De Tijd, 16 Februari 2006               

 

Terug naar archief                Terug naar startpagina                              Reageer via het Webforum

 


Stop, de maagden zijn op!


Cultuurcritische kanttekeningen rond de 'cartoonsaga'

Johan Sanctorum
 

 

In het breed palet van meningen rond de Deense cartoonaffaire, door sommige onheilsprofeten als het begin van de IIIde wereldoorlog aanzien, kwamen verrassend weinig analyses aan bod rond de culturele achtergronden zelf,- de roots van het conflict.Vanwaar de moslimhaat tegen beeld en karikatuur? Vanwaar onze Westerse hang naar ironie en relativiteit? Waarom willen wij alles grappig vinden en moet iedereen, zelfs de grootste oetlul, een mening hebben en die ook nog verkondigen? Dit gaat namelijk over identiteit, traditie en waardenstelsels. Tegelijk moet het probleem tot een antropologisch-menselijke schaal worden teruggebracht: zowel religie als humor zitten ergens in onze hersenen, zijn dus universeel. De vraag is vooral of er verbindingskanalen tussen beide bestaan. Een korte reflectie.

 

1. De Islam als hype en  ‘sterk merk’

Eerste vaststelling: ongelukkige mensen zijn vatbaar voor sterke verhalen. Het wordt van langsom duidelijker dat de Islam uitgroeit tot een gigantische katalysator van mondiaal ongenoegen omtrent verdrukking, onrecht, armoede. Het is hét grote emancipatorische verhaal van de derde wereld, in een tijdperk dat de standaardideologieën het niet meer doen. In het zoeken naar identiteit, individueel en groepsmatig, komen altijd waarheden naar boven waar mensen houvast aan hebben, en dat is het minste wat je van de Islam kan zeggen: eenvoudig, overzichtelijk, extreem normbewust, regelgevend. Het is een ‘gemakkelijke’ godsdienst die onvoorwaardelijk engagement veronderstelt maar geen hersenpijnigend filosoferen: een ideaal bindmiddel voor individuen en volkeren die met een underdoggevoel worstelen. En bovendien anti-materialistisch, anti-establishment en gericht tegen het ‘decadente’ Westen.  Een mayonaise die wonderwel pakt, om het op zijn Stevaerts te zeggen: in termen van marketing kunnen we hier van een planetaire hype spreken. Misschien is de Islam gewoonweg wel een ‘sterk merk’ dat groepen bijeenhoudt en pseudo-identiteiten creëert zoals Coca-Cola of Bacardi. Een niche van zo’n miljard toegewijde consumenten: een marketeer kan er alleen maar van dromen.

De Islam is een ‘gemakkelijke’ godsdienst die onvoorwaardelijk engagement veronderstelt maar geen hersenpijnigend filosoferen: een ideaal bindmiddel voor individuen en volkeren die met een underdoggevoel of een identiteitskrisis worstelen. Worden onze Vlaamse meisjes daarom Moslima's? Uit rebellie én hang naar zekerheid?  

