inconvenient truth’?

 

Exodus: op naar Plutopia?

De vraag is tenslotte, of deze brede ‘aardse’ tegenbeweging de techno-progressieve machine zal kunnen tegenhouden. Door de begeerte te organiseren en blijvend te stimuleren, heeft onze gadget-maatschappij de vooruitgang zodanig geïnstitutionaliseerd, dat de vervuilende industrie dé navelstreng blijft van onze onze materialistische consumptiecultuur. Een GSM gaat per definitie maar één jaar mee, een PC twee, een auto hooguit drie. Niet omdat ze daarna versleten zijn, wel omdat het nieuwste ondertussen het nieuwe heeft verdrongen en we niet ‘ouderwets’ willen zijn. Heel de cultus van trends en hypes, door de reclame en de lifestylemagazines aangezwengeld, jaagt ons op naar meer en beter. Deze spiraal van de begeerte is haast niet te stoppen, omdat haar mechanisme compleet buiten onze wil voortloopt, als een op hol geslagen kermismolen. De begeerte is dus niet het doel, maar het middel: ons consumptiepatroon dient om de economie draaiende te houden, niet andersom. En deze ‘lethale’ economie is op haar beurt gericht op het einde en de eliminatie, niet op welvaart, laat staan op welzijn. We consumeren om te produceren, we produceren om te pollueren, we pollueren om te elimineren. Ziedaar in een notedop het wezen van de ‘progressie’.

De groenen hebben gelijk, maar tegen de tijd dat ze het ook krijgen, heeft het wellicht geen belang meer. Ofwel is de planeet dan definitief ‘uitgezuiverd’, via het pollutiemechanisme en zijn technologische kwadratuur. Ofwel is ze zodanig versodemieterd, dat de polluente klasse die overblijft, haar heil buiten de aarde zoekt en ergens anders in de ruimte een buitenaards luxehotel opricht. Het is opvallend, hoe de NASA sinds kort haar aandacht verlegt van de klassieke maanexpedities naar het zoeken van alternatieve biotopen. En ik durf wedden dat er binnen vijf jaar wachtlijsten zullen ontstaan voor superrijken die, in het vooruitzicht van een planetaire milieukatastrofe, op zoek gaan naar buitenaardse paradijzen, bijvoorbeeld ergens in de buurt van Venus.

Het enige aanlokkelijke perspectief voor ons, groenbruine dissidenten, is het Australisch scenario: met een beetje geluk worden alle aardse ordeverstoorders en pretbedervers, critici, ecologisten, antiglobalisten en anarchisten, verbannen naar een barre planeet x in het zonnestelsel, misschien wel Pluto, de underdog die zelfs geen planeet meer mag genoemd worden. Het leven op dit ballingeneiland zal hard zijn, zeker in het begin: een in duisternis gehulde, bevroren bol methaan op -220°C, vrijwel zonder atmosfeer. Maar geleidelijk zullen onze kinderen zich aanpassen aan deze hel, en het beter krijgen. En vooral: de genen van het luciede, subversieve criticisme zullen primeren. Zoals Australië ooit een gevangeneneiland was en nu een modelstaat (met een sterk ecologisch bewustzijn, en een fervente tegenstander van Bush en de Irak-oorlog…), zo wordt dit Plutopia ook ooit wel een place-to-be. Het zou de echte horizon van Groen! moeten zijn, maar het vergt een buitenaardse en transhumane visie op de mens, die kan transformeren tot een ander wezen met een andere constitutie. Hopelijk minder water-afhankelijk, gezien onze permanente grote dorst. Dit gaat niet alleen over koude astronomie maar ook over religieuze warmte; de inspiratie van groene oerpater Versteylen moet misschien wel in dit transcendent perspectief bekeken worden: onze bestemming ligt buiten de aarde, en er is plaats zat,- zelfs voor de club med-planeten van Bush, Rumsfeld, Verhofstadt, Blair en Coveliers. Het gaat ons niet aan waar ze wonen en wat ze doen, als hun lijfgeur ons niet hindert en onze existenties met de hunne niet wrijven.

...tenzij we kiezen voor interplanetaire ballingschap,- het Australische scenario: een onherbergzaam Plutopia, aan de rand van het zonnestelsel, dat we zelf tot paradijs inrichten. Het zou de echte horizon van Groen! moeten zijn, maar het vergt een buitenaardse en transhumane visie op de mens.