Als de –van nature niet al te devote- Palestijnen in de Gaza-strook tegen de Deense cartoons manifesteren, dan is het omdat religie een band smeedt (Latijn: religare, binden, dankuwel Marc), niet alleen tussen boven en onder, maar ook en vooral binnen de collectiviteit van underdogs. Er is sprake geweest van provocatie en massamanipulatie, zonder twijfel, zie de Syrische vingerafdruk van het geweld in Beiroet. Toch wijst de snelheid en de impact van de brandjes op een enorm ‘gat in de markt’ dat eindelijk opgevuld geraakt. Religie is vandaag hét cement voor identiteit, en toevallig lag de Islam dicht bij de hand, idem dito voor de zgn. ‘religieus geïnspireerde’ revolutie in Tsetsjenie. Is het ook niet om dezelfde reden dat opstandige pubermeisjes van bij ons zich bekeren tot Allah? Is er veel verschil met de Christelijke ‘maagdenwijdingen’ die weer opgang maken? Een combinatie van rebellie en zoeken naar absolute zekerheden? Onwillekeurig moet ik terug denken aan de extreem-linkse en Maoistische groupuscules uit mijn studententijd. Individueel ging het om vrij zwakke persoonlijkheden, die een ‘geloof’ hadden gevonden dat ze collectief sterk konden beleven, compromisloos en sloganesk. Het waren de fundamentalisten van de jaren ’70: er viel volstrekt niet mee te discussiëren, voor je het wist werd je gebrandmerkt als bourgeois-reactionair, revisionist, of gewoonweg fascist. Maar het is gelukkig daarbij gebleven. Op een paar verdwaalde vegetariërs na, die op het platteland hun eigen groenten gingen kweken, evolueerden de meesten mee met de tijdsgeest en schopten het zelfs ver op de maatschappelijke ladder,- ik ken er persoonlijk eentje die minister werd. Elke hype is tijdelijk en leidt tot saturatie. Kunnen Moslims verleid worden? Of blijven ze eeuwig maagd en trouw aan hun merk? Kan de duizendjarige culturele achtergrond van China (Tao, Confucius…) voor enig metafysisch weerwerk zorgen, als een soort verrassende derde in de clash der culturen?  Het cartoon-verhaal wijst er hoe-dan-ook op dat we nog een lange weg af te leggen hebben. En vermits het om emancipatie gaat, is de afloop uiteraard afhankelijk van reële politieke veranderingen op wereldvlak: zolang de Palestijnen niet echt hun volwaardige staat hebben, inclusief een economisch ontwikkelingsproces, zal de verstrengeling van extremisme en religieus fundamentalisme onontwarbaar blijven. Ondertussen blijft het voor de vermaledijde vaders van hier en nu een moeilijke keuze: een dochter aan de heroine, of in een burka? Het afkicken zal moeizaam gaan, in beide gevallen…

 

2. Hoe ‘vrij’ is onze vrijemeningsuiting?

Een tweede les die we uit het cartoonepos kunnen trekken is, dat ons democratisch-permissief maatschappijmodel grote, essentiële paradoxen vertoont, waarvan de voornaamste hierop neerkomt: onze cultus van de vrije meningsuiting kan haar tegendeel niet incorporeren, nl. een opinie die deze cultus niet deelt. We doen dus aan inteelt, je moet tot de club behoren om vrij te mogen zijn. En zelfs binnen die libertaire club puilt het uit van allerlei beperkingen en verbodsbepalingen die de buitenstaanders ijzersterke argumenten in handen geven om de schone schijn te doorprikken. We hebben het hier niet over ‘kleine’, ongeschreven taboes (bv. ‘Over de doden niets dan goeds’) of bescherming van de levenssfeer (beteugeling van eerroof of laster), maar over echte (semi)-institutionele mechanismen die de vrijheid van mening of expressie fnuiken. Een kleine greep.

In de VS blijkt uit een interne NASA-memo dat de zgn. ‘oerknal’ niet als een wetenschappelijk gegeven mag beschouwd worden maar slechts als een hypothese, omdat Bush nu eenmaal goede maatjes wil blijven met de Christelijk-fundamentalistische aanhangers van het creationisme en het zgn. Intelligent Design-concept. De oerknal als taboe! In diezelfde VS is het bij wet verboden om de foto's omtrent de vernederingen en martelingen in de beruchte Iraakse Abu Ghraib te tonen. Ze zouden het oorlogsmoreel van de bevolking schaden...

Ons eigen systeem puilt uit van de institutionele en politiek-maatschappelijke taboes, voortkomend uit verborgen agenda’s en lobbywerk. Het principe van de 'vrijemeningsuiting' is zo hol als wat, het is exclusief en arbitrair: gewoon een clubreglement.

Onze eigen antiracismewet blijkt vooral een staaltje van politiek opportunisme dat zich op één partij fixeert, het Belang, die net daardoor een suksesrijke rol van underdog toegemeten krijgt. Ook de fameuze ‘negationismewet’ lijkt, zoals de Moslims terecht opmerken,op politiek maatwerk, besteld door een lobby die het holocaustgegeven als hefboom misbruikt voor een rechts-zionistische strategie, zie de these van Alain Finkelkraut en Gie van den Berghe. (Zie: 'Het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding - een critische analyse).

In de kringen van de vrijzinnigheid en het wetenschappelijk rationalisme heerst dan weer een vreemd soort onverdraagzaamheid tegen allerlei niet-geaccrediteerde vormen van geloofsbeleving en zoeken naar zingeving. Wat te denken van moderne kruisvaarders tegen het ‘bijgeloof’ zoals SKEPP van Vermeersch en consoorten, scherpslijpers die homeopatie en alternatieve geneeskunde verbanvloeken, waardoor ze eigenlijk vooral in de kaart spelen van de farmaceutische industrie?

En dan is er nog de mythe van het ‘intellectueel eigendom’ en de SABAM-terreur, waardoor teksten, ideeën, muziek en allerlei expressievormen niet vrij kunnen cirkuleren. Wat vooral de grote platenlabels rijk maakt. …(Zie: SABAM en de auteursrechten-mythe)

Onze institutionele en politiek-maatschappelijke taboes zijn gekenmerkt door verborgen agenda’s en lobbying uin de coulissen. Het principe van de vrijemeningsuiting is zo hol als wat, het is exclusief en arbitrair: een clubreglement

Ofwel geloven we écht in de vrijheid van informatie-uitwisseling, en dan moeten de heilige huisjes eraan geloven. Alle. Dat is eigenlijk de stelling van ex-moslima Ayaan Hirsi Ali: de schokterapie. En misschien worden meningen maar interessant als ze controverse uitlokken en de auteur zijn nek riskeert.

In het andere geval is er geen vrijheid en mogen ook de moslims hun taboe hebben,- dat is de these van Verhofstadt: verbodsbepalingen die onder politieke en sociale druk wet worden, elk heilig huisje zijn kruisje. Dàt is de keuze, daarover gaat de discussie.

 

3. Beeldcultuur, verbeelding en ‘flou artistique’

Een derde overweging betreft onze hedendaagse beeldcultuur zelf, en het begrip ‘verbeelding’. Onlangs werd de World Press Photo-prijs uitgereikt voor het beste perskiekje van 2005. De jury prees uitdrukkelijk de schoonheid van de bekroonde foto, waarop de verschrompelde arm te zien is van een ondervoed en uitdrogend kind in Niger. Een barbaar kan zich afvragen hoe je met een stervende baby een schoonheidswedstrijd kan winnen. De foto is immers geen aanklacht meer, integendeel, het beeld ontglipt aan zijn onderwerp en wordt een geëxposeerd kunstwerk, waardoor de absurde dood van het kind toch een soort ‘zin’ krijgt. Relativering en esthetisering van de gruwel? Leg die perversiteit, vele malen erger dan de Mohammed-cartoons, eens uit aan een niet-westerling. Nu pas beseffen we waarom de beeldenstormer Luther de strijd verloor tegen de barokke contrareformatie: de virtuele realiteit domineert onze cultuur. Nadat het genie zich had geëmancipeerd van de opdrachtgever, ontglipte de illustratie op zijn beurt aan de leerling-tovenaar. Het beeld werd iets zelfstandigs en ging een eigen leven leiden: flou artistique, alle moderne intellectuelen dwepen ermee, de audio-visuele media leven ervan.

Het begon al met Caravaggio en diens ‘Bekering van St. Paulus’ (1600), een uitermate stichtend, door de Kerk besteld tafereel… dat gedomineerd wordt door een enorme paardenkont. Gewilde ironie of uitschuiver?  Of iets ertussen? De ‘satanische’ Pandoradoos van het onbewuste was hoe-dan-ook geopend, het surrealisme zou het tot een procédé van de hallucinatie verheffen: telefoons die kreeften worden en omgekeerd.

Sinds de barok werd het beeld iets zelfstandigs en ging een eigen leven leiden: flou artistique, alle moderne intellectuelen dwepen ermee, de audio-visuele media leven ervan. De Pandora-doos van het onderbewuste was geopend: wij bezitten de verbeelding niet, zij bezit ons...

 

Ontstonden zo ook niet de ‘grotesken’,- de versierde beginkapitalen van middeleeuwse handschriften die uitwoekerden tot demonische tronies, haast als in een ‘écriture automatique’? ‘Verbeelding’ heet dat, of ‘l’imagination au pouvoir’,  waarmee de slogan van Mei-68 een bitter-ironische smaak krijgt. Alcohol en drugs lijken maar de hallucinatie te versterken die er objectief al is: we bezitten de verbeelding niet, zij bezit óns, ze wordt dus letterlijk een collectieve ‘obsessie’. De karikatuur is maar voor de helft een gewilde overdrijving, voor de andere helft is het een farce of gimmick die uit een oncontroleerbaar associatieproces volgt.