De onmetelijke ruimte lost alle aardse contradicties op, ze verenigt al onze oude religieuze fantasieën rond hemel en hel. Het is de these van het multicultureel heelal door o.m. astro-patafysicus Piet Smolders (Interview Menzo-Magazine, Oktober 2006) naar voor gebracht: de meeste theologische, metafysische en politieke problemen zullen imploderen, eens we het heelal als biotoop ontdekken. Hoe sneller de aarde verschroeit, hoe eerder we aan deze ontdekking kunnen beginnen. Let wel: dit wordt geen nieuw techno-kolonisatietijdperk, omdat het uitdijende universum onbeperkt is en dus niet-beheersbaar. Het is pure ontologische nevel. Conflicten en contradicties (die altijd op bezit en/of territorium zijn gebaseerd) zijn dan ook a-logisch en ireëel in dit dunbewoond heel-al: als het U niet aan staat, stap het dan af en ga op een ander eiland wonen. Elke populatie die een planeet bezet, kan splitten tot in het oneindige, zoals een kruipwortel zich kan delen: het fameuze Rhizome-principe van G. Deleuze. Het individu bestaat hier niet, want zelfs binnen mijn persoon kunnen twee personae elk een lichaam bewonen en wordt mijn realiteit een vertakt bestaan in een multidimensioneel continuüm. Begeerte bestaat evenmin, omdat het mechanisme van de vooruitgang, onderhouden door de schaarste, niet zou functioneren: er is alles en niets, en van dat alles veel te veel. Als religie zit het boeddhisme zonder twijfel het dichtste bij dit transcendent concept van een verheerlijkt leven zonder begeerte, zonder dichtheid, zonder progressie en zonder geschiedenis. ‘Nirwana’ betekent trouwens ‘uitdoving’ (van negativiteit) en is dus een volmaakt positief begrip. Keuzes, selecties of eliminaties zijn niet aan de orde, want men kan tegelijk op planeet X wit zijn en op planeet Y zwart. Zijn en niet-zijn vallen samen, omdat de ruimte geen individuen meer localiseert, ze is coördinaatloos, a-perspectivistisch en polydimensioneel.

Elk lichaam is een entelechie, een verrezen en perfect hemel-lichaam: dat lijkt me de kosmische vervulling van een oude metafysische droom die ik bij Parmenides, Heraclitus, Plato, Leibniz en Schopenhauer terugvind, en eigenlijk in alle religieuze voorstellingen, en zelfs in artistieke cosmografieën zoals bij J. Miro (zie hiernaast). De hemel is pluralistisch en monistisch tegelijk, een veelvoud en een oneindig aantal enkelvouden. De paradox, dat het oneindige alle enkelvouden bevat, maar zelf ook een enkelvoud is dat tot een nog groter veelvoud behoort, waardoor het dus niet oneindig is, is een aards probleem, en moet de zinloze discussie tussen de pluralisten en de fundamentalisten voor eens en voor goed doen ophouden. Het oneindig aantal hemellichamen en het oneindig aantal individuen is namelijk perfect aan elkaar gelijk. Deze overeenkomst heet ‘harmonie’.

In deze hypothese is de groen-bruine involutie, als een overwinning van politieke schijntegenstellingen, zonder meer een epiloog op het ecologisch verhaal, dat zich ver buiten de aarde afwikkelt, tot een soort toestand van vervulling en eudaemonie, die in de ouderwetse eschatologie als ‘gelukzaligheid’ werd omschreven.

 

De exodus begint als ballingschap en kan eindigen in Utopia, dat is altijd al zo geweest. Het zou ergens moeten dagen dat ons ongeluk met deze planeet verbonden is, en dat ecologie het oude planetaire harnas moet overstijgen. De enorme technologische, destructieve kennis die we hebben opgebouwd, moet nog één keer aangewend worden om uit dit tranendal te ontsnappen,- misschien is het wel haar ultieme doel. Alle materiaal en energie verzamelen als brandstof voor de uittocht. De oorlog is de moeder van alle dingen. De aarde is ons aller moeder. De aarde betekent dus oorlog, ze vernietigt alles wat ze voortbrengt. Ooit moeten we die moeder als schoonmoeder kunnen dumpen in een rusthuis voor interstellair gruis.

Vaarwel moeder, sudder rustig verder in het ultra-violet, Plutopia here we come!

Interessante links

 

 Reageren op dit artikel? Bezoek ons webforum  

Terug naar boven