En nu keer ik terug naar die sukkel van een Deense cartoonist die de halve planeet over zich heen kreeg. Misschien is het ook wel als een ongelukje begonnen: geeuwen voor een leeg blad op een maandagmorgen, een krabbel die een tulband wordt, een tulband die uitrafelt, een draad die een lont blijkt, een tulband waaronder een kop groeit die Mohammed gaat heten… Speels, automatisch, artistiek. Voor een moslim onbegrijpelijk, voor onze Westerse visuele cultuur een evidentie. Een beeld dat zich losmaakt van tekst en contekst: fascinerend, beklemmend en –zoals we nu weten- ook een levensgevaarlijk proces: het getekend bommetje eiste bestaansrecht op, en bleek opeens echt.

 

4. Humor en ironie

 

En dan ons fameus gevoel voor humor: is het de glimlach van de wijze, of het schateren van de idioot die niet weet waarom het jeukt? Het ziet ernaar uit dat de ‘vrijheid’ van de freewheeler, die we allen willen zijn, maar een illusie is. Artistieke vrijheid en ‘vrijheid van mening’ blijken dan meer te gaan over een spasmodische ontsteking van het onderbewuste, een soort logorhee als bij een psychoticus, dan over doordacht en doorleefd bewustzijn. Het is onze primitieve hersenstam van de chimpansee die aan het woord is, niet de moderne schors van de homo sapiens. We tateren en kakelen maar wat, of nodigen B.V.’s uit die het in onze plaats doen. En er wordt wat afgelachen in de TV-studio’s, ook als er niets te lachen valt. ‘Postmoderne ironie’ heet dat: men vindt alles grappig, niet omwille van een sterke pointe, een aha-erlebnis', maar net omdat men de essentie mist en de draad van het verhaal kwijt is. Het Islamprotest is gespeend van enige zin voor humor, dat klopt. Maar het is ook een appèl van het bewustzijn tegenover een universum dat verslaafd is aan het geleuter en gebral. Wat in ons post-Freudiaans universum als Spielerei, ironie of fantasie geldt, kan in de wereld van de zingeving als obsceen worden beschouwd. Onschuld of naiviteit of goede intenties zijn hier van geen tel: ook de ludieke Fransman die zich een varkenskop aanmat, zonder bijbedoelingen of religieuze connotaties, werd de kop-van-Jut.

 Er wordt wat afgelachen onder de jongens en meisjes in de TV-studio, ook als er niets te lachen valt. ‘Postmoderne ironie’ heet dat: men vindt alles grappig, niet omwille van een sterke pointe, maar omdat men de essentie mist en de draad van het verhaal kwijt is...

Ach, misschien hebben wij gewoon wat meer serieux en maagdelijkheid nodig, en de overkant wat minder. De Deense Imam die heel de bal aan het rollen bracht, deed voor de televisie een even intrigerende als Sybillijnse profetie: het cartoon-verhaal zou ten langen laatste een’ louterend effect’ hebben. Hij zei niet hoe en op wie. Ik maak een optimistische prognose. Naar het schijnt krijgt het regime in Saudi-Arabië, waar de vrije meningsuiting niet bestaat, vooral weerwerk vanuit locale weblogs, die stellen dat een groot deel van de cartoonoorlog door de overheid geënsceneerd is om de aandacht van andere problemen af te leiden. Subversieve weblogs in het hartje van de Islamwereld? Anderzijds gaat het gerucht dat moslim-hackers het web afschuimen, op zoek naar Deense sites die ze kunnen kraken. ‘Moslim-hackers’? Het woord oogt zelf als een gekke, haast surrealistische combinatie. Is de beeldcultuur geïnfiltreerd aan de overzijde? Er bestaan dus ook daar nerds die dag en nacht naar een PC-scherm staren,- met alle gevaren vandien. Het beeldscherm moet maar wat verkeerd afgesteld staan, of er ontstaan vlekken op het netvlies die op Mohammed gelijken, wiens tulband uittrafelt… enz. De hacker kan dan in razernij zijn PC door het raam keilen. Of hij kan beginnen glimlachen, het uitproesten, de Islamwereld in een homerisch gebulder meesleuren. Ik wed op het laatste.

 

Interessante links:

 Reageer via het Webforum

Terug naar boven